Sportschoenen
Wat heeft sportschoeisel met letsels te maken?
We weten al dat er naast acute letsels
ook heel wat chronische letsels voorkomen.
Vooral aan de onderste ledematen komen zeer veel
letsels voor. Van alle chronische letsels situeert
80% zich aan de onderste ledematen. Voor de acute
letsels is dit 52 %. Voeten en benen worden
duidelijk geviseerd in sportbeoefening en daarom
zijn onder meer aangepaste sportschoenen belangrijk.
Goede sportschoenen spelen een belangrijke rol in de
preventie van sportletsels. Daarvoor hoeven we maar
naar de oorzaken van die sportletsels te kijken.
Investeren in degelijk sportschoeisel is zeker geen
overbodige luxe.
Vooraf willen we wel even aanstippen dat niet alleen
het schoeisel die oorzaken beïnvloedt, maar ook de
bodemgesteldheid waarop de sport wordt beoefend. De
ondergrond kan een grote belasting vormen voor de
gewrichten en het bewegingsapparaat. In dat verband
duidt de Stichting Consument en Veiligheid in een
literatuurstudie naar blessuregegevens en
beoordelingsmethoden voor sportschoenen de oorzaken
aan van:
- acute letsels:
- vallen en struikelen;
- botsing met andere spelers;
- chronische letsels: het gebruik
van ongeschikt schoeisel in combinatie met een
harde bodem;
En het spreekt voor zich dat ook lichamelijke
afwijkingen sportletsels veroorzaken, zoals:
- anatomische en functionele afwijkingen (vb.
O-benen en platvoeten);
- gebrek aan lenigheid;
- gebrek aan spiersterkte;
- onevenwichtige verdeling van de spiersterkte;
- te soepele of te stijve gewrichten.
Medische of sportieve begeleiding kan hier voor
een oplossing zorgen.
Ter illustratie van de ernst van de acute letsels
kijken we naar de volgende tabellen. Hierin wordt
percentsgewijs weergegeven hoeveel keer bepaalde
delen van het been acuut worden getroffen in 2
soorten ongevallen bij voetbal en bij basketbal
|
DEEL VAN HET BEEN |
VALLEN EN STRUIKELEN |
BOTSING VOORWERP OF PERSOON |
|
DEEL VAN HET BEEN |
VALLEN ENSTRUIKELEN |
BOTSING VOORWERP OF PERSOON |
| Knie |
30% |
32% |
|
Knie |
50% |
17% |
|
|
|
|
|
|
|
| Onderbeen |
13% |
73% |
|
Onderbeen |
27% |
18% |
|
|
|
|
|
|
|
| Enkel |
71% |
24% |
|
Enkel |
96% |
2% |
|
|
|
|
|
|
|
Tabel 8:
Procentuele verdeling van het getroffen
deel van het been en het ongevallentype voor voetbal |
|
Tabel 9:
Procentuele verdeling van het getroffen deel van het been en het ongevallentype voor basketbal |
Vooral het hoge percentage acute enkel- en
knieletsels bij vallen en struikelen valt op.
In dit ongevallentype wordt 71 % van alle
enkelletsels veroorzaakt in het voetbal en maar
liefst 96 % in het basketbal. Aangepaste
schoenen kunnen hier heel wat preventief werk
verrichten. Meer uitleg hierover krijg je bij de
bespreking van de eigenschappen van een
aangepaste schoen.
Een tweede vaststelling: botsing met een persoon
of voorwerp in het voetbalspel veroorzaakt in 73
% van de gevallen een onderbeenletsel. In gebod
8 over beschermingsmateriaal vind je meer
informatie.
Wat chronische letsels betreft, heeft Adidas de
oorzaken en het aandeel van sportschoenen hierin
onderzocht. Dit zijn de bevindingen:
- slecht gekozen schoenen 44 %
- slechte kwaliteit van de schoenen 17 %
- te intensieve training 12 %
- te lang gebruikte schoenen 11 %
- te veel training 9 %
- diversen 7 %
Functies van goede sportschoenen
- Een sportschoen moet bescherming
bieden tegen invloeden van buitenaf, zoals:
- contact met de bal of een ander voorwerp
- contact met een tegenspeler
- koude en vocht
- bodemgesteldheid: soort ondergrond,
oneffenheden. De bedoeling is om kneuzingen en
schaafwonden te vermijden.
- Sportschoenen moeten onze voeten in hun
taak ondersteunen.
Vooral het enkelgewricht heeft steun nodig. Zo kan
je enkelverzwikkingen, achillespeesontstekingen en
knieklachten voorkomen.
