Inleiding
Er wordt verondersteld dat ongeveer 80% van alle kankers gerelateerd zijn aan omgeving- en levensstijlfactoren: algemeen erkende voorbeelden zijn o.m. de relatie tussen zon en huidkanker, tussen tabak en longkanker, tussen bepaalde voedingspatronen en darmkanker.
Relatie fysieke activiteit en kanker: stand van zaken in het onderzoek
Meerdere recente studies suggereren het mogelijk beschermend effect van fysieke activiteit op het voorkomen van bepaalde kankers, meer concreet betreft het kankers van het colon (dikke darm), prostaat, borst en andere gynaecologische kankers.
Definitieve uitspraken kunnen echter tot heden nog niet gedaan worden.
Hoofdreden hiervoor is het feit dat kanker niet één, maar een geheel van ziekten is, met weliswaar een gelijkaardig ontstaansmechanisme en verloop, maar eveneens met duidelijke eigen kenmerken.
Bijkomende moeilijkheid is het vaak zeer lange tijdsverloop tussen het ontstaan van het oorspronkelijke genetische defect (initiatie) en de effectieve ontwikkeling van het gezwel (promotie).
Indien - en steeds meer argumenten pleiten hiervoor - aangenomen wordt dat er door fysieke activiteit een gunstig effect is, rijst nog de vraag in welk stadium van de ontwikkeling van de kanker dit gunstig of beschermend effect zich voordoet. (tijdsduur tussen initiatie en promotie van kanker kan gaan van 10 tot zelfs 30 jaar).
In het algemeen kan echter gesteld worden dat op basis van recent onderzoek de weegschaal steeds meer en meer pro sport gaat doorwegen. Het is geweten dat genetische defecten aan de basis liggen van de ontwikkeling van kankercellen. Het lichaam beschikt echter ook over een immuunsysteem, zijnde een aantal categorieën van witte bloedcellen, o.m. marcofagen, natural killercellen, die de functie hebben ongewenste indringers in het lichaam te bestrijden en op te ruimen. Een goede fysieke conditie versterkt deze lichamelijke immuniteit. Nadruk dient hier wel gelegd op matige fysieke activiteit, daar topsport door overbelasting - eerder neiging vertoont het afweersysteem te verzwakken.
Colon (dikke darm)kanker
Voor kanker van de dikke darm wijzen studies eenduidig op verminderd voorkomen ervan bij actieve personen. De positieve invloed van lichaamsbeweging op obesitas draagt hier zeker onrechtstreeks haar steentje toe bij. Eveneens hiermee samenhangend is het een feit dat mensen die regelmatig sporten doorgaans ook bewuster gezonder eten, minder roken en minder alcohol consumeren.
Hormonaal gerelateerde kanker: prostaat
Hormonen spelen een belangrijke rol in tal van cellulaire processen. Het spreekt dan ook van zelf dat zij het voorkomen van kankers mee bepalen.
Lichaamsbeweging brengt hormonale veranderingen teweeg.
Prostaatkanker wordt in zijn groei gestimuleerd door testosteron, het mannelijk geslachtshormoon. In verschillende studies werd bij duurgetrainde mannen een verlaagde testosteron-concentratie aangetroffen. Het logische gevolg zou een gunstig effect op het voorkomen van prostaatkanker zijn. Anderzijds is het zo dat door het feit dat lichamelijke fitheid levensverlengend werkt, het risico op prostaatkanker een typische ouderdomsziekte dan weer vergroot wordt.
Voor prostaatkanker kan dus absoluut geen éénduidige conclusie getrokken worden met betrekking tot fysieke activiteit.
