Gezondsporten: een initiatief van de Vlaamse overheid
/ Home / Sport en ... / Sport en vaccinatie
Sport en vaccinatie
Een sporter wenst zo weinig mogelijk trainingen of wedstrijden te missen. Ziek worden moet dus zo veel mogelijk vermeden worden. Tegen een aantal besmettelijke ziektes bestaan zeer goede vaccinaties. Hieronder geven we een overzicht van vaccins die voor sporters toch wel belangrijk zijn.

Tot nu toe zijn er geen specifieke vaccinatieaanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie of andere organisatie wat betreft de vaccinatie van sporters. De gestelde richtlijnen gelden immers voor alle adolescenten en volwassenen of ze nu sporten of niet.

Toch zijn er sporten waar het risico voor bepaalde ziekten of infecties groter is dan bij een “normale” bevolking. Elke sport heeft zo zijn risicoprofiel. Een triatleet die zwemt in zoet water loopt een klein maar reëel gevaar op leptospirose (rattenziekte) waar dit voor een basketter vanzelfsprekend niet geldt. Sporten met frequent lichamelijk contact, vele reizen, dicht op elkaar leven in groep hebben allen hun eigen risicoprofiel. Ken dus je sport en zijn risico’s en neem zo mogelijk de nodige maatregelen ter preventie.

Wanneer vaccineren?
Een sporter volgt best het vaccinatieschema dat voor iedereen geldt. Soms is het misschien wel van belang om zich niet vlak voor een belangrijke wedstrijd te laten vaccineren. De meeste vaccinaties veroorzaken weliswaar slechts zeer minieme hinder (rode, wat pijnlijke en harde zwelling op injectieplaats; soms wat stramheid) maar toch is het misschien beter de vaccinatie toe te dienen op een ogenblik dat er niet onmiddellijk belangrijke competities gepland staan.

Welke vaccinaties?
We overlopen hieronder de belangrijkste vaccinaties die in ons land aanbevolen zijn. Voor sporters die naar verre landen met hun specifieke risico’s trekken verwijzen we naar de website van het Tropisch Instituut voor Geneeskunde (www.itg.be).

Tetanus (klem)
Tetanus wordt veroorzaakt door de Clostridium tetani bacterie. Deze bacterie blijft vaak jaren ondergronds (weg van het zonlicht) leven. Alle wonden kunnen tetanus veroorzaken maar zeker de wonden die men buiten oploopt en die vervuild zijn met aarde, vuil of stof houden het grootste gevaar in voor tetanusinfectie. Deze bacterie ontwikkelt zich enkel in een zuurstofarme omgeving (in diepe wonden of vervuilde wonden met afstervend weefsel). Het kan 3 tot 21 dagen duren vooraleer bij infectie het ziektebeeld optreedt. Dit begint met stijf worden van de slik- en kauwspieren waardoor de mond moeilijker kan geopend worden. Vervolgens treedt een algemene stijfheid (nek, benen en armen) op die vaak gepaard gaat met krampen. Als tenslotte de ademhalingsspieren worden aangetast is de afloop fataal.
Vaccineren is dus voor iedereen van belang. In ons land worden kinderen systematisch gevaccineerd. Na een volledige vaccinatiecyclus (voor volwassenen: 2 injecties met 1 maand tussen en een derde injectie 1 jaar later) volstaat een rappelvaccinatie om de tien jaar om beschermd te blijven.

Vanzelfsprekend is het van het grootste belang elke wonde optimaal te verzorgen:
  1. wonde uitspoelen (best met stromend water –niet rechtstreeks op wonde- en desinfecterende zeep), alle resten van gravel, modder, zand, steentjes … verwijderen
  2. wonde met steriel gaasje drogen
  3. ontsmetten (met iso-betadine bv)
  4. pleister of steriel verband aanbrengen

Raadpleeg best een arts als het gaat om

  • grotere, sterk vervuilde wonden
  • diepe wonden (die evt. moeten genaaid worden)
  • sterk verontreinigde wonden ten gevolge van een stamp (bij voetbal bvb)
  • bijtwonden

Griep (influenza)
Griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Bij gezonde personen is griep meestal onschuldig. Bij bejaarden en mensen met hartafwijkingen, nier- of longafwijkingen of diabetes kunnen echter ernstige en soms fatale verwikkelingen optreden. Vaccinatie wordt bij deze groep dan ook sterk aangeraden.
Sporters horen meestal niet bij deze groep en een echte noodzaak tot vaccinatie is er dus niet. Wel zal de sporter bij een griepaanval zeker niet in staat zijn te trainen of aan wedstrijden deel te nemen. Nadien volgt ook een periode van recuperatie en opnieuw langzaam opbouwen van de conditie, zodat een griepaanval toch minimaal 2 à 3 weken verlies betekent. Voor veel atleten is dit een ramp en ook in ploegsporten waar soms verschillende speler het griepvirus aan mekaar doorgeven kan dit catastrofaal zijn. Om deze redenen wordt toch vaak overgegaan tot vaccinatie van sporters.
Het is ook zo dat de eerste uren na een zware fysieke inspanning de weerstand tegen infecties gedaald is. Als een sporter na zo’n zware inspanning dus in contact komt met het influenzavirus is de kans dus ook groter dat hij de griep krijgt.

