|
Aan de Katholieke Universiteit van Leuven werd een
onderzoek gedaan naar de mate waarin de Belgen fysiek actief zijn. In
vergelijking met andere Europese landen scoort België slecht als het op
fysieke activiteit aankomt:
-
minder dan 20% is
zeer actief
-
54% beweegt
onvoldoende om gezond te blijven
-
minstens één
derde verklaart niets van fysieke activiteit te doen.
Alarmerend is de dalende sportparticipatie bij de
jeugd. Na de adolescentie daalt de sportbeoefening dramatisch en deze
daling zet zich verder door met de leeftijd. Wie als kind weinig of niet
aan sport doet, zal als volwassene eerder een sedentaire levensstijl
aannemen.
Het gebrek aan beweging verhoogt de kans op hart-
en vaatziekten, darm- en borstkanker, osteoporose, suikerziekte,
depressiviteit en zwaarlijvigheid in belangrijke mate. Met name het
aantal mensen met gewichtsproblemen neemt toe.
Gebrek aan fysieke activiteit vormt een ernstigere
bedreiging voor de volksgezondheid dan roken.
De kostprijs van inactiviteit voor de
gezondheidszorg werd in België niet berekend, maar als men het
vergelijkt met berekeningen voor andere geïndustrialiseerde landen,
zouden de directe kosten bijna 3.7 miljard euro bedragen.
Hoeveel beweging heeft men nodig om
gezondheidsvoordelen te hebben? 3 tot 5 keer per week gedurende 20
minuten intensief bewegen geeft de grootste gezondheidswinst. Deze norm,
die als optimaal wordt beschouwd, is voor velen te hoog gegrepen. Als
reden wordt vooral tijdsgebrek reden opgegeven.
Het blijkt echter dat regelmatig bewegen aan een
middelmatige intensiteit reeds bijdraagt tot een betere lichamelijke en
geestelijke gezondheid. Dagelijks een beetje meer beweging zou voor de
meeste mensen al voordelen voor hun gezondheid en levenskwaliteit kunnen
opleveren.
De minimale richtlijnen raden aan om verspreid over
de dag minstens 30 tot 60 minuten middelmatige fysieke inspanningen te
doen. Het verhogen van frequentie, intensiteit en duur geeft nog meer
gezondheidsvoordelen.
Alle vormen van fysieke activiteit komen hiervoor
in aanmerking: niet alleen sportbeoefening in de vrije tijd, maar ook
inspanningen op het werk (trappen doen of stappen), thuis (tuinieren,
huishoudelijk werk) of om zich te verplaatsen (te voet of per fiets).
Deze doelstelling is voor veel meer mensen
haalbaar. Ook wie weinig tijd heeft of zich niet tot intens sporten
aangetrokken voelt, kan gestimuleerd worden om meer aan beweging te
doen.
Weten dat bewegen goed is voor de gezondheid is
niet voldoende om het gedrag te veranderen. Mensen zijn meer geneigd om
fysiek actief te zijn, als ze aangemoedigd worden door familie, vrienden
en collegas. Bewegen wordt aantrekkelijker in een aangename en veilige
omgeving.
Met dank aan Randy Rzewnicki.
|