Borst en andere gynaecologische kankers
Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij de vrouw. Preventief lijkt fysieke activiteit hier een behoorlijk, zij het nog onbegrepen positief effect te hebben. Studies, in o.m.verschillende Europese landen, de Verenigde Staten en Shangai wijzen allemaal in dezelfde richting. Volgende redenen worden aangehaald ter verklaring van het beschermend effect dat sport zou hebben op het voorkomen van borst en andere gynaecologische kankers
- fysieke activiteit onderdrukt de geslachtshormonen
- fysieke activiteit verbetert het afweersysteem
- de vetverdeling in het lichaam wordt door sporten evenwichtiger verdeeld
- de neiging tot metastase zou door fysieke activiteit gereduceerd worden.
Ook hier dient steeds in het achterhoofd te worden gehouden dat het gaat over matig fysiek bewegen en zeker niet over Topsport. Afdoende bewijzen en duidelijke verklaringen zijn ook bij gynaecologische kankers tot op heden nog niet geleverd.
Sporten na kanker
Regelmatige lichaamsbeweging kan chronische ziekten zoals diabetes, hart- en vaatziekten en kanker helpen voorkomen. Wat kanker betreft hebben studies aangetoond dat voldoende lichaamsbeweging het risico op borstkanker, darmkanker en baarmoederkanker verlaagt. Vrouwen die voldoende lichamelijk actief zijn, hebben 20 tot 40% minder kans op borstkanker dan vrouwen die niet of nauwelijks in beweging komen. Met prostaat- en longkanker is totnogtoe geen relatie gevonden. Over het effect van lichaamsbeweging op andere vormen van kanker is nog te weinig gekend.
Over de rol van lichaamsbeweging bij iemand die kanker doormaakt of heeft doorgemaakt, is veel minder gekend. Fysieke activiteit zou de levenskwaliteit van patiënten met leukemie-, borst-, prostaat- en darmkanker significant verbeteren. Lichaamsbeweging kan kankerpatiënten helpen sneller te herstellen na chemotherapie of bestraling en kan de bijwerkingen van chemotherapie verlichten. Patiënten hebben minder last van pijn, misselijkheid en braakneigingen en vermoeidheidssymptomen nemen af.
Studies bij vrouwen met borstkanker wijzen op een gunstig effect van fysieke activiteit op de overlevingskansen of het hervallen na de behandeling. Onder invloed van lichamelijke inspanning verandert de aanmaak van de geslachtshormonen die de groeisnelheid van tumoren zouden beïnvloeden. Daarnaast beïnvloedt lichamelijke inspanning de aanmaak van insuline, de gevoeligheid van dit hormoon en het zogeheten insulineachtige groeifactor systeem. Zowel insuline als dit insulineachtige groeifactor systeem spelen een rol bij de groei van tumoren.
Door te oefenen kunnen patiënten hun algemene toestand verbeteren. Trappen opgaan of een eindje wandelen worden gemakkelijker. Het zijn verbeteringen die duidelijk gevoeld worden in het dagelijkse leven. Lichaamsbeweging heeft ook een positief effect op de lichaamssamenstelling en het vetpercentage.
Toch mag men als (ex-)kankerpatiënt niet zomaar met lichaamsbeweging beginnen. Best wordt altijd eerst het advies van de arts gevraagd. Soms moet rekening gehouden worden met andere gezondheidsparameters, zoals hoge bloeddruk, diabetes, hartkwalen, zwaarlijvigheid…
Lichamelijke toestand na kanker
Kanker en de behandeling ervan hebben een grote impact op iemands geestelijke en lichamelijke toestand. De fitheid van de meeste mensen na een kankerbehandeling is heel laag. Vermoeidheid is één van de meest voorkomende nevenwerkingen van de ziekte en van de behandeling. Spiermassa, kracht en coördinatie zijn duidelijk afgenomen, net als de long- en hartfunctie. Misselijkheid en ellende remmen de eetlust en tijdens de behandeling verliezen patiënten veel gewicht (dus ook spieren). Vaak gaat het gepaard met bloedarmoede. De ongewenste effecten van chemotherapie leiden tot een verminderde zenuwfunctie en tot spierafbraak. Naast biologische factoren dragen de angst en de stress bij tot vermoeidheid. Vaak wordt rust aangeraden, maar dat doet de conditie nog verslechteren, zodat de vermoeidheid alleen maar toeneemt.
