Gezondsporten: een initiatief van de Vlaamse overheid
/ Home / Preventie / Letselpreventie / Warming up (opwarming)
 
Warming up (opwarming)
Een inspanning leveren zonder opwarmen is zondigen tegen één van de meest elementaire principes van de sportletselpreventie. Ook met slechte of onvolledige opwarming vergroot je de kans op kwetsuren.


Belang

Opwarming heeft tot doel de fysieke prestaties te verbete-ren en sportletsels te vermijden. Opwarmen moet dan ook regel-matig en gedisciplineerd gebeuren. Opwarmen is belangrijk en let op de correcte uitvoering van de oefeningen. Voor-zie hiervoor genoeg tijd in je trainings-programma. Actieve opwarming werkt blessurepreventief, stretchen alleen niet.


Voor- en nadelen
  • Een aantal fysiologische processen verbeteren bij een hogere lichaamstemperatuur.
    De bloed-door-stroming naar de spieren verbetert. Door de verwijding van de bloedva-ten (vasodilatatie) krijgt de spier meer zuurstof, zodat de aërobe energielevering over-weegt en er minder afvalstoffen (melkzuur) gevormd worden. De spier krijgt het warm en wordt zo klaargemaakt voor de arbeid die ze tijdens de trai-ning of wedstrijd moet leve-ren. De stofwisselingsprocessen verlopen sneller, waardoor de spieren makkelij-ker beschik-ken over de nodige energie.
    Er is een toename van de gevoe-lig-heid van de zenuw-recep-toren en een stijging van de zenuwge-lei-dingssnel-heid.

    Andere onderdelen van het lichaam die voordeel halen uit de verhoogde temperatuur: het hart (het aantal slagen per minuut moet opgedreven worden, en per slag wordt er meer bloed rondgepompt) en de longen (die worden beter geventileerd, want dankzij de grote hoeveelheid bloed die langs stroomt, kan het bloed in de longen meer zuurstof opnemen).

  • Een goede opwarming heeft niet alleen een positieve invloed op de kracht, maar ook op de snelheid, de lenigheid en het uithoudingsvermogen.

    Bovendien is een opwarming sportletselpreventief. Studies toonden aan dat de toename van de
    weefseltemperatuur de gevoeligheid voor sportletsels doet dalen. De elasticiteit van de spieren neemt toe naarmate ze beter doorbloed zijn. De gewrichtsbeweeglijkheid neemt toe waardoor de rekbaarheid van pezen, ligamenten en ander bindweefsel ook verbetert.

  • Een goede opwarming kan helpen bij de mentale voorbereiding. Spelers moeten zich immers
    niet alleen lichamelijk voorbereiden, maar ook geestelijk. Concentratie is noodzakelijk.

  • Nadelen zijn er alleen maar als de opwarming niet goed wordt uitgevoerd (te intensief, te lang)
    waardoor de eigenlijke sportbeoefening negatief wordt beïnvloed.

Soorten opwarming

Actieve en passieve opwarming:

  • Passieve opwarming: hierbij wordt de lichaamstemperatuur verhoogd door een extern middel zoals warme doeken, massage, stoombaden, warming-up gels en warme douches. Passieve opwarming biedt geen enkele bescherming tegen letsel. Massage met opwarmende zalven is dus geen vervangmiddel van een goede opwarming. Het mag alleen eventueel gebruikt worden als aanvulling en NIET als vervanging van de werkelijke warming up.
  • Actieve opwarming: hierbij wordt de lichaamstemperatuur verhoogd door actieve bewegingen van de belangrijkste spiergroepen. Deze vorm geniet de voorkeur. Huppelen, joggen, touwspringen, fietsen op een home trainer… zijn enkele voorbeelden van een actieve opwarming.

    Uit verschillende studies blijkt dat passieve opwarming niet voldoende is om de flexibiliteit te doen toenemen. Actief opwarmen is uiterst belangrijk!

Inhoud

Zo ziet het ideale opwarmingsschema eruit:

  • algemene warming-up met:
    • circulatieopwarming (cardiovasculair): ver-schil-lende varianten van lopen: ongeveer 5 minuten
    • rekoefeningen (stretching): ongeveer 7 minuten
  • sportspecifieke opwarming (gericht op de li-chaamsde-len die later in de meer intensieve sportbeoe-fening zullen worden gebruikt): balvaardig-heid, versnel-lingen ...: ongeveer 8 minuten



Duur (gemiddeld 20 minuten) en intensiteit (men moet een beetje begin-nen te zweten) moeten individu-eel aangepast worden, zowel aan het niveau van de atleet als aan de omgevings-omstan-dighe-den. Meestal gebeurt de opwarming in groep, maar bepaalde sporters hebben meer nood aan opwarming dan ande-re. Wat voor een goed getrainde sporter een degelijke opwar-ming is, is voor een ongetraind individu een uitput-tende inspanning.


Tips

  • Een opwarming moet geleidelijk en progressief gebeuren, maar dan wel zo dat de spier- en
    kerntemperatuur toeneemt zonder dat er vermoeidheid optreedt of er energie-reserves worden aangesproken.
  • Zorg voor voldoende afwisseling in de opwarming. Wees creatief en zoek regelma-tig nieuwe
    oefeningen.
  • Probeer zoveel mogelijk in te spelen op wat je tijdens de training zal doen. Doe tijdens de sportspeci-fieke opwarming de bewegingen die ook tijdens de training of de wedstrijd aan bod komen.
  • Draag tijdens de opwarming trainingspak. Als het koud is moet de opwarming intensiever zijn. Probeer dan ook de verhoogde temperatuur te behou-den door middel van beschermende kledij.
  • Na een opwarming mag niet langer dan 5 à 10 minuten worden gewacht met het
    vervolg van de training of de wedstrijd, anders gaat het effect van de opwarming verloren.

Dopinglijn (nieuw venster)
Koepel Sportvlaanderen.be (nieuw venster)
logo Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (nieuw venster)
portaalsite Vlaamse overheid (nieuw venster)
nieuwsbrief
inschrijven


Copyright © Vlaamse overheid