In het onderbeen onderscheiden we grote spiergroepen:
- aan de voorzijde van het onderbeen bevinden zich een aantal spieren (m. tibialis anterior; m. extensor digitorum longus; m. peroneus longus en brevis) die er voor zorgen dat de voet kan worden opgetrokken (dorsiflexie) en de binnenzijde van de voet kan worden opgeheven (supinatie).
- de achterzijde van het onderbeen wordt gevormd door de bovenste kuitspier (m. gastrocnemius) en de diepe kuitspier (m. soleus). Deze 2 spieren hebben samen een gemeenschappelijke eindpees namelijk de achillespees. Een typische beweging voor deze spier: op de tenen staan.
Stretchoefeningen:
Voorzijde onderbeen
Statisch:
Zithouding, linkerbeen gestrekt, rechterbeen gebogen zodat rechtervoet met buitenkant op linkerbovenbeen rust. Trek met linkerhand aan tenen rechter voet tot rekking gevoeld wordt ter hoogte van spieren van rechter scheenbeen.
C-R methode:
Zelfde uitgangshouding maar vooraleer te rekken eerst gedurende 4 seconden voet tegen weerstand trachten te buigen

Achterzijde onderbeen
Statisch:
Voorwaartse spreidstand, handen tegen muur, boom, afsluiting
. De achterste voet staat ongeveer 1 meter van de steun. Langzaam rekken terwijl de hiel op de grond blijft en de voet recht vooruit wijst. De m. soleus kan extra gerekt worden door het achterste been lichtjes te buigen.
C-R methode:
Idem maar eerst 4 seconden op de tenen staan

Alternatief 1: deze spiergroep kan ook gerekt worden als u met de tenen op een verhoging van enkele cm gaat staan (borduur
).

|