Regelmatig bewegen helpt bij het opbouwen van de conditie en heeft een gunstige invloed op het herstel.
Patiënten die nog niet regelmatig bewegen, zullen door een beetje meer te bewegen hun hartfunctie duidelijk verbeteren. De rusthartfrequentie daalt, waardoor het hart minder wordt belast.
Regelmatige beweging aan een matige intensiteit (d.i. zonder buiten adem te geraken) verbetert het uithoudingsvermogen en de spierkracht. Het risico op hart- en vaatziekten, overgewicht en botontkalking neemt ook af.
Op psychisch vlak zal het zelfvertrouwen verhogen en de angst om zich in te spannen zal verdwijnen.
Vermoeidheid
Extreme vermoeidheid is een vaak gehoorde klacht na de behandeling met chemotherapie of bestraling en blijft soms ook lang na de behandeling aanwezig. De mate van vermoeidheid is niet altijd in verhouding tot de verrichte inspanning. Algemene vermoeidheid kan soms onverwacht en zonder duidelijke oorzaak optreden.
Zowel te veel als te weinig activiteit kunnen de vermoeidheid in stand houden. Volledige rust is maar zelden aangewezen. Ondanks het vermoeidheidsgevoel, is het van belang om toch te gaan bewegen. Hoe minder men doet, hoe sneller men immers moe wordt. Door binnen de grenzen van zijn mogelijkheden lichamelijk actief te blijven, leert men wat nog kan.
Sport- en bewegingsadvies
Alle bewegingsvormen waarbij men nog gewoon kan praten zijn goed. Wandelen, fietsen, dansen en zwemmen zijn klassieke voorbeelden. Andere voorbeelden zijn omnisport, aquagym, yoga en tai-chi. Bewegen hoeft niet altijd sport te zijn. Dansen, een fikse wandeling, tuinieren zijn ook manieren om gezond te bewegen.
De nadruk moet liggen op verbetering van kracht, uithouding en lenigheid, maar het ervaren van plezier in het bewegen is zeker zo belangrijk. Kleine aanpassingen in het dagelijkse leven kunnen helpen om meer te bewegen: vaker de trap nemen in plaats van de lift, fietsen in plaats van auto te rijden, wandelend boodschappen doen. Rustig beginnen is de boodschap, bvb. door 10 minuten te bewegen en hier dagelijks een paar minuten aan toe te voegen. Geleidelijk aan kan men dit opbouwen tot een totaal van 30 minuten per dag, eventueel gespreid over de dag.
Sporten zoals krachtsporten, sprinten en contactsporten zijn minder geschikt, maar niet helemaal uitgesloten, zolang ze geen klachten geven en ze geen overmatige inspanning vragen. Vooral in de opbouwfase van de training moet men nog wat reserve hebben tijdens het sporten en in staat blijven om een gesprek te voeren. Moeheid of spierpijn die verschillende dagen na het sporten aanhoudt, moet worden vermeden.
Bewegen in groepsverband is leuk en werkt motiverend. Soms is deskundige begeleiding aan te raden om er op toe te zien dat de inspanning gedoseerd gebeurt. Professionele hulpverleners kunnen voedingsadviezen en psychosociale begeleiding geven.
Eerst advies van de arts
Bewegen is een belangrijk aspect om de levenskwaliteit te verbeteren, maar andere elementen mogen niet uit het oog verloren worden. Er kunnen diverse beperkingen zijn waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van een bewegingsprogramma. De behandelende arts kan hierover adviseren.
