Lexicon
Verklaring van vaktermen die gebruikt worden in de publicatie 'E-cultuur. Bouwstenen voor praktijk en beleid'. Het gaat zowel om termen die gebruikt worden in een technologisch kader, als om termen uit cultuur (kunsten, cultureel erfgoed en het sociaal-cultureel werk voor volwassenen en jeugd), onderwijs en media.
De termen zijn alfabetische gerangschikt. Onderlijnde woorden in de definities betekent dat die term ook elders in het lexicon wordt verklaard.
A
Adobe
Adobe Systems Incorporated is een Amerikaanse softwareproducent die werd opgericht in 1982 en zich onder andere richt op het ontwikkelen van grafische computerprogramma’s. Adobe is bekend geworden met het beeldbewerkingsprogramma Photoshop en met het PDF-bestandsformaat.
ADSL
ADSL of asymmetric digital subscriber line is een van de toepassingen van de xDSL-familie. Het is een techniek om de bandbreedte van klassieke telefoonverbindingen te vergroten. De term asymmetric duidt op het feit dat de datastroom van gebruiker naar server (upstream) veel kleiner is dan het datadebiet van server naar gebruiker (downstream). Omdat bij ADSL het volledige telefoonkanaal (bandbreedte) voor de communicatie tussen gebruiker en computer wordt benut (en dus niet met andere gebruikers wordt gedeeld), is niet alleen een veel hogere transmissiesnelheid mogelijk maar ook het gelijktijdig gebruik van telefonie en internet.
Zie ook: DSL
Analoog
Zie: Digitaal
Attenderen, Attenderingsmodule
Attenderen betekent het op de hoogte brengen van gebruikers van nieuws of nieuwe items die hen interesseren, vaak op basis van een gebruikersprofiel waarover de zender beschikt. Een attenderingsmodule is een module waarmee deze dienst wordt georganiseerd.
Auteursrecht
Het auteursrecht is het exclusieve recht van de auteur van originele werken op het gebied van letterkunde, wetenschap of kunst, om die werken publiek te maken en te vermenigvuldigen. Het auteursrecht beschermt de individuele auteur die alleen een natuurlijk persoon kan zijn, in tegenstelling tot het Angelsaksische copyright.
In België geldt de wet op het auteursrecht en de naburige rechten van 30 juni 1994. Het auteursrecht maakt deel uit van de intellectuele eigendomsrechten, samen met octrooien of patenten, handelsmerken en gebruiksmodellen. Volgens de wet kan de maker het auteursrecht ook overdragen aan een ander, bijvoorbeeld door het te verkopen of door een licentieovereenkomst te sluiten met een derde partij om het werk publiek te maken of te vermenigvuldigen. Het werk hoeft niet eerst geregistreerd te worden, zoals bij een octrooi. Bij het overlijden van de auteur erven diens nabestaanden of legatarissen de auteursrechten voor een periode van 70 jaar.
Zie ook: Licentie
B
Back office
Diensten die niet direct in contact komen met het publiek.
Beeldbank
Een beeldbank is een verzameling van digitaal beeldmateriaal (foto’s, prenten, digitale reproducties van kunstwerken enz.) dat opgeslagen wordt in een databank die via internet online ter beschikking kan worden gesteld. De online beeldbank presenteert zich dan als een virtuele collectie die voor het publiek wordt ontsloten.
Behoud en beheer
Met behoud en beheer wordt het geheel van acties aangeduid voor de duurzame zorg van materieel erfgoed, zoals documenten en objecten. Het omvat o.a. veiligheidszorg, (preventieve) conservering en restauratie, verpakking en transport, depotinrichting en -beheer, calamiteitenpreventie en -bestrijding enz.
Bestandsformaat (Engels: file format)
Een bestandsformaat of file format is een code om digitale teksten, illustraties (grafische bestanden, gescande beelden, video e.d.) of geluiden op te slaan, te bewaren en te verzenden. Er bestaan tientallen verschillende bestandsformaten voor illustraties (zoals TIFF, PICT, EPS, BMP enz.), video (MPEG, AVI, Quicktime...) en geluiden (WAVE, mp3, AIFF...). Meestal wordt bij de codering ook compressie toegepast, zodat de bestanden minder geheugenruimte in beslag nemen.
Zie ook: Opslagformaat
Besturingssysteem (Engels: operating system (OS))
Een besturingssysteem of operating system is het programma dat bij het opstarten van de computer van op de harde schijf als eerste in het geheugen geladen wordt en waarmee de andere computerprogramma’s, ook applicaties genoemd, uitgevoerd kunnen worden.
Bibliotheekinterface
De toegang voor het publiek tot één of meer computertoepassingen van een bibliotheek.
Bibliotheeksystemen (Engels: library systems)
Computertoepassingen die bibliotheken in staat stellen om specifieke werkprocessen in de bibliotheken te automatiseren. De informatie in deze systemen wordt ook via geëigende gebruikerstoegangen zo maximaal mogelijk ter beschikking gesteld van de bibliotheekgebruiker.
Bladerprogramma (Engels: webbrowser of browser)
Een bladerprogramma of browser is een softwarepakket voor de pc waarmee een internetgebruiker informatie van internet op een computerscherm kan weergeven. Het bladerprogramma vertaalt de gecodeerde tekens in leesbare tekst en audiovisuele informatie. Voorbeelden van bladerprogramma’s zijn Microsoft Internet Explorer, Netscape, Mozilla Firefox, Safari enz.
Bladwijzer (Engels: bookmark)
Een bladwijzer of bookmark is een functie van een bladerprogramma of browser waarmee de adressen (URL’s) van vaak opgevraagde webpagina’s kunnen worden gestockeerd, zodat men ze later snel kan terugvinden.
Blended learning (Nederlands: meersporig leren)
Leervorm waarbij twee of meer leer- of trainingsmethodes onmerkbaar in elkaar overgaan. Het kan gaan over combinaties van afstandsonderwijs (individueel en collectief) en onderwijs in klasverband, van online leren met de hulp van een coach of leraar, van leren door middel van simulaties en leren door instructies, van leren door middel van een stage met begeleiding en e-learning enz.
Bonding social capital (Nederlands: bindend sociaal kapitaal)
Sociaal kapitaal verwijst naar sociale netwerken, verbindingen tussen individuen, en normen van wederkerigheid en betrouwbaarheid die hieruit resulteren. ‘Bindend sociaal kapitaal’ verwijst naar de relaties tussen mensen binnen de eigen groep die tot een homogene groep kunnen leiden en waar men sociale en psychologische steun vindt.
Zie ook: Bridging social capital
Bottom-up
Betekent letterlijk ‘van onderen naar boven’ en verwijst naar een benadering of methode waarbij de dingen van onderuit groeien. Wordt gebruikt in verschillende domeinen: besluitvormingsprocessen, politiek, economie, cultuur, biologie enz. Staat tegenover een meer hiërarchische benadering van boven naar onderen (top-down).
Zie ook: Empowerment
Breedband
Verzamelnaam voor ICT-infrastructuren met een zeer grote doorvoercapaciteit, d.w.z. permanente netwerken waarover zowel downstream als upstream grote hoeveelheden data met hoge snelheid kunnen worden getransporteerd. De snelheid wordt meestal uitgedrukt in kilobits/seconde en de capaciteit wordt aangeduid met de term ‘bandbreedte’.
Bridging social capital (Nederlands: overbruggend sociaal kapitaal)
Men spreekt van overbruggend sociaal kapitaal wanneer sociale groepen verbindingen leggen met andere groepen (in tegenstelling tot bindend sociaal kapitaal, waarbij de relaties gericht zijn op de eigen groep).
Zie ook: Bonding social capital
Broncode
De broncode van een computerprogramma (of software) is de code die door de programmeur in een formele programmeertaal is geschreven. Dit staat tegenover de uitvoerbare code of machinetaal voor de processor zoals die vanuit de broncode gegenereerd wordt.
(bron: Wikipedia)
Zie ook: Computerprogramma, Open broncode computerprogrammatuur
Bronnenwijzer
Een databank (of database) waarin tal van informatiebronnen worden beschreven. De databank wordt op een gebruiksvriendelijke wijze doorzoekbaar gemaakt.
C
Collectieve beheersvereniging
Een collectieve beheersvereniging (of beheersvennootschap) beheert de auteursrechten van aangesloten auteurs en beschouwt het als haar taak deze rechten bij de gebruikers te innen en te verdelen op basis van een exploitatieoverzicht van de werken van elke auteur. Geïnde rechten worden verdeeld volgens verdeelsleutels.
Collectieve beheersvennootschappen zijn er niet alleen voor auteurs. Er bestaan ook collectieve beheersvennootschappen voor producenten, uitgevers en uitvoerende kunstenaars.
Niet iedereen kan als collectieve beheersvennootschap optreden. De auteurswet legt specifieke voorwaarden op, waaronder het verkrijgen van een vergunning.
Community access points (CAP) (Nederlands: openbare computerruimten)
Plaatsen waar burgers over infrastructuur beschikken om internet te raadplegen en gebruik te maken van scanner, printer en standaardpakket computerprogramma’s; vaak ook de plaats waar men hulp krijgt en initiatiecursussen kan volgen. CAP is een term die gebruikt wordt in het Verenigd Koninkrijk; in Vlaanderen spreekt men momenteel van ‘openbare computerruimten’, naar een gelijknamig project van de federale regering. De internetvoorzieningen van openbare bibliotheken zijn per definitie community acces points.
Contentaggregator
Een individu of organisatie die content verzamelt van verschillende bronnen voor hergebruik of herverkoop.
Computerprogramma (Engels: software)
Computerprogramma’s of software zijn programma’s die door een computer uitgevoerd worden. Naast software bestaat een computer uit hardware, zoals een monitor, printer of harde schijf. Computerprogramma’s vallen uiteen in systeemprogrammatuur – o.a. het besturingssysteem (operating system (OS)) – en toepassingsprogrammatuur, zoals kantoorapplicaties (verdeeld in tekstverwerking, rekenbladen, presentaties en netwerk en/of internet-toegangsprogrammatuur als post-/e-mailafhandeling). Computerprogramma’s zijn te vinden in twee vormen: de broncode of source, wat de (min of meer) door mensen leesbare vorm is, en (2) de door een computer uitvoerbare vorm. Deze laatste vorm heet gecompileerde code, machinecode of binaire code.
Het computerprogramma wordt eerst geschreven in broncode in een bepaalde programmeertaal, en wordt daarna omgezet naar uitvoerbare code. Computerprogramma’s worden beschermd door het auteursrecht, zodat het kopen van een licentie noodzakelijk is, maar wordt ook ter beschikking gesteld onder andere voorwaarden. Gratis computerprogramma’s heten freeware als alleen de machinecode beschikbaar wordt gesteld en open source als ook de broncode wordt vrijgegeven. Open source hoeft trouwens niet altijd gratis te zijn.