- Een sportschoen moet een stevige grip
hebben op de grond. Is het zoolprofiel niet
aangepast, dan glijd je weg, op het natte gras
bijvoorbeeld, of blokkeert je voet.
Spierverrekkingen of spierscheuren: je kunt ze dus
vermijden.
- Sportschoenen moeten ingebouwde schokdempers
hebben, die een deel van de schokken
kunnen absorberen. Onze gewrichten vangen
op een natuurlijke manier ook wel een deel van de
schokken op, maar bij sporten is dat niet genoeg.
Met goede sportschoenen spaar je de enkel-, knie-
en heupgewrichten en de ruggenwervels, en voorkom
je overbelasting van de onderste ledematen.
Welke schoen voor welk type voet?
Belangrijke criteria waaraan een goede
schoen moet voldoen:
- goede pasvorm hebben;
- goede stabiliteit bieden;
- goede schokabsorptie hebben;
- gepaste stroefheid hebben;
- goede verluchting geven;
- van goede kwaliteit zijn.
Het voettype en de graad van pronatie
(doorzakken van de voet naar binnen) bepaalt het
biomechanische profiel van de loopschoen die men
zich wenst aan te schaffen.
a. De leest of pasvorm
De vorm van de leest van je schoen
heeft meer met comfort dan met biomechanica te
maken, maar is toch uitermate belangrijk. Een
schoen met een onaangepaste leest kan op de duur
ondraaglijk worden. Een schoen met een optimale
pasvorm omsluit de voet zonder te spannen en
zonder overtollige ruimte.

Fig.: Verschillende types schoonleesten.
Overproneerders en mensen die last
hebben van platvoeten hebben vooral een rechte
leest (a) nodig. Ook mensen bij wie de grote
teen het langst is, kunnen baat hebben met een
rechte leest.
Mensen met holvoeten die te weinig
proneren en mensen waarvan de 2de en 3de teen
langer zijn kiezen dan weer beter een voor een
kromme leest (c).
Lopers met normale voeten kiezen beter
voor de halfkromme leest (b).

Fig: Afrolpatronen : pronatie (a), normaal (b) en
onderpronatie of supinatie (c).
b. Stabiliteit
Stabiliteit zorgt ervoor dat je
stevig in je schoenen staat en dat je kunt
wenden zonder je enkels te verzwikken. Schoenen
waarvan de vetergaatjes laag aan de zijkant
staan zijn meestal stabieler.
Overproneerders kiezen beter voor een schoen
waarvan de hielhak vrij stijf is en de hiel nauw
omsluit om de overpronerende hiel op zijn plaats
te houden.
Lopers met holvoeten hebben soms de neiging om
bij hielcontact de voet om te slaan, zij kiezen
best voor een brede zool onder de hiel.
c. Schokabsorptie
Naarmate de sport meer en meer op
harde ondergrond wordt beoefend is het gevaar
voor blessures groter. Met een goede demping kan
je heel wat problemen vermijden.
Het doel van het dempende vermogen is de hoge
belasting van rug- en kuitspieren tijdens het
sporten te verminderen om overbelasting te
voorkomen.
De tussenzool van een schoen zorgt voor de
demping. De dikte en de kwaliteit ervan bepalen
of er al dan niet een goede demping zal zijn.
Draag je een te dunne of te zachte zool, dan kan
je doorgezakte voeten krijgen.
In gewone looppas vangen je voeten al 3 keer je
eigen lichaamsgewicht op. Bij het neerkomen na
een sprong is dit zelfs 8 keer je
lichaamsgewicht. Een deel van deze schokken
wordt door het lichaam zelf opgevangen
(vetkussens in de hiel en kraakbeen in de
gewrichten). Schoenen met een goede demping
helpen een deel van deze schokken op te vangen.
Je kunt de schokken nog meer opvangen door
schokdempend materiaal in de zool aan te
brengen. De grootte van de schokken die ons
lichaam moet opvangen is afhankelijk van de
bodem waarop je loopt. Hoe harder de ondergrond,
hoe groter de schok. Dus ook hier moet de schoen
aangepast worden. Of er voldoende schokdempend
materiaal aanwezig is, kan je zo testen:
Stamp snel en krachtig op de grond. Voel je pijn
dan is de zool te hard of te zacht.
d. Soepelheid
De voorvoet van de schoen moet vrij
soepel zijn. Wanneer je de schoen in beide
handen vast neemt en de voorvoet naar boven
plooit, mag je niet veel weerstand voelen. De
schoen moet hierbij precies ter hoogte van de
bal van de voet plooien.
e. Stroefheid
Van essentieel belang is de
stroefheid van de slijtzool aan de bodem. Met
een te gladde slijtzool glijd je uit, met een te
stroeve zool blokkeer je. Gevolg in beide
gevallen: sportletsels.