- Koorts, slechte bloedstolling of bijwerkingen van medicatie zijn risicofactoren die om voorzichtigheid vragen;
- Bloedarmoede is een belangrijke oorzaak van vermoeidheid die eerst moet aangepakt worden alvorens een trainingsprogramma effect kan hebben;
- Met het tegelijk voorkomen van andere chronische aandoeningen, zoals hoge bloeddruk of diabetes moet rekening worden gehouden;
- Schouder- en armklachten komen veel voor bij borstkankerpatiënten waarbij de lymfeklieren in de oksel verwijderd zijn. Dit uit zich o.a. in zwelling van de arm. Een bewegingsprogramma moet hiermee rekening houden;
- Tijdens hun behandeling eten veel mensen met kanker niet goed omdat ze zich erg slecht en misselijk voelen. Ze lopen een aanzienlijk risico op voedingstekorten. Om fysieke inspanningen te kunnen opbrengen is voldoende aanbreng van energie nodig
- Bij aanhoudende vermoeidheid wordt best de arts gecontacteerd. Vermoeidheid kan worden veroorzaakt door de ziekte of door de bijwerking van de behandeling. Er zijn echter nog veel meer mogelijke oorzaken.
Hoe te beginnen?
Voor de meeste mensen die behandeld zijn met chemotherapie of bestraling geldt dat er een grote aanslag is gedaan op de spieren en dat ze door inactiviteit, vaak in combinatie met medicijnen, in slechte conditie zijn. Het resultaat is dat de spierkracht en ook de coördinatie sterk verminderd zijn. Trappen lopen is bvb. veel moeilijker geworden.
In de ideale opbouw wordt eerst de spierkracht verbeterd. Zowel tijdens als na de behandeling kan krachttraining zinvol zijn en een gunstig effect hebben op de nevenwerkingen. Belangrijk is dat er erg zorgvuldig en geleidelijk opgebouwd wordt. Dit kan bvb. met fitnessoefeningen. Ook vaker trappenlopen is zinvol.
Als de kracht weer terug is, lukt het vaak om ook duursporten zoals fietsen en wandelen weer geleidelijk aan op te nemen.
- Begin met een aangepast doel. Als trappen opgaan nog te zwaar is, begin dan met bijvoorbeeld driemaal rond de tafel te stappen;
- Verschillende korte beweegmomenten per dag met daartussen een rustperiode zijn te verkiezen boven één lange activiteit die het lichaam te veel uitput. Twee of drie keer 10 à 15 minuten per dag bewegen, is gemakkelijker vol te houden en zal de conditie geleidelijk aan doen verbeteren;
- Bouw geleidelijk verder op. Verleng de duur van de inspanning met niet meer dan 5 minuten per week. Het finale streefdoel is 3 tot 5 uur per week wandelen aan een gemiddeld tempo (3-5 km/uur) of een gelijkaardige inspanning. Dit levert het grootste voordeel op. Er is weinig bewijs dat meer activiteit meer voordelen zou opleveren;
- Overdrijf niet en zorg voor voldoende rust. Op dagen dat het minder goed gaat, mag men het wat kalmer doen. Een rustdag af en toe is zeker in het begin aan te raden.
Beweegtips
- Kies een aangename activiteit die bij je past;
- Samen bewegen is leuk en motiverend;
- Bouw duur, intensiteit en frequentie geleidelijk op;
- Minimaal een half uur per dag sportief bewegen is een goed streefdoel;
- Rust even uit als de inspanning te zwaar wordt en laat je niet opzwepen om door te gaan;
- Variatie voorkomt verveling;
- Zorg voor meer beweging tijdens je dagelijkse bezigheden. Elke fysieke inspanning zorgt voor gezondheidswinst, ook bijvoorbeeld te voet om de krant gaan;
- Vergeet niet om te genieten.
Meer informatie: www.kanker.be.
Besluit
Aangenomen mag worden dat in het verband tussen fysieke activiteit en kanker een belangrijk rol is weggelegd voor voeding (gewichtsbeheersing, vetbeperking, anti-oxidantia) en voor de werking van het immuunsysteem. Er dient echter nog héél veel onderzoek te gebeuren naar de juiste plaats (frequentie, intensiteit, duur en vorm
) van deze fysieke activiteit in de preventie van kanker.
|