Zie ook: Sociale software, Open bron computerprogrammatuur, Vrije software
Copyleft
Copyleft is een kosteloze gebruikerslicentie die het publiek de vrijheid geeft om een creatie en alle afgeleide werken te wijzigen, verbeteren en herdistribueren, op voorwaarde dat dit gebeurt onder dezelfde licentie. De GNU General Public License (GPL) was een van de eerste licenties die op deze manier functioneert; de GNU-licentie voor vrije documentatie is er een ander voorbeeld van, evenals de Creative Commons-licenties.
Zie ook: GNU-licentie voor vrije documentatie, Creative Commons-licenties.
Creative Commons-licenties (CC) (Engels: Creative Commons Licences)
Creative Commons (CC) is een Amerikaans project voor het bevorderen van open inhoud of open content. Daartoe heeft Creative Commons in 2001 verschillende licenties ontwikkeld waarbij de auteur zijn/haar rechten behoudt, maar waardoor werken makkelijker gekopieerd en verspreid kunnen worden en anderen erop verder mogen werken. Aan deze soepele opstelling zijn ook telkens voorwaarden verbonden. De licenties worden vertaald naar het rechtssysteem van verschillende landen. De vier punten van de CC-licenties:
- BY: Attribution of naamsvermelding: kopiëren, distribueren, vertonen en uitvoeren van het werk en afgeleide werken, op voorwaarde van het vermelden van de naam.
- NC: Non-Commercial of niet-commercieel: kopiëren, distribueren, vertonen en uitvoeren van het werk en afgeleide werken alleen voor niet-commerciële doelen.
- ND: No Derivative Works of geen afgeleiden: kopiëren, distribueren, vertonen en uitvoeren van het werk is toegestaan, maar niet het veranderen van het werk.
- SA: Share Alike of gelijk delen: distributie van afgeleide werken is alleen toegestaan onder een identieke licentie.
Creative Commons-licenties bevatten één of meer van deze kenmerken.
Crossmedia
Crossmedia is een term die wijst op de kruisbestuiving van verschillende media, zoals theater, film, televisie, radio, print, internet, games, mobiele toepassingen en live-events. Typisch is niet alleen het multimediale karakter, waarbij tekst, beeld en geluid over meerdere platformen wordt verzonden, maar ook een crosssectorale aanpak die leidt tot nieuwe samenwerkingsverbanden. Bijvoorbeeld kranten die ook filmpjes plaatsen op hun website, televisieprogramma’s waarvoor men ook de krant en internet nodig heeft of een theatervoorstelling die verder leeft op een website.
Culturele industrie, ook: cultuurindustrie
Actoren die voortbrenger of verdeler zijn van producten en/of diensten van culturele aard en waarbij de culturele content bepalend is voor de economische waarde ervan. Die actoren willen hun output commercieel vermarkten met het oog op rendabiliteit (bewerkstelligen van economische zelfstandigheid en realiseren van rendement op de ingezette middelen).
Deze definitie van cultuurindustrie wordt gehanteerd in de persmededeling van minister van Cultuur Bert Anciaux bij de goedkeuring van CultuurInvest.
Curator
Tentoonstellingsmaker
Customer relationship management (CRM)
CRM is een werkwijze waarbij het optimaliseren van alle contacten met de klant centraal staat. Er wordt getracht elke klant een individuele waardepropositie aan te bieden, gebaseerd op zijn of haar wensen. CRM wordt technologisch ingevuld door een computerprogramma waarmee klantgegevens en interacties met deze klanten beheerd kunnen worden.
Cyberspace
In algemene zin kan de term cyberspace worden omschreven als een met de computer gegenereerde virtuele wereld waarin mensen kunnen communiceren. In enge zin wordt de term vaak gebruikt als synoniem voor internet.
D
Databank (Engels: database)
Een gegevens- of databank is een digitaal opgeslagen archief, ingericht met het oog op een flexibele raadpleging en gebruik. De databank heeft steeds een bepaalde structuur waarin die gegevens zijn opgeslagen (databankmodel) en het beheer van de opgeslagen data gebeurt meestal via een computerprogramma: database management system (DBMS).
Database management system (DBMS)
Een database management system, vaak afgekort tot DBMS, is een programma waarmee de gegevens in een databank worden ingevoerd, onderhouden en beheerd.
Data harvesting (Nederlands: oogsten van gegevens)
Systemen of protocollen die metadata van verschillende websites en – meer bepaald in de context van deze nota – van institutionele e-depots kunnen oogsten, zodat het voor gebruikers mogelijk is om simultaan informatie te vinden over publicaties in verschillende e-depots.
Digibetisme
Het ontbreken van de nodige vaardigheden om met digitale informatie om te gaan, naar analogie met analfabetisme.
Digitaal
Tegengesteld aan analoog. Een digitaal signaal heeft slechts twee discrete waarden: aan/uit of 1/0. Tussen deze twee uitersten zijn er geen tussenliggende waarden gedefinieerd. De bit is de eenheid van digitale informatie. Bit is de afkorting van binary digit of binair cijfer (1 of 0). Een byte is een samenstelling van 8 bits. Digitale gegevens hebben een aantal voordelen ten opzichte van analoge. Digitale informatie kan door een computer zonder kwaliteitsverlies worden bewerkt en verzonden (retoucheren, comprimeren, truckeren en dergelijke). Digitale informatie kan ook op een vrij beperkte ruimte worden opgeslagen.
Digitaal depot
Zie: E-depot
Digitaal geboren (Engels: digital born)
Adjectief om aan te geven dat een document in een digitaal formaat gecreëerd werd en enkel in digitale vorm bestaat, bv. elektronische documenten, e-mail, websites, multimedia enz.
Digital rights management (DRM) (Nederlands: digitaal rechtenbeheer)
DRM is een techniek waarmee auteurs de rechten op hun werk op een geautomatiseerde manier kunnen beheren in de digitale netwerkomgeving met behulp van o.a. een computerprogramma. Auteurs geven aan welke handelingen met hun werk zijn toegestaan en tegen welke voorwaarden. Zo kan een auteur enkel toegang geven tot een werk tegen betaling; een uitgever kan een aantal prints of kopieën toestaan of bepalen dat een muziekstuk gratis een aantal keren beluisterd kan worden. (bron: Wikipedia)
Digitale bronnen
Digitale bronnen zijn gegevens, documenten en objecten in digitale vorm. Bij gedigitaliseerde bronnen wordt analoge informatie naar digitale formaten omgezet, bv. gescande documenten of boeken, prenten en foto’s, twee- of driedimensionale representaties van schilderijen en objecten, of naar digitaal formaat omgezette analoge audiovisuele opnames. Bij van oorsprong digitale bronnen (digitaal geboren) wordt de informatie digitaal gecreëerd.
Digitale catalogus
Zie: Ontsluiten
Digitale kloof
Het verschijnsel dat bepaalde groepen van mensen het risico lopen om de aansluiting met de hedendaagse technologische samenleving te missen, bijvoorbeeld doordat ze niet of slechts beperkt beschikken over toegang tot de nieuwe technologieën (internet, informatica, mobiele telefonie...), of doordat het hen ontbreekt aan kennis en vaardigheden om er optimaal gebruik van te maken.
Digitale leeromgeving
Is dat deel van de totale leeromgeving dat door ICT ondersteund wordt en dat elektronische materialen en middelen ter beschikking stelt die de lerende helpt om te leren.
Zie ook: Leeromgeving
Digitale televisie
Digitale televisie, afgekort DTV of DTTV, is de opvolger van analoge televisie. Bij DTV worden de signalen in digitale vorm (als enen en nullen) verzonden. Dit heeft een aantal belangrijke voordelen: de kwaliteit van het signaal is constant, er kunnen verschillende programma’s via één enkel kanaal worden verzonden en er zijn nieuwe toepassingen mogelijk, zoals interactieve toepassingen video on demand, teleshopping, elektronische datadiensten e.d). Een bijzondere vorm van digitale televisie is HDTV of high definition television. Dit is televisie met een verbeterde scherpte. In studio’s en voor het transport van videosignalen tussen tv-stations onderling wordt uitsluitend digitaal gewerkt.
Zie: Interactieve digitale televisie
Digitale trapvelden
Trapvelden is de Noord-Nederlandse term voor looprekjes voor baby’s. In digitale trapvelden wordt aan mensen die nog niet vertrouwd zijn met digitale toepassingen een veilige omgeving aangeboden om hun eerste stappen te zetten. Vaak is er ook persoonlijke begeleiding bij het gebruik.
Downloaden (en uploaden)
Downloaden is het (via een netwerk) ophalen van een bestand van een server naar een pc. Uploaden is het omgekeerde proces.
Draadloos netwerk (Engels: wireless network)
Een draadloos netwerk is een computer- of telefoonnetwerk waarbij de aangesloten apparaten niet via koperen of glasvezelkabels communiceren, maar via elektromagnetische straling (radiosignalen, licht). De belangrijkste draadloze technologieën zijn: Wi-Fi (lokaal netwerk), Bluetooth, GSM, General Packet Radio Service, Universal Mobile Telephone System, IrDA (infrarood licht), UltraWideBand, Worldwide Interoperability for Microwave Access. (bron: Wikipedia)
DSL
DSL staat voor digital subscriber line. Vaak wordt de term ook xDSL genoemd, waarbij de ‘x’ staat voor een van de vele varianten van deze technologie, zoals o.a. ADSL (de bekendste), HDSL, SDSL, VDSL en UDSL. xDSL is dus de algemene term voor alle DSL-varianten. In het algemeen komt de xDSL-technologie erop neer dat via de ‘gewone’ telefoonlijn (koperpaar) digitale data met hoge snelheden kunnen worden verzonden (bv. voor het gebruik van internet) en dat via dezelfde lijn ook nog kan worden getelefoneerd.
E
E-archief (Engels: repository)
Archiefdocumenten en -bestanden in elektronische vorm (bv. databestanden van de overheid enz.).
E-depot, ook: digitaal depot
Een e-depot is een depot van ‘elektronische publicaties’ (bv. websites, e-mails, weblogs enz.), maar ook van datasets of andere digitaal geboren documenten, geluid en beeld of objecten. Het omvat het geheel van apparatuur, programmatuur, procedures, methoden, kennis en vaardigheden om op grootschalige basis digitale informatie op lange termijn te beheren en beschikbaar te houden. De werking en scope van een ‘e-depot’ is afhankelijk van de opdracht en de organiserende instanties. Er zijn diverse varianten. Een e-depot kan een wettelijk omschreven opdracht zijn die aan een instelling van nationaal belang wordt toegekend (bv. nationale bibliotheek of archiefinstelling).
Zie ook: Institutioneel e-depot
E-leren (Engels: e-learning)
Leren en doceren met behulp van internettechnologie. Kenmerkend voor deze manier van leren is dat er elektronische hulpmiddelen gebruikt worden, zowel voor de organisatie van het leren als voor het leerproces zelf. E-leren is nooit een doel op zich, maar ondersteunt het flexibel opleiden en nieuwe vormen van leren.