Er bestaat voor elke bodem een aangepaste
slijtzool of zoolprofiel. Voor indoor tennis heb
je bijvoorbeeld een schoen met gladde zool nodig
en voor outdoor tennis eentje met aangepast
profiel. Ook de voetbalschoenen kunnen worden
aangepast aan de toestand van het grasveld (nat,
droog, modder, bevroren). Er bestaan immers
verschillende soorten voetbalschoenen en tevens
kan de lengte van de noppen aangepast worden.
Ook voor andere sporten is het marktaanbod ruim
genoeg. Vergeet niet bij de aankoop van indoor
schoenen dat zwarte zolen in de meeste
sportzalen verboden zijn.
f. Vochtregeling
Om voetletsels zoals blaren te
vermijden is het belangrijk dat de schoen het
vocht (transpiratie) naar buiten laat en het
binnenkomende vocht tegenhoudt. Het materiaal
waaruit de sportschoen is vervaardigd, is
beslissend. Kijk bij aankoop of de
binnenbekleding vochtopnemend is. Een
vervangbare binnenzool is een pluspunt evenals
verluchtingsgaatjes.
g. Duurzaamheid
Een paar sportschoenen gaat niet eeuwig mee.
Afhankelijk van de sport en de frequentie waarop
geoefend wordt zullen de sportschoenen langer of
minder lang meegaan. Bijvoorbeeld een loper die
enkele malen in de week loopt, moet misschien al
na 6 maanden nieuwe sportschoenen kopen. Iemand
die 1 keer in de week zaalvoetbal speelt kan een
heel seizoen met 1 paar schoenen spelen.
Controleer regelmatig je schoenen. Ga hierbij
het volgende na:
- is de demping nog voldoende;
- heeft de slijtzool nog voldoende grip;
- zijn de zolen aan de binnen- of buitenkant
afgelopen;
- komt de slijtzool los;
- is het bovenwerk versleten: door gaten of
slijtage zal de voet minder stevig in de
schoen zitten en vergroot de kans dat je je
voet verzwikt.
Als je sportschoenen één of meerdere van
bovenvermelde gebreken vertoont, kan je best
nieuwe sportschoenen kopen.
Als je met versleten schoenen verder sport,
vergroot je de kans op kwetsuren. Vervang dus
tijdig je schoenen. De behandeling van kwetsuren
kost je uiteindelijk meer dan een paar nieuwe
sportschoenen!
Als je toch een kwetsuur oploopt en na onderzoek
van een deskundige blijkt dat je sportschoenen
niet geschikt voor je zijn of al een tijdje
versleten zijn, kan je best ook nieuwe
sportschoenen kopen, die wel geschikt zijn voor
jou.
Kwetsuren moet je echter trachten te voorkomen
door vooraf een deskundig onderzoek te laten
uitvoeren (zodat je onmiddellijk de juiste
sportschoenen koopt) en door regelmatig je
sportschoenen te controleren op slijtage.
Tips voor het kopen van sportschoenen
- Koop je schoenen op het einde van de dag,
dan zijn je voeten groter door de
warmteontwikkeling van het lopen.
- Zorg dat het verschil tussen je grote teen
en de voorkant van de schoen één vinger
bedraagt, zo voorkom je blauwe tenen.
- Draag dezelfde sokken als tijdens het
sporten.
- Laat de verkoper de maat van je beide
voeten opmeten daar bij de meesten de ene voet
ietwat
groter is dan de andere. Pas in functie van de
grootste voet.
- Pas altijd beide schoenen en ga nooit af
op de schoenmaat op de doos. Zelfs schoenen
van hetzelfde paar kunnen soms een volle maat
verschillen.
- Het bovenwerk moet eveneens goed passen.
Op geen enkele plaats mag men overdruk of
irritatie voelen.
- Vrouwen met een brede of zware voet kunnen
beter een mannenmodel kiezen. Sportschoenen
voor vrouwen zijn smaller en minder stevig.
Om overbelastingsblessures te voorkomen is
het dus belangrijk om uit het totale aanbod van
sportschoenen de juiste sportschoen te
selecteren. Ga dus naar een gespecialiseerde
winkel, dit wil zeggen een winkel met bevoegd
personeel, waar eventueel een looptapijt en
videoapparatuur ter beschikking staan om uw
looppatroon vast te leggen.
|