Gezondsporten: een initiatief van de Vlaamse overheid
/ Home / Training / Testen / Margaria
Test van het maximaal vermogen
Gedurende inspanningen van minder dan 10 seconden levert het anaëroob alactisch systeem tijdens een éénmalige inspanning het merendeel van de energie (Wilmore et al. 1997).
Hoewel dit ook het geval is bij sprongtests, worden deze in een apart document uitgewerkt.

Tests van het maximaal vermogen zijn vaak sportspecifieke tests (maximaal vermogen dat een wielrenner op 5 seconden kan ontwikkelen op een ergometerfiets, maximaal vermogen dat een roeier kan ontwikkelen op een roeiergometer, maximaal vermogen op een niet-gemotoriseerde loopband,...). Deze tests vallen onder de noemer sportspecifieke tests, en worden voorlopig niet in de consensus opgenomen
Margaria-Kalamen trappenlooptest (stair climb test)
De Margaria-Kalamen test wordt door Wilson (2000) omschreven als een test voor het maximaal vermogen van de onderste ledematen, die zowel door een Sportmedisch Keurings- en Begeleidingscentrum als in het veld kan worden uitgevoerd. Deze test wordt specifiek aangeraden voor toepassing bij o.a. American Football (Arnold et al. 1980) en skiën (White and Johnson 1993).

Betrouwbaarheid:
Hopkins et al. (2000) vermeldt coefficients of variation van 3.7 tot 4.5 % voor stair runs afgenomen met chronometer. De betrouwbaarheid kan waarschijnlijk gevoelig worden opgedreven door gebruik van contactmatten of lichtgevoelige cellen (de zogenaamde ‘light gates’).

Toepassing:
Voor sporten waarbij het van belang is explosief over korte afstand te kunnen versnellen, is deze test bijzonder geschikt. Verder is de test ook een nuttig meetinstrument voor loopdisciplines in atletiek (tot 1.500 m, veldlopen).

Opwarming:
De opwarming bestaat uit 5 minuten lichte aërobe activiteit (op de loopband of in een beschikbare ruimte), eventueel aangevuld door de atleet met aanvullende oefeningen (zie boven), en 3 submaximale oefenpogingen.

Beschrijving van de test
Vanop een afstand van 6 meter van de eerste trede van een trap , sprint de atleet zo snel mogelijk naar de trap toe, en sprint zo snel mogelijk van de derde naar de negende trede. De tijd tussen het voetcontact op de derde trede en het contact op de negende trede wordt berekend. De atleet krijgt drie pogingen. Wilson (2000) raadt een rustpauze van 3 minuten tussen opeenvolgende pogingen van de Margaria-Kalamen test aan.

Instructie:
De test dient maximaal te worden uitgevoerd.

Output:
  • snelste poging (seconden: 100e van seconden)
  • hoogteverschil tussen trede 3 en trede 9, horizontale afstand tussen deze treden
  • vermogen berekend volgens de formule
    P (kg m/s) = lichaamsgewicht (kg) • verticale afstand tussen trede 3 en trede 9 (m) /tijd (sec)
  • Eventuele opmerkingen (uitvoering, motivatie,…)

Aan de Margaria-Kalamen test, die vrij bewegingsspecifiek is voor een groot aantal sportdisciplines, is een zeker risico op kwetsuren verbonden. Daarom dient te worden afgewogen of de informatie die deze test kan leveren opweegt tegen dit risico. Eventueel kan worden gezocht naar een alternatieve test die eveneens informatie levert over het vermogen dat door de onderste ledematen kan worden geleverd.

top


Dopinglijn (nieuw venster)
Koepel Sportvlaanderen.be (nieuw venster)
logo Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (nieuw venster)
portaalsite Vlaamse overheid (nieuw venster)
nieuwsbrief
inschrijven


Copyright © Vlaamse overheid