E-government
Het geheel van computertoepassingen die de overheden ontwikkelen om hun werking te optimaliseren, zowel voor de interne werking als in hun contacten met en de dienstverlening aan de burger via elektronische weg.
E-leerplatformen
Zijn leeromgevingen en leergemeenschappen die inhouden, processen en programma’s als bouwstenen verzamelen en in een hybride omgeving integreren.
Eindtermen
Minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie.
Zie ook: Vakspecifieke eindtermen, Vakoverschrijdende eindtermen.
Elektronische dienstverlening
Alle types van diensten van een organisatie die elektronisch verlopen, het geheel van computertoepassingen van een organisatie die ter beschikking staan van klanten/gebruikers.
Elektronische programmagids (EPG)
Als onderdeel van digitale televisie is een EPG een gids die een schematisch overzicht biedt van de aangeboden programma’s die digitaal doorzocht en geselecteerd kunnen worden.
Elektronische vraagbaak
Een computertoepassing waardoor het publiek vragen om informatie kan stellen via elektronische weg en het antwoord ook elektronisch kan ontvangen. In cultuur kunnen die vragen bijvoorbeeld gesteld worden aan de bibliotheek, het jeugdhuis, de sociaal-culturele instelling of het cultuurcentrum. De vraag kan elektronisch doorgespeeld worden naar specialisten zonder dat de gebruiker dit hoeft te merken of op te volgen. Vaak kan men ook zoeken in veelgestelde vragen en antwoorden (FAQ’s of frequently asked questions).
Empowerment
Empowerment verwijst naar het delen van macht en (schaarse) bestaansmiddelen, en de weloverwogen inspanningen van sociale groepen – en hun individuele leden – om hun eigen bestaan in handen te nemen en hun levensomstandigheden – gaande van individuele vaardigheden en zelfvertrouwen tot materiële welvaart en maatschappelijke en politieke participatie – te verbeteren. Empowerment steunt steeds op processen die van onderuit groeien.
Zie ook: bottom-up.
Ether
De ether is een omroepterm waarmee de ruimte bedoeld wordt waarin elektromagnetische golven met de radio- en televisie-uitzendingen zich verspreiden.
F
Flash
Macromedia Flash is een computerprogramma dat ontwikkeld werd door het bedrijf Macromedia (nu een onderdeel van Adobe) en waarmee animaties, korte filmpjes en webapplicaties (zoals spelletjes en hele websites) gemaakt kunnen worden. Het wordt veel gebruikt om websites aan te kleden en voor reclame-uitingen bij websites, zogenaamde ‘banners’. Het is kenmerkend voor Flash dat tekst, afbeeldingen, animaties en geluid ondergebracht zijn in één enkel bestand, waardoor tekst en afbeeldingen niet eenvoudig gekopieerd kunnen worden uit een website.
Folksonomie (Engels: folksonomy)
Folksonomie is een samentrekking van de woorden ‘folk’ (mensen) en ' taxonomie'. Het is een vorm van definiëring en ordening van gegevens door gebruikers of de internetgemeenschap zelf, op basis van consensus.
Formeel leren
Een leerproces dat plaatsvindt in een georganiseerde en gestructureerde omgeving (in een school, opleidingscentrum of op de werkplek) en dat uitdrukkelijk als leren wordt aangeduid in termen van doelstellingen, tijd of middelen. Formeel leren is een bewuste keuze vanuit het standpunt van de lerende. Het leidt doorgaans tot een certificering, bv. het uitreiken van diploma’s in het onderwijs.
Zie ook: Informeel leren, Niet-formeel leren
Forum
Een forum of een discussieforum op internet is een online, interactieve omgeving, meestal gewijd aan een bepaald thema, waar men publieke berichtjes kan posten waarop anderen kunnen reageren, zodat er discussie en uitwisseling kan ontstaan.
G
Gateopener
Gateopener verwijst naar de faciliterende rol die men kan spelen om handelingen en interacties mogelijk te maken. Gateopener kan men ook beschrijven als een rolverandering van de gatekeeper of ‘sluiswachter’ – die bewaakt wat en wie in- en uitgaat, het verkeer regelt en filtert – naar de gateopener, die eerder dingen mogelijk maakt en faciliteert.
Geletterdheid, meervoudige geletterdheid of multigeletterdheid (Engels: multiliteracies)
Het begrip ‘geletterdheid’ bevindt zich tussen twee extremen: het gaat van de basisvaardigheden lezen en schrijven tot het lezen van hoogstaande literatuur. Die omschrijving van begin- en eindpunt sluit aan bij de woordenboekdefinitie van ‘geletterdheid’: Van Dale opent met ‘kunnende lezen en schrijven’ (maar plaatst daar ‘verouderd’ bij) en vervolgt met: ‘veel gestudeerd hebbend, belezen’ het ideaal van de ‘geletterde man’.
Het begrip multiliteracies of multigeletterdheden probeert het begrip geletterdheid in de eerste plaats te verbreden. Het concept staat haaks op het ideaal van de back-to-basicsbeweging waarin een enkelvoudige (boeken)geletterdheid primeert. Een veelheid aan discoursen – beïnvloed door globalisering, digitalisering en mediatisering – staat centraal. Globalisering zorgt ervoor dat we geconfronteerd worden met meerdere talen, teksten en verhalen. Digitalisering zorgt voor een variëteit aan media – woord, beeld, klank – die ons via één drager bereiken en aan elkaar gerelateerd worden. De mediatisering maakt dat de realiteit opgedeeld is in lifestyles, subculturen, hybride culturen, multimodaliteiten enz. We hebben vandaag de dag dus multigeletterdheden nodig om betekenis te geven aan de drie terreinen van ons bestaan, die grondig aan het veranderen zijn: het werk, het publieke leven en het privéleven. De rode draad binnen deze veranderingen is het toenemende belang van diversiteit en de verschillen waarover moet worden onderhandeld.
Gemeenschapsmediacentrum (Engels: community media center)
Een openbare voorziening voor de leden van een lokale gemeenschap waar men toegang heeft tot allerhande media, waar men internet kan raadplegen, muziek beluisteren of downloaden, film of video bekijken enz.
Zie ook: Community access points
Gemengde realiteit (Engels: mixed reality)
In een gemengde realiteit wordt de virtuele wereld in mindere of meerdere mate in de ‘echte’ wereld geïntegreerd. Een voorbeeld hiervan is wearable computing, waarbij ICT in de kleding wordt geïntegreerd.
GIF
GIF of graphics interchange format is een bestandsindeling voor het opslaan van afbeeldingen in digitale vorm. GIF is een grafische bestandsindeling met pixels. GIF ondersteunt kleuren, verschillende resoluties, animatie en een transparante achtergrond. Het aantal kleuren in een GIF-bestand is beperkt tot maximaal 256 (door het gebruik van 8 bits).
GIMP
Een GIMP of GNU Image Manipulation Program is een beeldbewerkingsprogramma dat draait op Unix-achtige platformen (waaronder Mac OS X en Linux), 32-bits Windows en OS/2.
GNU vrije documentatie-licentie (Engels: GNU free documentation license (GFDL))
De GNU-licentie voor vrije documentatie of GFDL is een licentie die gebruikt wordt om tekstmateriaal onder bepaalde voorwaarden vrij verspreidbaar te maken. De GFDL is in de eerste plaats geformuleerd voor de documentatie van vrij verspreidbare computerprogramma’s onder de GNU general public license in het GNU-project, dat door Richard Stallman in 1984 werd gelanceerd (www.gnu.org). De GFDL wordt ook toegepast voor andere documenten. De licentie stipuleert dat het document na gebruik of wijziging opnieuw onder de DFDL moet worden publiek gemaakt en dat de voorgaande auteurs moeten worden vermeld.
Zie ook: Licentie, Creative Commons licenties, Copyleft
H
Hardware
Met hardware worden in de computertechniek alle fysieke componenten aangeduid die in een computer een rol spelen. De term wordt gebruikt als tegenhanger van software of computerprogramma’s. (bron: Wikipedia)
Zie ook: Computerprogramma’s
Head-mounted display (HMD)
Een head-mounted display (HMD) is een soort bril waarvan de glazen door kleine beeldschermen zijn vervangen. Door videomateriaal – bijvoorbeeld gegenereerd door de computer – op die manier aan een toeschouwer te presenteren, krijgt de toeschouwer heel sterk het gevoel fysiek in de getoonde beeldenwereld aanwezig te zijn.
Zie ook: Immersie
HTML
HTML of hypertext markup language is een markup-taal – afgeleid van SGML – om informatiepagina’s op internet (meer bepaald het www) aan te maken (‘to mark up’). HTML bestaat uit een aantal codes (de zogenaamde ‘tags’) waarmee zowel de structuur als de lay-out van een www-pagina kan worden gedefinieerd, zoals het in vet weergeven van een woord, het maken van een paginabrede titel enz. Bovendien kunnen woorden, regels tekst of beelden worden gemarkeerd als hyperlinks die verwijzen naar een ander www (HTML)-document, zodat de gebruiker vanuit elke www-pagina kan ‘springen’ naar andere www-pagina’s (eventueel opgeslagen in andere servers) of naar grafische beelden, videobestanden of audiofiles.
Zie ook: Hypertekst
Hypertekst
Hypertekst is de verzamelnaam die gegeven wordt aan elk open of gesloten geheel van elektronische documenten, zoals tekst, klank of beeld, die via links met elkaar verbonden zijn en waarvan de lectuur niet lineair is gestructureerd, zodat een groot aantal leesmogelijkheden open liggen. De bekendste hypertexttaal is ongetwijfeld HyperText Markup Language (HTML) op het world wide web.
I
i-Mode
i-Modeis de naam van het Japanse systeem om via een mobilofoon toegang te krijgen tot internet. i-Mode werd in 1999 door het bedrijf NTT DoCoMo geïntroduceerd en is dus in feite de tegenhanger van het WAP-systeem (wireless application protocol). In tegenstelling tot WAP (dat gebruik maakt van de HTML-variant WML) maakt i-Mode gebruik van een eigen taal (cHTML).
Immersie
Betekent letterlijk ‘onderdompeling’. Wordt vaak gebruikt in de context van een artificiële omgeving of virtuele realiteit, waarin de gebruiker in een real time-realiteit wordt gedompeld.
Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is het verzamelwoord voor alles wat zich met informatiesystemen, telecommunicatie en computers bezighoudt. Hieronder valt het ontwikkelen en beheren van systemen, netwerken, databanken en websites, net als het onderhouden van computers en programmatuur en het schrijven van administratieve software. Vaak gebeurt dit in een bedrijfskundige context. Vroeger noemde men deze categorie simpelweg ‘IT’ (‘informatietechnologie’). Later bleek dat communicatie minstens zo belangrijk was als informatie. Met de komst van internet groeide de behoefte om ook de communicatie in één woord met de informatie te noemen. Onder informatietechnologie worden hardware- en softwareproducten (computerprogramma’s) en diensten verstaan, onder communicatietechnologie worden communicatieapparatuur- en diensten gerekend. (bron: Wikipedia)
Informeel leren
Een leerproces dat voortvloeit uit de dagelijkse activiteiten die verband houden met het werk, het gezin of de vrijetijdsbesteding. Dit leren wordt niet georganiseerd of gestructureerd in termen van doelstellingen, tijd of leerondersteuning. Informeel leren gaat in de meeste gevallen niet uit van een initiatief van de lerende. Doorgaans leidt het niet tot een certificering.
Zie ook: Formeel leren, Niet-formeel leren
Institutionele e-depots (Engels: trusted digital repositories)
Specifieke term voor e-depots van (wetenschappelijke) instellingen en universiteiten voor hun eigen elektronische publicaties, meestal in een open toegang (‘open access’)-omgeving.
Zie: E-depot
Intellectuele eigendomsrechten
Verzamelnaam voor een aantal rechten, waaronder enerzijds de industriële eigendomsrechten zoals de octrooien of patenten, uitvindingen, handelsmerken en modellen, en anderzijds de artistieke eigendomsrechten, waaronder het auteursrecht, de naburige rechten en de bescherming van de databanken en van computerprogramma’s of software.
Zie ook: Auteursrecht
Interactief
Interactief betekent letterlijk ‘in beide richtingen verlopend’. Een communicatieproces verloopt interactief wanneer de verzender tijdens de communicatie ook ontvanger wordt en omgekeerd. De term is echter zeer breed en kan – bijvoorbeeld bij multimediaprogramma’s –
verschillende betekenissen hebben, gaande van interactie die voorgeprogrammeerd is, zoals de mogelijkheid om keuzes te maken uit een menu, tot de meer gevorderde vormen van interactiviteit waarbij zender en ontvanger met elkaar in een open dialoog gaan. Participatie verschilt van interactie omdat participatie niet alleen gaat over deelnemen maar ook over mee (samen) beheren.
Zie ook: Participatie
Interactieve digitale televisie (iDTV)
Digitale televisie (DTV) betekent dat het televisiesignaal digitaal wordt verstuurd via de kabel, telefoondraad of andere kanalen. Bij de radio spreekt men over DAB (digital audio broadcasting). Het signaal is van constante kwaliteit (maar komt pas echt tot zijn recht als je over een digitale tv of radio beschikt) en er kunnen in principe ook meerdere programma’s via één kanaal worden verstuurd. Digitale televisie maakt interactieve toepassingen mogelijk, zoals video on demand, waarbij met behulp van de afstandbediening van de tv de kijker films kan bestellen.
Zie ook: iTV
Interface
Via een interface of ‘intermediair’ kunnen niet-identieke programma’s of systemen met elkaar communiceren. Mens en machine kunnen dat bijvoorbeeld (nog) niet zonder problemen. Zo is de informatie die voor een mens begrijpelijk is (bv. woorden en beelden) niet hetzelfde als de informatie van bijvoorbeeld een computer (enen en nullen). Een beeldscherm is een voorbeeld van een interface tussen een computer en een gebruiker: het zet de digitale informatie van de computer om in een textuele of grafische vorm. Voor de besturing van de computer door de gebruiker is ook een interface nodig: meestal is dat een toetsenbord, vaak in combinatie met een muis. Deze bemiddeling is niet alleen noodzakelijk tussen mens en machine, maar ook tussen computeronderdelen zelf of tussen twee mensen als die niet dezelfde taal spreken en nood hebben aan een tolk. Ook buiten de computerwereld zijn interfaces overal te vinden. Zo zijn de afstandbediening van de tv of de knoppen op een mp3-speler ook voorbeelden van interfaces. De interface zet dus de informatie van het ene systeem om in begrijpelijke en herkenbare informatie van een ander systeem.
Internet
Internet is een afkorting voor Interconnected Networks, een groot openbaar netwerk van computernetwerken waarvan de afspraken worden beschreven in de Requests For Comments die worden beheerd door de Internet Engineering Task Force. De oorsprong van internet is te vinden in ARPANET, een in 1969 gestart netwerk van militaire en later ook universiteitsnetwerken in de Verenigde Staten. Inmiddels is internet een wereldomvattend fenomeen en het meest gebruikte communicatiemiddel ooit. Computers kunnen met elkaar via internet communiceren dankzij protocollen. Een bijna universeel gebruikt protocol is het zogenaamde internetprotocol (IP). In het dagelijkse spraakgebruik is internet vaak een synoniem voor het world wide web, maar dat is slechts een van de vele diensten. Andere bekende diensten zijn e-mail, file transfer protocol (FTP) om bestanden tussen computers uit te wisselen en ‘usenet’ voor het uitwisselen van bestanden van nieuwsgroepen. Internet is ten slotte niet te verwarren met een intranet, een computernetwerk dat alleen beschikbaar is binnen een organisatie of gebouw. (bron: Wikipedia)
Internetprotocol (IP)
Het (Unix-)netwerkprotocol dat zorgt voor de samenstelling en de routering van de datapakketten. Het wordt gebruikt voor de transmissie van data via internet.
Het internet protocol address of kortweg ‘IP address’ is de identificatie van een internetcomputer die werkt volgens het TCP/IP-protocol. Elke op internet aangesloten computer heeft een eigen IP-adres.
Interoperabiliteit
Interoperabiliteit betekent in het algemeen dat systemen (of apparatuur) in staat zijn tot onderlinge uitwisseling of/en communicatie. De systemen kunnen m.a.w. ‘praten met elkaar’ en zijn in zekere zin ‘compatibel’. Om interoperabiliteit te bereiken zijn standaarden, protocollen en procedures erg belangrijk.
Zie ook: Standaarden
Intertekstueel
Het koppelen van verschillende informatie-eenheden via hyperlinks.
Zie ook: Hypertekst
Intranet
Een intranet is een privaat netwerk binnen een organisatie. Het kan bestaan uit verschillende aan elkaar gekoppelde lokale netwerken (LAN’s). Voor de gebruiker is het intranet een privéversie van internet. Het primaire doel is het elektronisch delen van informatie binnen een organisatie. Ook kan het gebruikt worden voor teleconferenties en om het elektronisch samenwerken in groepen te faciliteren en stimuleren. (bron: Wikipedia)
Inventaris
Zie: Ontsluiten
iPOD
iPod, of portable open database, is een draagbare mp3-speler van Apple en werd in eerste instantie ontworpen om audiobestanden op te slaan en af te spelen met een grote capaciteit (tot duizenden liedjes). Met het computerprogramma iTunes kan een persoonlijke verzameling cd’s in een iPod opgeslagen worden en kunnen muziekbestanden via de iTunes music store van het net gedownload worden. (bron: Wikipedia)
ISDN
ISDN staat voor integrated services digital network, soms ook Euro-ISDN genoemd. Het is een internationaal (Europees) gestandaardiseerd digitaal netwerk (DN) waarop verschillende toepassingen kunnen worden aangesloten, zoals telefoon, telefax, internet enz. Datacommunicatie via ISDN verloopt kwalitatief beter en sneller (64 Kbps tot 2 Mbps) dan via de klassieke analoge netwerken, zoals een telefoonlijn of een X.25-verbinding. Bovendien biedt ISDN de gebruiker een aantal extra faciliteiten, zoals het gelijktijdige gebruik van verschillende werkstations, de identificatie van de opbeller, het verzenden van multimediatoepassingen (vooral bij B-ISDN) enz.
Zie ook: ADSL, DSL
iTV
Term die in de industrie wordt gebruikt om een waaier aan toepassingen van interactieve televisie aan te duiden.
J
JPEG
JPEG of Joint Photographic Experts Group is een bestandsindeling voor het opslaan van afbeeldingen in digitale vorm. Ze is gebaseerd op datacompressie en op een broncodering. Andere compressiemethoden zijn bv. GIF of PNG.
K
Kenniseconomie
Kenniseconomie is een vrij abstract begrip uit de economie waarmee wordt bedoeld dat een significant deel van de economische groei voortkomt uit (technische) kennis. Het is een economie waarin de productiefactor ‘kennis’ een steeds belangrijkere plaats inneemt ten opzichte van arbeid, grondstoffen en kapitaal, de drie traditionele productiefactoren. Dit past binnen de algemene verschuiving van arbeid in de landbouw naar industrie, en van industrie naar diensten. Door het toepassen van kennis is innovatie mogelijk, die op haar beurt leidt tot nieuwe producten of diensten en zo economische groei mogelijk maakt. (bron: Wikipedia)
L
LAN (Local Area Network)
Een local area network is een groep (minimum twee) computers die rechtstreeks of via een gedeeld medium met elkaar verbonden zijn. Er bestaan twee manieren om verbindingen te leggen: door middel van kabels of door radiogolven (Wi-Fi). Een LAN wordt beperkt tot een lokaal gebied, gewoonlijk binnen één gebouw of complex, zoals een school, een bedrijventerrein of een overheidsgebouw.
Last mile
Een term die de laatste lengte van een kabelconnectie van een communicatieprovider naar een gebruiker aanduidt, meestal aangewend in de telecommunicatie en kabelindustrieën.
Leergebied
Geheel van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes rond bepaalde inhouden in het kleuter- en lager onderwijs (basisonderwijs). Men onderscheidt vijf leergebieden: wiskunde, wereldoriëntatie, lichamelijke opvoeding, taal en muzische vorming.
Leerling-betrokkenheid
Pedagogisch uitgangspunt waarbij de leerling op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes voortdurend bij alle stadia van het (les)onderwerp betrokken wordt.
Leeromgeving
Het totaal aan middelen, strategieën, personen en faciliteiten dat de lerende in staat stelt om te leren. De lerende leert door middel van interactie met die leeromgeving. Een traditionele leeromgeving kan bestaan uit een docent, medelerenden (bv. leerlingen), lesmaterialen als een boek, oefenmateriaal, verschillende informatiebronnen, de fysische omgeving waarin de lerende zich bevindt (een klaslokaal of practicumruimte) en hulpmiddelen als papier, schrijfwaren enz.
Zie ook : Digitale leeromgeving
Licentie
De auteur van een auteursrechtelijk beschermd werk krijgt automatisch het recht te bepalen wie het mag openbaar maken of vermenigvuldigen. De auteur kan een exclusieve of niet-exclusieve licentie geven of een gebruiksrecht verlenen aan een derde partij om een werk openbaar te maken, te kopiëren, te bewerken, te verhuren, uit te lenen of meer in het algemeen te exploiteren. Zo’n derde partij kan zowel een gebruiker zijn als een organisatie die iets met het werk mag doen op grotere schaal, op voorwaarde dat dit contractueel wordt vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn de softwarelicentie, de rechten die de auteur van een boek of van een muziekwerk aan een uitgever verleent, de rechten om een stripverhaal te maken van een televisiereeks, de Creative Commons-licenties enz.
