Gezondsporten: een initiatief van de Vlaamse overheid
/ Home / blessures / tandletsels

Tandletsels

Tandbeschadigingen door sportongevallen komen vrij vaak voor. Tanden kunnen breken, loskomen of uitvallen door een trauma. Het dragen van aangepaste gebitsbescherming tijdens het sporten kan veel tandletsels voorkomen. Bij acute tandletsels kan door snel en juist ingrijpen onherstelbare schade voorkomen worden.

Sportongevallen vormen een belangrijke oorzaak van tandletsels, vooral in contactsporten of sporten waarbij men door een hard voorwerp (vb. bal, stick,…) geraakt kan worden. Voorbeelden zijn voetbal, rugby, fietsen, mountainbike, skiën, ijshockey, en balsporten. In sommige sporten zijn aangepaste gebitsbeschermers verplicht.
Niet alleen bij deze ‘risicosporten’ komen tandtrauma’s voor. Kinderen lopen deze trauma’s vaak op tijdens de sportlessen op school of bij het spelen. Bij volwassenen zijn verkeersongevallen de belangrijkste oorzaak.
Het vaakst getroffen zijn de middelste bovenste snijtanden. Tandtrauma’s gaan dikwijls samen met kwetsuren van de lip, de kin of de rest van het gezicht.
 

Anatomie van de tand: figuur 1

De tanden zitten vast in het boven- of onderkaaksbeen. Voor elke tand is er een aparte tandkas. Een tand bestaat uit een wortel en een kroon. De wortel wordt in de tandkas gefixeerd door de peridontale ligamenten. Deze ligamenten zijn bedekt met een laag tandcement. Door het wortelkanaal lopen de bloedvaten en de zenuwen van de tand. De kroon is het zichtbare gedeelte van de tand dat boven het tandvlees uitsteekt. Deze bestaat uit een harde laag van glazuur als bescherming van het tandbeen en het bovenste deel van het wortelkanaal. Het tandvlees ligt over de kaakbeenderen en houdt de tanden vast in de tandkas. 

Veel voorkomende tandletsels

1. Beschadigingen van de tand zelf worden meestal veroorzaakt door een directe slag op de tand of door een indirecte slag via het kaaksbeen.
Het kan gaan van een eenvoudige barst in het glazuur tot een pijnlijke breuk van de wortel.
Men onderscheidt 4 types van kroonbeschadigingen:



 

  1. Bij type 1 is alleen het glazuur beschadigd. Een barst in het glazuur wordt niet behandeld. Als een stuk van het glazuur afgebroken is, kunnen eventuele scherpe randjes bijgeslepen worden of indien nodig worden hersteld.
  2. Bij type 2 ligt ook het tandbeen bloot. Dit is heel gevoelig en wordt snel door cariës aangetast. De tand wordt best zo snel mogelijk hersteld.
  3. Bij type 3-letsels is ook het tandmerg, dat de zenuwvezels en de bloedvaten bevat, geraakt. Dit is erg pijnlijk en vaak ziet men de tand bloeden.
    Om te vermijden dat de tandzenuw en de bloedvaten afsterven, moet zo snel mogelijk een tandarts geraadpleegd worden.
  4. Type 4 zijn de wortelbreuken. Als de breuklijn dicht bij de kroon-wortel-overgang ligt, moet de tand meestal verwijderd worden. Bij een breuklijn diep in de wortel heeft men een grote kans dat de tand behouden kan worden.

2. Beschadiging van het steunweefsel rond de tand:
 

  1. Een losgewrikte tand geneest meestal spontaan. Men moet tijdelijk alle druk op de tand vermijden en gedurende enkele dagen zacht en vloeibaar voedsel eten. Een losse tand kan soms ook het gevolg zijn van een wortelbreuk. Een radiografie kan uitsluitsel geven.
  2. Bij een extrusie werd de tand gedeeltelijk uit de tandkas gerukt en lijkt hij langer dan de naastliggende tanden. Men spreekt ook van een partiële avulsie. De tand moet zo snel mogelijk terug in de tandkas geduwd worden. Dit kan door zachte druk uit te oefenen of door de patiënt voorzichtig te laten bijten. Men moet rekening houden met een mogelijke breuk van het kaaksbeen. Nadat de tand teruggeplaatst is, wordt hij gedurende een tweetal weken gefixeerd.
  3. Bij een intrusie is de tand dieper in de tandkas geduwd en lijkt hij korter dan de naastgelegen tanden. De tandkas kan ernstig beschadigd zijn.
  4. Als de tand volledig wordt uitgeslagen, spreekt men van een avulsie. De bovenste snijtanden zijn hiervoor het meest kwetsbaar. Als het om een blijvende tand gaat, moet hij zo vlug mogelijk terug ingeplant worden. Hierbij moet het aanraken van de wortel vermeden worden om besmetting te vermijden.
    Als men de tand niet onmiddellijk kan terug plaatsen, dient men ervoor te zorgen dat de tand niet uitdroogt. Men kan de tand vb. bewaren onder de tong of in de wangplooi of hem samen met speeksel in plastiekfolie wikkelen of hem eventueel in een potje melk leggen.
    Als hij binnen twee uur kan teruggeplaatst worden, is er nog en grote kans dat hij gered kan worden. De tandarts zal hem gedurende 2 weken vastzetten met een spalk.
    Melktanden worden niet teruggeplaatst.