Vaccineren betekent echter niet dat men 100% beschermd is tegen de griep. Naast het feit dat het vaccin niet bij iedereen even goed aanslaat (beschermingsgraad neemt toe naargelang de algemene gezondheidstoestand beter is), is het ook zo dat het influenzavirus permanent verandert. Daarom wordt elk jaar een nieuw vaccin ontwikkeld op basis van de viruseigenschappen van het jaar voordien. Als de verandering die het virus doormaakt echter majeur is zal het vaccin niet meer beschermen tegen het nieuwe virus.

De bijwerkingen van het griepvaccin zijn miniem: soms wat last van jeuk en een rode huid op de plaats van de injectie en uitzonderlijk wat veralgemeende symptomen als lichte koorts, hoofd- en spierpijn gedurende 1 à 2 dagen. Best gebeurt de vaccinatie tussen eind september en eind november en voor sporters toch minstens een vijftal dagen voor een belangrijke wedstrijd.

Hepatitis B
Hepatitis B is een zeer besmettelijke vorm van geelzucht. Een besmetting gebeurt meestal via onbeschermd seksueel contact of via bloed. Vaak gaat een infectie vrij ongemerkt voorbij (grippaal syndroom). Eventueel kunnen bij ernstig zieke mensen huid en ogen geel verkleuren. De meeste mensen genezen volledig en zijn dan levenslang immuun. Wel is ca 1 % van de infecties bij volwassenen op korte termijn fataal. De andere mensen blijven drager van het virus en kunnen een chronische hepatitis ontwikkelen wat kan leiden tot levercirrose of leverkanker.
Voor sporters die vaak op reis zijn in Azië, Latijns Amerika en Afrika is vaccinatie sterk aanbevolen. Zeker indien er kans bestaat op seksueel contact, contact met bloed of medische ingreep is vaccinatie primordiaal. Voor atleten die een hogere kans lopen voor letsels dus zeker aanbevelenswaard.
Hou er wel rekening mee dat ongeveer 1 persoon op 10 na de vaccinatie gedurende enkele dagen wat algemene klachten als hoofdpijn, lichte koorts, vermoeidheid en een algemene malaise kan vertonen.

Hepatitis A
De overdracht van dit virus gebeurt via kleine uitwerpselfragmenten die terechtkomen in drinkwater, op voedingswaren, … en zo ingenomen worden. Het virus tast de lever aan. Symptomen bij besmetting zijn: misselijkheid, braken, geen eetlust, diarree, vermoeidheid, koorts, spierpijn, hoofdpijn, gele huid, donkere urine… . Bij kinderen zijn de symptomen vaak veel minder uitgesproken.
De kans op besmetting is het grootst op plaatsen met slechte hygiënische omstandigheden. Voornamelijk sporters die veel reizen lopen dus een groter risico.
Volwassenen worden in 2 keer gevaccineerd: de eerste injectie biedt bescherming gedurende 1 jaar; de tweede injectie die 6 tot 12 maand later wordt toegediend, beschermt 10 jaar.
De vaccinatie gebeurt best minstens 2 weken voor het vertrek en kan zoals de vaccinatie tegen hepatitis B ook in 10% van de gevallen wat algemene klachten veroorzaken gedurende enkele dagen.


Pneumokokken
Streptococcus pneumoniae is bij volwassenen de belangrijkste oorzaak van longontstekingen. Vaccinatie wordt bij volgende mensen aangeraden:
- volwassenen ouder dan 60 jaar (zeker als ze in home of verzorgingsinstelling verblijven)
- mensen met verhoogde kans op pneumokokkeninfecties (chronische hart- of longaandoening, alcoholisme, levercirrose, diabetes, …)

Sporten op verhoogt het risico op longontstekingen niet en dit vaccin wordt dan ook niet extra aanbevolen bij sporters.

Meningokokken
In België worden de meeste gevallen van meningitis (hersenvliesontsteking) veroorzaakt door meningokok serogroep B waartegen geen vaccin bestaat. Sedert enkele jaren stelt men echter een groter aantal besmettingen vast met serogroep C. Hiertegen bestaat wel een vaccin. Het risico van meningokokkeninfectie is het grootst bij kinderen en jongeren tot ongeveer 19 jaar oud. Op dit ogenblik kan men vaccinatie tegen meningokok C voorstellen voor kinderen en adolescenten van 1 tot 19 jaar oud.
Voor sporters gelden dezelfde richtlijnen.

top


Dopinglijn (nieuw venster)
Koepel Sportvlaanderen.be (nieuw venster)
logo Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (nieuw venster)
portaalsite Vlaamse overheid (nieuw venster)
nieuwsbrief
inschrijven


Copyright © Vlaamse overheid