Zie ook: Auteursrecht
Linkblog
Een linkblog is (een gedeelte van) een weblog die bestaat uit links naar websites en andere weblogs die zijn voorzien van een korte commentaartekst.
Linux
Linux (in 1991 ontwikkeld door de Finse student Linus Torvalds) is een afgeleide van het besturingssysteem Unix. Linux heeft het voordeel dat het (de broncode) gratis is en dat het op verschillende platformen kan worden gebruikt (Macintosh, PC, Unix...). Linux is sinds het midden van de jaren negentig populair bij softwareontwikkelaars, niet enkel voor het ontwikkelen van computerprogramma’s maar ook voor netwerk(internet)toepassingen.
(The) Long Tail
Term die voor het eerst werd gelanceerd door Chris Anderson in een artikel uit 2004 in het tijdschrift Wired om bepaalde webgebaseerde economische modellen te beschrijven, zoals Amazon of Netflix. De term werd geadopteerd uit de statistiek en beschrijft een figuur die ontstaat in een XY-grafiek die populariteit afmeet t.o.v. beschikbaarheid. (bron: Wikipedia)
M
Mediacoach
Een expert die mensen vaardigheden bijbrengt om met media om te gaan. Media kan slaan op pers en journalisten, maar met media worden ook de multimediale toepassingen bedoeld die zich op het brede publiek richten.
Mediaconvergentie
Vroeger was er een duidelijk verschil tussen het telefonienet, het televisienet, de radio en andere vormen van gegevensoverdracht. Door de groei van de beschikbare bandbreedte voor het internetprotocol is het onderscheid tussen verschillende datastromen kleiner geworden: telefonie vindt niet langer alleen via telefoonkabels plaats, kabeltelevisie niet alleen via televisiekabels en radio wordt niet uitsluitend via de ether verzonden, maar ook via de netwerkruimte. Het samenkomen van deze verschillende gegevensstromen door ICT wordt ‘convergentie’ genoemd.
Media-educatie
Leert gebruikers kritisch kijken naar hun mediagebruik en meer in het algemeen naar hoe media op hun gedrag en belevingen inwerken. Media-educatie betekent ook leren over media door die media te gebruiken. Daarbij is een gebruiker niet alleen mediaconsument maar ook een actieve mediaproducent.
Mediageletterdheid
Zie: Geletterdheid
Metacognitie
Leren hoe je moet/kunt leren.
Metadata
Metadata zijn gegevens (data) die de karakteristieken van bepaalde gegevens beschrijven. Het zijn dus eigenlijk data over data. De metadata bij een bepaald document kunnen bijvoorbeeld zijn: de auteur, de datum van schrijven, het aantal pagina’s en de taal waarin de gegevens zijn opgesteld. Het expliciet opslaan van metadata bij data in digitaal formaat waar ze betrekking op hebben, heeft als voordeel dat die data makkelijker gevonden kunnen worden.
Motion tracking
Motion tracking betekent het nauwkeurig registreren van de bewegingen van een persoon met behulp van speciaal daartoe ontwikkelde sensoren of camera’s. De geregistreerde bewegingen worden doorgegeven aan een computer, die deze bewegingen bijvoorbeeld kan overdragen op een virtueel personage in een computeranimatie, of op bewegingen van een virtuele stuntman met het oog op speciale effecten in een langspeelfilm.
MPEG
MPEG (motion picture experts group) is een internationale standaard voor de compressie van bewegende (video)beelden en audio. De (beeld)compressie is gebaseerd op het feit dat opeenvolgende beelden slechts in geringe mate van elkaar verschillen. MPEG voorspelt dan ook de inhoud van een volgend beeld op basis van het huidige. Alleen de verschillen tussen de beelden worden gecodeerd. Op regelmatige tijdstippen worden zogenaamde referentiebeelden (key frames) opgeslagen. De overige beelden worden daarmee vergeleken. Alleen de verschillen worden in aanmerking genomen. MPEG kent vijf varianten: MPEG-1, MPEG-2, mp3 (audio), MPEG-4 en MP-7.
Zie ook: MPEG3
MPEG3 of mp3
MPEG-3 (ook MPEG-1/Layer 3 of mp3 genoemd) is een bestandsformaat voor digitale audio met een relatief grote compressie. Mp3 wordt daarom vooral gebruikt voor het ter beschikking stellen van audio via internet. Het grote voordeel van mp3 is immers dat de bestandsgrootte klein is.
Multiliteracies (Nederlands: multigeletterdheid of meervoudige geletterdheid)
Zie: Geletterdheid
Multimedia
Multimedia is een term die verwijst naar digitale media waarop zowel tekst, geluid als (al dan niet bewegend) beeld kan worden opgeslagen en waarin interactiviteit tussen gebruiker en programma mogelijk is. Voorbeelden van multimedia zijn internet, dvd of pda.
Muzische vorming
Leergebieden in het basisonderwijs die focussen op creatieve, culturele en kunstzinnige inzichten, vaardigheden, kennis en attitudes bij kleuters en lagereschoolkinderen. Beeld, muziek, drama, beweging en media vormen de domeinen binnen dit leergebied.
Zie ook: Muzisch-creatieve vorming
Muzisch-creatieve vorming
Vakoverschrijdende eindtermen in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs die focussen op creatieve, culturele en kunstzinnige inzichten, vaardigheden, kennis en attitudes.
Zie ook: Muzische vorming
MySql
MySQL is een database managementsysteem waarmee op een relatief eenvoudige wijze grote hoeveelheden databasegegevens kunnen worden beheerd.
N
Netwerkcultuur
Netwerken spelen in de postindustriële maatschappij een belangrijke rol in het sociale leven, de financiële wereld, de economie enz. Daarom spreekt men van de netwerkmaatschappij(M. Castells, The Rise of the Network Society). Met het begrip netwerkcultuur wordt aangegeven dat netwerken meer zijn dan aan elkaar gekoppelde computers. Het zijn ook sociale structuren die de vorm aannemen van formele of informele groepen met een belangrijke interne dynamiek. De inzet van netwerktechnologie maakt dat die groepen breder en dieper kunnen werken en evolueren naar performante netwerken voor communicatie en uitwisseling. Die technologie wordt ontwikkeld in wisselwerking met die sociale dynamieken en bestaat vooral uit sociale software, zoals forums, weblogs, gemeenschappelijke publicatieplatformen als wiki’s, uitwisselingsplatformen enz. Daarnaast spelen ook sociale protocollen een rol: faciliteren, modereren, opstellen van gedragsregels, scheppen van vertrouwen enz.
Zie ook: Sociale software
Niet-formeel leren
Leren dat ingebed is in geplande activiteiten die niet uitdrukkelijk als leren worden bestempeld (in termen van leerdoelstellingen, leertijd of leerondersteuning), maar die een belangrijk leerelement omvatten. Niet-formeel leren is vanuit het standpunt van de lerende een bewuste keuze. Het leidt doorgaans niet tot een certificering. Denk aan het sociaal-cultureel werk.
Zie ook: Formeel leren, Informeel leren
Nieuwsgroep (Engels: newsgroup)
Een nieuws- of discussiegroep (newsgroup) is een groep gebruikers die over een bepaald onderwerp via internet(of een intranet) informatie en/of ideeën uitwisselen. In tegenstelling tot e-mail, waarbij de communicatie (meestal) tussen twee individuen verloopt, is elk verzonden nieuwsbericht in principe voor iedereen toegankelijk. Er bestaan tienduizenden verschillende nieuwsgroepen rond evenveel thema’s. De internationale verzamelnaam van alle nieuwsgroepen op internet is Usenet (ook wel ‘NetNews’ of kortweg ‘News’ genoemd).
O
Ontologie
In de context van de informatiewetenschappen is een ontologie een conceptualisering van een domein: een gestructureerd datamodel met concepten en mogelijke relaties tussen concepten die courant en belangrijk zijn in een bepaalde discipline of werkgebied. Een ontologie kan gebruikt worden als basis voor een informatiesysteem en is een belangrijk instrument voor geautomatiseerd, intelligent redeneren binnen zo’n systeem. Een ontologie over wijn zal bijvoorbeeld concepten bevatten als wijngaard, regio, druivensoort, wijnproducent en allerlei eigenschappen van wijn (kleur, smaak, ouderdom...), een ontologie over beeldende kunst zal concepten bevatten als persoon (kunstenaar), organisatie, kunstwerk, tijd, plaats.
Zie ook: Taxonomie
Ontsluiten
In de context van erfgoedzorg betekent het ontsluiten van collecties van documenten of objecten in het algemeen het toegang geven tot collecties of collectie-items door ze via bepaalde ontsluitingsmethoden en ‘ontsluitingstalen’ (bv. een thesaurus of een classificatie) op systematische wijze te ordenen, beschrijven of registreren, zodat de collectie doorzoekbaar is. Het eindproduct kan een ‘catalogus’ zijn die in vele gevallen ook online kan worden geraadpleegd. In archieftermen spreekt men eerder van een inventaris. Ook monumenten en landschappen kunnen ontsloten worden, bv. in databanken.
Ontwikkelingsdoelen
Minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid wenselijk acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie.
Open bron-computerprogrammatuur (Engels: open source software)
Open bron-computerprogrammatuur is computerprogrammatuur waarvan de broncode in te kijken en te veranderen is. Bij de meeste commerciële computerprogrammatuur is de broncode gesloten en wordt die als een bedrijfsgeheim beschouwd. De gebruiker ‘koopt’ of ‘huurt’ een programma en wanneer het aangepast moet worden richt de consument zich opnieuw tot de leverancier van het originele programma om de executable of uitvoerbare code aan te passen. Bij open bron-computerprogramma’s kan men dit zelf doen en de kennis erover zelf opbouwen. (bron: Wikipedia)
Zie ook: Computerprogramma (of software), Vrije computerprogrammatuur
Open inhoud (Engels: open content)
(Digitale) informatie die niet afgeschermd wordt door exclusieve intellectuele eigendomsrechten of voor commerciële exploitatie, en waarover in zekere mate vrij kan worden beschikt, zonder afbreuk te doen aan de rechten van auteurs.
Zie ook: Copyleft, Creative Commons-licenties, Open toegang
Open standaard
Zie: Standaarden
Open toegang (Engels: open access)
Open toegang is een term waarmee aangegeven wordt dat de toegang tot digitale informatie zo weinig mogelijk belemmerd wordt door intellectuele eigendomsrechten, zonder afbreuk te doen aan de rechten van auteurs. De ‘open access’-beweging is ontstaan als antwoord van de wetenschappelijke wereld op bepaalde gebruiken van de grote commerciële uitgevers en information brokers die op basis van digital rights management (DRM) wetenschappelijke informatie beveiligen en afschermen om ze te exploiteren: enkel na betaling heeft men toegang tot die informatie. Dit kan wetenschappelijk onderzoek bemoeilijken en is vooral ten nadele van minder kapitaalkrachtige onderzoeksgemeenschappen.