3. Geassocieerde letsels:

Bovenstaande letsels komen vaak samen met andere trauma voor, zoals verwondingen van de lippen of het tandvlees, hersenschudding, letsels van het kaakgewricht en botbreuken in het gezicht. Bij vleeswonden van de lippen of de mond samen met een tandbreuk, kan het nuttig zijn een radiografie te laten nemen om eventuele losse tandstukjes in de wonde op te sporen alvorens te hechten.

Eerste hulp bij tandletsels

Een tandletsel geneest zelden spontaan, een behandeling door een tandarts is noodzakelijk. Mits snel ingrijpen kan in vele gevallen de tand gered worden.

Eerste hulp bij letsels aan de tanden:

Het slachtoffer heeft 1 of meerdere tanden die loszitten of uitgeslagen zijn. Bloed loopt uit de mond van het slachtoffer. Meestal staan de lippen gezwollen.
Stelp de bloeding en beperk de zwelling door een kompres (of handdoek, zakdoek) met koud water op de mond of de wonde te houden.
Tanden die nog gedeeltelijk vasthangen moeten zo weinig mogelijk bewogen worden zodat ze niet volledig loskomen. Enkel een tand die zo loshangt dat hij er bijna uitvalt, mag men zachtjes terugduwen.
Een slachtoffer met uitgeslagen tanden moet zo snel mogelijk (binnen de 30 minuten) naar de tandarts gebracht worden. De tand moet worden bewaard, liefst in het speeksel van het slachtoffer. Dit gebeurt bij voorkeur in de mond (onder de tong of in de wangplooi) maar het kan ook in een met speeksel bevochtigde zakdoek of folie. Er bestaat immers nog een kans dat de tand weer ingroeit, wanneer hij zeer snel en vakkundig teruggezet kan worden. Leg de tand zeker niet in een doosje want als hij uitdroogt, is hij verloren.

Raadpleeg steeds een tandarts!


Preventie van tandletsels

Door het gebruik van mondbeschermers kan het aantal en de ernst van tandletsels verminderd worden. Mondbeschermers worden aangeraden voor sporten waar tandletsels vrij veel voorkomen, zoals karate, rugby, voetbal, hockey, basket, judo, squash. Ze beschermen de tanden, de weke weefsels, de botstructuren en de kaakgewrichten en verminderen de kans op hersenschudding en nekletsels.

Er zijn 3 soorten mondbescherming: de extraorale die buiten de mond worden gedragen, de intraorale die in de mond worden gedragen, of een combinatie van beide.

De extraorale bieden de beste bescherming, ook al omdat ze eigenlijk alleen in combinatie met een helm worden gedragen (bij ijshockey of Amerikaans voetbal).

De intraorale zijn handiger in gebruik en in meer sporttakken toepasbaar. Hier onderscheidt men 3 types: confectie- of kant-en-klare gebitsbeschermers, semi-individuele en individuele gebitsbeschermers.

Confectiebeschermers kan men in de sportwinkel kopen in verschillende maten, maar zij bieden de minste bescherming en het minste draaggemak.
Semi-individuele beschermers (boil and bite) worden eerst week gemaakt in kokend water en kunnen dan aangepast worden aan het individuele gebit. Pasvorm en bescherming zijn niet altijd optimaal.
De individuele beschermers worden op maat gemaakt aan de hand van een gebitsafdruk en garanderen de beste bescherming en het grootste draagcomfort. Nadeel is hun hoge prijs.

top


Dopinglijn (nieuw venster)
Koepel Sportvlaanderen.be (nieuw venster)
logo Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (nieuw venster)
portaalsite Vlaamse overheid (nieuw venster)
nieuwsbrief
inschrijven


Copyright © Vlaamse overheid