Zie ook: Open inhoud, Copyleft
Opslagformaat
Het opslagformaat is de broncode op basis waarvan gegevens op een digitale gegevensdrager zijn opgeslagen. Voor elektronische records verwijst het bestandsformaat naar het computerformaat dat wordt beschreven door een standaard of een specificatie.
Zie ook: Bestandsformaat
P
Paradigma, paradigmawijziging
Een paradigma slaat in de context van deze publicatie op een samenhangend geheel van regels, overtuigingen en praktijken dat op een bepaald moment en in een bepaalde discipline als gangbaar, richting- of zelfs normgevend wordt beschouwd. Het is een referentiekader waarin en waardoor men sociaal, cultureel en wetenschappelijk functioneren analyseert en duidt. Men spreekt van een paradigmawissel of -wijziging wanneer nieuwe inzichten (theoretisch of praktisch) en praktijken leiden naar nieuwe regels die krachtiger blijken te zijn dan de regels die het oude paradigma bepaalden, en op die manier het referentie- en duidingskader of paradigma veranderen.
Participatie
Term uit de democratische theorie (democratic theory) inzake de deelname aan besluitvormingsprocessen. Bij volledige participatie heeft elke deelnemer die lid is van een besluitvormingsinstantie evenveel macht bij het nemen van een beslissing om het resultaat van dat besluit te bepalen. Gedeeltelijke participatie wijst op een proces waarbij twee of meer partijen elkaar beïnvloeden bij het nemen van beslissingen, maar waarbij de uiteindelijke beslissingsmacht slechts bij één partij ligt. Ook in cultuur spreekt men over participatie en wordt er een onderscheid gemaakt tussen ‘deel nemen’ en ‘deel hebben’: deelnemen aan een culturele activiteit als toeschouwer is iets anders dan ‘deel hebben’, waarmee op participatie wordt gewezen in de besluitvorming rond culturele activiteiten. In digitale cultuur wijst participatie op de actieve inbreng van deelnemers in een creatie. Ook hier kan een onderscheid gemaakt worden tussen het ‘hebben’ van een inbreng zonder een beslissende invloed te hebben op het geheel, en het mee sturen en beheren van een digitaal project.
Pda
Een pda of personal digital assistant is een zakcomputer die als elektronische agenda, persoonlijke databank (adressen en telefoonnummers, notities enz.) en (vaak ook) als communicatie-instrument fungeert. Pda’s kunnen worden uitgerust met een modem en eventueel worden geïntegreerd met een mobilofoon.
PDF
Een PDF of portable document format is een bestandsformaat dat ontwikkeld werd door Adobe Systems. Een PDF-document kan op verschillende systemen en toepassingen worden bekeken zonder dat het document zijn oorspronkelijke vormgeving verliest. Voor het bekijken van een PDF-document is een Adobe Acrobat Reader nodig.
Peer
Engels woord voor ‘gelijke’.
Peer to peer (p2p) delen van bestanden (Engels: peer to peer filesharing)
Netwerken voor het uitwisselen van bestanden (filesharing) tussen computergebruikers die aangesloten zijn op hetzelfde netwerk (bv. internet). Meestal wordt ergens op een centrale server een index van alle gebruikers en/of bestanden bijgehouden. Maar het downloaden van de bestanden gebeurt grotendeels anoniem tussen personal computers. De centrale server zorgt ervoor dat de twee pc’s met elkaar in verbinding worden gebracht. Voorbeelden van zo’n uitwisselingsnetwerken zijn Gnutella, FastTrack, WinMX, BitTorrent en eDonkey2000. Het concept wordt op grote schaal toegepast voor het gratis en grotendeels anoniem downloaden van muziekbestanden tussen internetgebruikers.
Zie ook: Peer to peer netwerk
Peer to peer (p2p) netwerk
Een peer to peer netwerk (of p2p) is een computernetwerk dat niet gebaseerd is op een werkstation- (of ‘client’) – servermodel , maar op een aantal gelijkwaardige aansluitingen tussen computers die samen en tegelijk functioneren als server én werkstation voor de andere aansluitingen in het netwerk. Elke aansluiting kan ontvangen en weer doorsturen aan een andere aansluiting.
Zie ook: Peer to peer delen van bestanden
Private video recorder (PVR), ook: personal video recorder
Een PVR of private video recorder is een videorecorder waarbij de magneetband is vervangen door een harde schijf. Deze toestellen – de eerste werden in 1999 geïntroduceerd – kunnen tientallen uren MPEG-2 video bevatten en hebben daarenboven een aantal functies die de klassieke videorecorder niet heeft. In de PVR’s zit bijvoorbeeld een computerprogramma waarmee de gebruiker de programmatie sterk kan personaliseren. Iemand die fan is van een bepaalde acteur (trefwoord ‘James Dean’) of van een soort programma (‘natuurdocumentaire’) kan dit in de videorecorder opslaan. Die zal elke nacht een server met alle nieuwe programma-informatie opbellen en nagaan of de opgegeven naam of het thema erin voorkomen. Deze programma’s worden dan automatisch opgenomen.
Pervasief (Engels: ubiquitous)
De integratie van computers en het gebruik ervan in de dagelijkse omgeving, in tegenstelling tot de computer als een apart object. Stimuleert het gebruik van de computer op gelijk welke plek en in alle omstandigheden waarin de gebruiker zich bevindt. In het Engels spreekt men van ubiquitous computing of ubicomp.
Personal Home Page (PHP)
Personal home page (PHP) is een in 1994 door Rasmus Lerdorf ontwikkelde scripttaal die geïntegreerd kan worden in HTML-codes en dient om dynamische webpagina’s te maken. ‘Dynamisch’ staat hier tegenover ‘statisch’ en betekent dat deze webpagina’s onderling niet-lineair kunnen worden verbonden volgens het systeem van hypertekst en hyperlink. Een PHP-script wordt aan de hand van speciale PHP-tags (of markeringen) in de HTML-code ingevoegd. Omdat PHP wordt uitgevoerd door de webserver (en niet door de cliënt) is de code voor de gebruiker onzichtbaar. PHP wordt vaak ingeschakeld voor de koppeling van databanken.
Play along
Toepassingen van interactieve televisie waarbij de kijkers actief kunnen meespelen vanuit de huiskamer.
PNG
PNG of portable network graphics is een bestandsformaat voor afbeeldingen zonder veel verlies van kwaliteit door compressie. PNG-afbeeldingen nemen, vergeleken met andere formaten als BMP en TGA, relatief weinig ruimte in, maar hebben dezelfde kwaliteit. Andere voordelen van het formaat zijn de mogelijkheden tot gedeeltelijke transparantie en de ondersteuning van ruim zestien miljoen kleuren, terwijl het GIF-formaat gekenmerkt wordt door maximum 256 kleuren.
Podcasten (Engels: podcasting)
Podcasten of podcasting is een toepassing waarbij een internetgebruiker zich kan inschrijven op geluidskanalen om allerlei audio/videobestanden (muziek, video, radioprogramma’s, maar ook software enz.) automatisch te downloaden naar zijn mp3-speler of pc. De term is afgeleid van de mp3-speler van Apple, iPod. RSS is de technologie achter de distributie van de files.
Portaalsite
Een portaalsite is een koepelterm voor een website die toegang geeft (portaal) tot andere websites en bronnen op internet. Portaalsites kunnen opgebouwd worden rond een bepaald thema of voor een bepaalde doelgroep.
Provider (aanbieder van internettoegang, internetdiensten, internet hosting) (Engels: internet access provider, internet service provider, internet hosting provider)
Een provider is een organisatie of persoon die bepaalde diensten levert, zoals kabeltelevisie, telefonie of toegang tot internet. Vaak worden die door een en dezelfde organisatie of persoon geleverd; denk aan Belgacom of Telenet. Een internetprovider kan verschillende diensten aanbieden, zoals toegang, specifieke diensten of hosting. De aanbieder van internettoegang of internet access provider is een bedrijf of organisatie die toegang verleent tot internet door middel van een internetaccount. Een aanbieder van internetdiensten of internet service provider of ISP is een bedrijf dat diensten als het world wide web toegankelijk maakt maar meestal ook klanten een e-mailadres aanbiedt. Ook bestaan er aanbieders van internet hosting of hosting providers die diensten leveren als het toegankelijk maken van een internetdomeinnaam en webhosting.
Pull/push-technologie
‘Push’ en ‘pull’ zijn oorspronkelijk termen uit de marketing- en advertentiewereld, maar ze worden ook toegepast in het management van elektronische content. Push/pull beschrijft de relatie tussen informatie en diegene die dat stukje informatie in beweging brengt. ‘Push’-technologie is het automatisch en via internet naar gebruikers versturen van informatie door de producent of aanbieder. In de ‘pull’-technologie gaat de gebruiker zelf op zoek naar informatie en ‘trekt’ die steeds opnieuw uit het net. De ‘pull’-technologie heeft het voordeel dat gebruikers automatisch op de hoogte worden gehouden van regelmatig veranderende informatiebronnen waarop men intekent (zoals nieuws, beursnoteringen, nieuwe producten en diensten enz.). (bron: Wikipedia)
Zie ook: RSS
R
RSS (Really Simple Syndication)
Dankzij RSS of Really Simple Syndication kan een internetgebruiker gegevens van verschillende websites (in RSS-formaat) naar een eigen pagina halen en weergeven. Dit is bijvoorbeeld interessant bij informatie die regelmatig verandert, zoals nieuws, informatie van community sites en weblogs. In plaats van naar de site te moeten surfen om te zien of er nieuws of nieuwe artikels zijn, kan je RSS gebruiken om gewaarschuwd te worden telkens als er nieuwe inhoud op de site staat. Dergelijke websites met RSS-bestanden (ook wel RSS-feeds of newsfeeds genoemd) zijn te herkennen aan een RSS- of XML-icoontje. Het enige wat je moet doen is een RSS-lezer of aggregator installeren en daaraan feeds (op de meeste sites zijn die gekenmerkt door een oranje RSS-icoontje) toevoegen, ongeveer zoals men in een browser websites aan z’n favorieten toevoegt. Bij het openen van die reader wordt de inhoud van alle gekozen feeds getoond in een leesvriendelijke opmaak, zonder advertenties en navigatiegegevens die een webpagina meestal omringen. Vooral voor gebruikers die zeer veel nieuws- en community sites volgen is RSS een hulpmiddel: zij hoeven alleen maar de reader te openen om het nieuwe materiaal van alle favoriete wesbites en weblogs te bekijken.
Zie ook: Pull/push-technologie
Referentieindex
Een gecontroleerde lijst van woorden of namen (een woordenlijst die op een kwaliteitsvolle wijze is samengesteld) als hulpinstrument om te zoeken in een databank of computertoepassing, zoals een index van correct gespelde en voluit geschreven auteursnamen.
Registreren
Zie: Ontsluiten
Repository
Zie: E-archieven
S
Semantisch web (Engels: semantic web)
Het semantisch web is een concept dat ontwikkeld is door een groep mensen van het world wide web-Consortium (W3C, www.w3.org), waaronder Tim Berners-Lee. Volgens dit concept moet het mogelijk zijn om betekenisvolle informatie tussen machines uit te wisselen zonder menselijke tussenkomst. Dat kan door informatie te annoteren met behulp van metadata die voor machines leesbaar zijn, waardoor er automatisch relaties binnen en tussen documenten gelegd worden. Daarvoor moeten op diverse niveaus of lagen standaarden en protocollen afgesproken worden, zoals de RDF-standaard die W3C hiervoor ontwikkeld heeft. Tegenwoordig wordt Web 2.0 vaak met het semantische web geassocieerd.
Zie ook: Web 2.0
Server
Een server is een computer die ten dienste staat van andere computers. De naam van de server verwijst naar het soort dienstverlening. Een mailserver zorgt bijvoorbeeld voor het ontvangen en versturen van e-mail binnen een organisatie, een dataserver kan meerdere databanken bevatten en via een printserver kunnen meerdere computers op één printer aangesloten worden. Servers kunnen meerdere taken aan, maar als een computer slechts één specifieke servertaak vervult spreekt men van een dedicated server.
Settopbox
Een settopbox is een kastje (‘black box’) dat gekoppeld is aan een tv-toestel en dat interactieve televisie mogelijk maakt. De settopbox zorgt ervoor dat de gebruiker via de telefoon signalen naar het tv-station (meer bepaald een server) kan verzenden.
Sociaal bookmarken (Engels: social bookmarking)
Sociaal bookmarken of social bookmarking is het online en openbaar opslaan van favoriete websites, bookmarks, foto’s, berichten enz. met de bedoeling de gegevens met anderen te delen.
SQL (Structured Query Language)
SQL of structured query language is een taal om relationele databases met behulp van korte opdrachten (queries) aan te spreken, bjivoorbeeld voor het opvragen, wijzigen of verwijderen van gegevens.
Software
Zie: Computerprogramma
Sociale software
Sociale software zijn computerprogramma’s die de online interactie tussen mensen mogelijk maken, virtuele relaties faciliteren, virtuele omgevingen creëren waar mensen samen kunnen werken of virtuele gemeenschappen kunnen vormen. In brede zin omvat de term oudere media, zoals e-mail en instant messaging, maar sommigen beperken de betekenis tot de recentere media, zoals weblogs en wiki’s. (bron: Wikipedia)
Zie ook: Computerprogramma (Software), Netwerkcultuur
Standaarden
Een standaard is een procedure of een maat waarvan een groep mensen met elkaar heeft afgesproken dat ze hem zullen gebruiken. De afspraken worden vastgelegd in een document, waarin de specificaties staan beschreven. Standaarden kunnen door diverse erkende (semi-officiële) instanties worden vastgelegd, maar bv. ook door de industrie. Men spreekt enerzijds van open standaarden en anderzijds van gesloten standaarden.
Standaarden in technologie zijn specificaties om een bepaalde taak te volbrengen, zoals standaarden in hard- en software. Veel standaarden zijn gesloten (bv. de meeste industriestandaarden) en men heeft een licentie nodig van de organisatie die de auteursrechten op die standaard heeft. Gesloten standaarden maken het moeilijk om computerprogramma’s en hardwareonderdelen van verschillende leveranciers te mengen.
Bij open standaarden (niet te verwarren met open source) moet er ook een licentie gevraagd en eventueel betaald worden, maar dankzij het open karakter worden verschillende soorten hardware- en softwareonderdelen uitwisselbaar. Men kan dan zelf kiezen welk softwareprogramma en/of welke computerapparatuur men aanschaft en gebruikt. Hierdoor is men minder afhankelijk van een bepaalde hardware- en/of softwareleverancier of dienstverlener. Open standaarden vereisen wel de juiste technische kunde en noodzakelijke apparatuur waarop oplossingen van andere fabrikanten (naadloos) kunnen aansluiten.
Zie ook: Open toegang, Open inhoud
Streamen (Engels: streaming media)
Streamen of streaming media is een term die wordt gebruikt voor digitale audio- en/of videobestanden die via een netwerk worden verzonden. In plaats van eerst het volledige bestand te downloaden kan de server vanaf elk tijdsmoment beginnen te spelen. Video en audio worden daarbij gecomprimeerd voor verzending en gedecomprimeerd bij het afspelen. Bepaalde geluids- en beeldinformatie wordt weggegooid om de bestanden zo klein te maken dat ze zonder vertraging via internet gedistribueerd kunnen worden. Op die manier kan bijvoorbeeld radio en televisie via internet worden verzonden. De bekendste streaming media-technologieën zijn RealG2, Windows Media en Quicktime.
T
Tactische media (Engels: tactical media)
Tactische media ontstonden aan het einde van de jaren tachtig, toen media-activisten een beroep gingen doen op nieuwe technologieën: elektronische, zoals de camcorder, en later digitale, zoals internet. Tactische media situeren zich binnen een doe-het-zelfcultuur. De term werd gelanceerd tijdens de ‘Next5minutes’-conferenties die georganiseerd werden door theoretici als Geert Lovink en David Garcia. Men refereert losjes aan het boek L’invention du quotidien, waarin de Franse historicus Michel de Certeau beschrijft hoe consumenten kunnen evolueren naar producenten.
Taggen (Engels: tagging)
Taggen of tagging betekent ‘markeren’. Een tag is een kenmerk dat aan een bestand kan worden toegevoegd. ‘Tagging’ in brede betekenis is dan het toevoegen van bijkomende gegevens, sleutelwoorden of informatie aan bestaande gegevens(bestanden).
Taxonomie
Een taxonomie definieert objectklassen en de onderlinge relaties in een hiërarchisch opgebouwd systeem. Taxonomieën worden in informatiebeheer bijvoorbeeld gebruikt in thesauri om informatie of objecten beter te kunnen identificeren, ordenen en terugvinden.
Zie ook: Thesaurus, Folksonomie
TCP/IP-protocol
Het TCP/IP of transmission control protocol/internet protocol is een netwerkprotocol dat ervoor zorgt dat computers in hetzelfde netwerk met elkaar kunnen communiceren. Dit zeer populaire protocol wordt zowel gebruikt in LAN’s (Local Area Network) als in internationale netwerken (zoals internet), zowel voor communicatie tussen pc’s als tussen mini-computers.
Zie ook: Internetprotocol
Technologisch interactionisme
Denkstroming die stelt dat technologische ontwikkelingen het resultaat zijn van een wisselwerking van een groot aantal factoren. Technologieën zijn daarbij zowel de oorzaak als het gevolg van maatschappelijke en sociale ontwikkelingen.
Telecommunicatie
Telecommunicatie is de algemene term voor alle toepassingen en systemen waarin (analoge of digitale) data via kanalen (telefoon, coaxkabel, glasvezel, satelliet, radioverbindingen enz.) over grote afstanden worden verzonden.
Thesaurus
Een geordende verzameling woorden of woordgroepen, waarvan de vorm en de onderlinge hiërarchische en andere semantische relaties zijn vastgelegd.
Zie ook: Taxonomie, Ontologie
Tracking software
Software voor het automatisch opsporen en volgen van goederen, bijvoorbeeld vrachtwagens of postpakketten. Tracking software is ook de software die het mogelijk maakt om de handelingen van een persoon op een computer op te sporen en te bewaren. Als een gebruiker bijvoorbeeld zijn e-mails nakijkt, chat of websites bezoekt, zal tracking software dit registreren.
Triple play
Triple play is een marketingterm die gebruikt wordt in de breedbandindustrie om aan te geven hoe via een enkele breedbandverbinding drie diensten kunnen worden geleverd: internet, televisie en telefonie.
U
UMTS (Universal Mobile Telecommunication System)
UMTS of Universal Mobile Telecommunication System is het Europese (ETSI) standaardvoorstel voor mobiele communicatie van de derde generatie (3G).
URL (uniform research locator)
URL of uniform research locator is het adres van een www-pagina op internet. Elk www-document heeft een unieke URL. Aan de hand van zo’n URL kan elke www-pagina – onafhankelijk van de computer waarin ze is opgeslagen – rechtstreeks worden opgevraagd.
V
Vakoverschrijdende eindtermen
Minimumdoelen die niet specifiek behoren tot een vakgebied, maar onder meer door middel van meerdere vakken of onderwijsprojecten worden nagestreefd.
Zie ook: Eindtermen, Vakspecifieke eindtermen
Vakspecifieke eindtermen
Minimumdoelen die in het secundair onderwijs specifiek voor een vakgebied gelden.
Zie ook: Eindtermen, Vakoverschrijdende eindtermen
Verhalenbank
Een verhalenbank is een verzameling van ‘verhalen’ of orale expressies (getuigenissen, interviews, dialectopnames, liederen enz.) die in digitaal audioformaat of/en in tekstformaat in een databank worden opgeslagen. Die verzameling kan online ter beschikking worden gesteld via internet. De online verhalenbank presenteert zich dan als een virtuele collectie die voor het publiek wordt ontsloten.
Verhoogde realiteit (Engels: augmented reality (AR))
Een domein uit het computerwetenschappen dat de combinatie behandelt tussen de echte wereld en de data die door de computer gegenereerd worden. In tegenstelling tot ‘vermengde realiteit’ (mixed reality), waarbij de reële en virtuele wereld vermengd worden en naar elkaar verwijzen, worden in augmented reality data uit de reële wereld die via camera’s, sensoren of motion tracking worden opgenomen, verwerkt in een virtuele omgeving. Denk aan het invoegen van een computergrafiek in live-videobeelden. Meer geavanceerd onderzoek behandelt motion tracking-data. Daarmee worden bewegingen van objecten of mensen geanalyseerd, gedocumenteerd en virtueel weergegeven of verwerkt in bewegingen van andere objecten en figuren. Ook de constructie van digitale ruimtes waarin data worden geïntegreerd die via sensoren worden opgevangen of waarin ‘life feed’-data verwerkt worden, zijn voorbeelden van AR.
Zie ook: Gemengde realiteit
Videolog of vlog
Videolog is een samentrekking van de woorden ‘video’ en ‘weblog’. Het wordt ook wel afgekort tot ‘vlog’ en is de benaming van een dagboek (Engels: ‘log’) op internet waarvan het grootste deel bestaat uit videobeelden. De vlog is een variant van de weblog (of blog), waarvan de inhoud voornamelijk bestaat uit tekst en foto’s. De videolog raakte in opmars sinds het door de toenemende snelheid van computers en internet mogelijk is om videobestanden te verspreiden.(bron: Wikipedia)
Zie ook: Weblog
Video on demand(VOD)
Video on demand is een dienst die een gebruiker toelaat om, op het moment dat hij dat wil, video te bekijken die via een netwerk wordt opgevraagd. Een VOD-systeem is vaak een onderdeel van interactieve televisie. De systemen zijn ofwel gebaseerd op streaming, waarbij men kan beginnen kijken terwijl de video over het netwerk wordt verzonden, of op download, waarbij het volledige programma eerst naar een settopbox wordt gedownload voor men begint te kijken. Met deze systemen kan de gebruiker de video doen pauzeren, hij kan doorspoelen of terugspoelen, vertragen, overstappen naar een ander hoofdstuk enz.
(bron: Wikipedia)
Virtueel
Het adjectief ‘virtueel’ houdt een onafhankelijkheid van plaats en/of tijd in; men kan de eigenschappen van een zaak kennen zonder dat die fysiek aanwezig is. In de informatica is iets virtueel als het niet bestaat, maar als het via software lijkt alsof het wél bestaat: zo is er het bekende concept van virtuele realiteit. Een ruimte kan virtueel zijn en toch kan de gebruiker het gevoel hebben er deel van uit te maken. In de organisatiekunde spreekt men wel van virtuele teams en in de sociologie van virtuele gemeenschappen: mensen die elkaar (mogelijk) nog nooit ontmoet hebben en op een afstand van elkaar samenwerken, met behulp van telefonie, e-mail en gedeelde documenten op internet. (bron: Wikipedia)
Zie ook: Virtueel museum, Virtuele informatiebalie, Virtuele gemeenschap, Virtuele realiteit
Virtueel museum
Een virtueel museum is een museum dat enkel in virtuele vorm bestaat op internet. Ook (onderdelen van) collecties van musea kunnen online in een ‘virtueel museum’ worden gepresenteerd, of samen met andere museumcollecties opgenomen worden in ‘beeldbanken’, of als onderdeel fungeren in een thematische virtuele presentatie. Er zijn dus verschillende varianten.
Virtuele informatiebalie
Zie: Elektronische vraagbaak
Virtuele gemeenschap (Engels: virtual community, of ook: community)
Gebruikersgemeenschappen (communities) die elkaar vinden op basis van gedeelde interesses of een gemeenschappelijk engagement, zonder dat er een echte organisatie uit voortvloeit en zonder dat de leden van zo’n gemeenschap elkaar ooit in levenden lijve (moeten) ontmoeten.
Virtuele realiteit (Engels: virtual reality (VR))
Virtuele realiteit beschrijft een omgeving die door een computer is gesimuleerd. De meeste virtuele realiteit-omgevingen zijn voornamelijk visueel, hetzij met behulp van een computerscherm, hetzij met speciale stereoscopische brillen. De term verwijst zowel naar door technologie gemedieerde, immersieve en interactieve ervaringen als naar metaforische plaatsen of ruimtes gecreëerd door of binnen communicatienetwerken. De term geeft aan dat de gebruiker volledig in de gesimuleerde omgeving wordt ondergedompeld. In sommige gevallen kunnen gebruikers interactie hebben met de VR-omgeving, soms gewoon met behulp van een klavier, of soms met gespecialiseerde randapparatuur zoals head-mounted display of cyberhandschoenen.
Zie ook: Virtueel, Immersie
Vrije software (Engels: free software)
Vrije software of vrije computerprogrammatuur is de verzamelnaam van computerprogramma’s die verspreid worden onder een licentie die de gebruikers ervan de volgende vrijheden geeft: a/ het computerprogramma mag door iedereen gebruikt worden, voor welk doel dan ook, b/ het computerprogramma mag door iedereen bestuurd en aangepast worden, c/ daartoe moet elke gebruiker toegang hebben tot de broncode van het computerprogramma en d/ het computerprogramma mag door elke gebruiker verspreid worden, zowel gratis als tegen vergoeding. Ook gewijzigde versies mogen verspreid worden, zodat de gemeenschap baat heeft bij de verbeteringen. Deze vrijheden worden in de talloze vrije software-licenties beschreven. De GNU General Public Licence (GPL) is daar een voorbeeld van. De essentie van deze licenties bestaat eruit dat de makers van de computerprogramma’s gebruikers stimuleren om de programma’s te helpen verbeteren en uit te breiden. Vrije software is niet hetzelfde als freeware: bij freeware krijg je meestal de broncode niet mee. De term ‘open source’ werd bedacht omdat sommige bedrijven moeite hadden met de term ‘vrij’. De meeste – maar niet alle – open source-software is ook vrije software en vice versa. De open source-gemeenschap legt vooral de nadruk op de praktische voordelen van het in kunnen kijken van de broncode, de vrije software-gemeenschap op het vrije karakter van het gebruik en van de aanpassingen. (bron: Wikipedia)
Zie ook: Computerprogramma, Open bron-computerprogrammatuur
W
Walled garden
De term wordt vaak gebruikt om toepassingen van interactieve televisie aan te duiden die op maat gesneden of voorgeprogrammeerde content leveren. Walled garden refereert, in relatie tot media, aan een gesloten of exclusieve set van informatiediensten. Met het begrip wil men het verschil aangeven met de ‘open’ toegang tot internet.
WAP (wireless application protocol)
WAP staat voor wireless application protocol en is een methode om webdiensten via de mobiele telefoon aan te bieden.
Web 2.0
De term Web 2.0 verwijst naar wat sommigen zien als de tweede fase in de ontwikkeling van het world wide web. Het gaat over de verandering van een verzameling websites naar een volledig platform voor interactieve webapplicaties voor eindgebruikers op het world wide web. Volgens sommigen zullen die op termijn losstaande desktopapplicaties overbodig maken. (bron: Wikipedia)
Zie ook: Semantisch web
Webbrowser
Zie: Bladerprogramma
Webkwestie (Engels: webquest)
Een webkwestie is een educatieve speurtocht volgens een vast ‘format’ voor zelfstandig werkende leerlingen, waarbij gebruik gemaakt wordt van informatiebronnen die online te vinden zijn. Een webkwestie gaat verder dan het zoeken van een antwoord op een vraag. Leerlingen moeten met een vraagstelling aan de slag die hun denken op een hoger plan brengt. Zij worden gedwongen om de verworven informatie om te zetten in een product. Een webkwestie is een activerende en interactieve lesvorm en wordt gebruikt in het onderwijs en in kunsteducatie.
Weblog
Een weblog of afgekort ‘blog’ is een site in dagboekstijl. De maker – de weblogger of blogger – plaatst links naar andere webpagina's die hij of zij leuk of interessant vindt. Deze links zijn vaak voorzien van een (kort) stukje commentaar van de weblogger. Een weblog wordt over het algemeen vaak geactualiseerd. De nieuwste berichten komen altijd bovenaan op de pagina te staan. Er kan een belangrijk onderscheid gemaakt worden tussen de persoonlijke weblogs, die vooral handelen over het leven van de weblogger zelf, en weblogs die handelen over één vastomlijnd onderwerp.
Zie ook: Videolog, Netwerkcultuur, Sociale software
Wiki
Wiki is server-software die het voor gebruikers mogelijk maakt om via een browser webpagina’s aan te maken of te wijzigen. Er kunnen ook hyperlinks naar andere webpagina’s van dezelfde website worden aangemaakt. Een bekend voorbeeld van een wiki is wikipedia.com.
Zie ook: Sociale software, Netwerkcultuur
Wimax (Worldwide Interoperability for Microwave Access)
WiMAX of worldwide interoperability for microwave access is een nieuwe standaard voor draadloze breedbandnetwerken met een middelgroot bereik. IEEE 802.16 staat ook wel bekend onder de naam WirelessMAN.
World wide web (www)
Het word wide web (www) is de bekendste toepassing van internet. Het is een netwerk van duizenden over de hele wereld verspreide computers (servers) waarop pagina's informatie zijn gestockeerd. Deze pagina’s zijn allemaal met dezelfde taal (HTML) ontwikkeld en kunnen via zogenaamde ‘hyperlinks’ naar elkaar verwijzen.
X
XML (eXtensible markup language)
XML of eXtensible markup language is een door het W3C (World Wide Web Consortium) gedefinieerde meta-markuptaal. Dit is een markuptaal die kan worden gebruikt om andere, specifieke markuptalen te ontwikkelen, zoals WML en cXML. Met andere woorden: XML is een bepaalde manier om gegevens gestructureerd vast te leggen. Deze manier is gedefinieerd en mag iedereen gebruiken. Ze is ontworpen om zowel door een programma als door een mens leesbaar te zijn. XML is niet alleen geschikt om gegevens in op te slaan maar wordt de laatste tijd ook meer en meer gebruikt om gegevens via internet te versturen.
Z
Zoekmachine (Engels: search engine)
Een zoekmachine of search engine is een website die een inhoudsopgave bevat van (idealiter) alle websites op internet. Google is momenteel de meest gekende en men spreekt daarom ook over ‘googlen’. Er kunnen twee grote categorieën zoekmachines worden onderscheiden. Enerzijds zijn er de zoekrobots, zoals AltaVista, die het www permanent ‘scannen’ om nieuwe webpagina’s op te sporen en vervolgens te indexeren; dit indexeren betekent dat relevante trefwoorden opgeslagen worden in een databank die de gebruiker kan raadplegen. Er bestaan ook meta-zoekmachines via dewelke verschillende roekrobots tegelijk kunnen worden doorzocht. Anderzijds zijn er de webgidsen (directories), zoals Yahoo, waarbij de informatie van internet – door redacteurs – manueel wordt geordend in thema’s en subthema’s. De gebruiker kan dan zoeken via een boomstructuur met aan de top algemene en aan de basis specifieke thema’s.
Zoekprotocol
Het geheel van regels die men kan volgen om een databank of een computertoepassing te doorzoeken. Dit kan zowel slaan op regels die gevolgd worden door mensen als op regels die door computerprogramma’s worden gevolgd.
Met dank aan de volgende auteurs die hebben meegewerkt aan het opstellen en uitwerken van de definities:
Jan Baetens
Philippe Bekaert
Jan Braeckman
Hugo Callens
Nico Carpentier
Jan De Craemer
Dirk De Grooff
Dirk De Wit
Stoffel Debuyssere
Leen d’Haenens
Debbie Esmans
Sandra Fauconnier
Liesbeth Huybrechts
Peter Jolling
Geert Lovink
Kris Rutten
Ronald Soetaert
Jan Staes
Jeroen Walterus
Pieter Van Bogaert
Katrien Van der Perre
Marijke Verdoodt
Andere geraadpleegde bronnen (openen in een nieuw venster):
Met dank aan Dirk De Grooff, Mediacentrum KU Leuven, voor het gebruik van termen uit de Encyclomedia.
|