Gezondsporten: een initiatief van de Vlaamse overheid
/ Home / Training / Testen / Maximale zuurstofopname
Maximale zuurstofopname
Bij een inspanningsonderzoek in een sportgeneeskundig centrum wordt vaak een ergospirometrie uitgevoerd.
Tijdens de inspanningstest op de fiets of loopband ademt de testpersoon via een masker of mondstuk. Hij of zij ademt de kamerlucht in met gekende concentraties aan zuurstof (20,93%), stikstof (79,04%) en koolstofdioxide (0,03%). Alle lucht die uitgeademd wordt, gaat via het masker en een leiding naar de spirometer waar ondermeer de concentraties zuurstof en koolstofdioxide van de uitgeademde lucht worden bepaald.
Door de waarden van de in- en uitgeademde lucht met elkaar te vergelijken, kan gemakkelijk berekend worden hoeveel zuurstof door het lichaam werkelijk is opgenomen. Die waarde heet de zuurstofopname en wordt uitgedrukt in liter of milliliter zuurstof per minuut.
Wanneer we de zuurstofopname tijdens een graduele inspanningsproef in grafiek zetten krijgen we een curve zoals in figuur 1.

Figuur 1: zuurstofopname bij een inspanning met stijgende intensiteit.
Figuur 1: zuurstofopname bij een inspanning met stijgende intensiteit.

We zien een trapsgewijze toename van de zuurstofopname met de belasting tot er een duidelijke afvlakking van de curve merkbaar is: de zuurstofopname stijgt niet meer, terwijl de belasting wel nog toeneemt. Hier heeft de atleet zijn maximale zuurstofopname of VO2max bereikt.
Personen met een hoge maximale zuurstofopname blinken meestal uit in uithoudingssporten of zogenaamde duursporten (lopen, fietsen, zwemmen, langlauf,…). Om verschillende personen met elkaar te vergelijken wordt de zuurstofopname gedeeld door het lichaamsgewicht. De maximale zuurstofopname wordt uitgedrukt in milliliter zuurstof per kilogram lichaamsgewicht.

Welke factoren bepalen de maximale zuurstofopname?

  1. Inspanningstest
    Hoe meer spiermassa wordt ingezet bij een inspanning, des te hoger is de maximale zuurstofopname. De maximale zuurstofopname van één en dezelfde atleet, bepaald op een loopband, ligt dan ook meestal hoger dan zijn maximale zuurstofopname op een ergometerfiets (behalve voor zeer goed getrainde wielrenners).
  2. Erfelijkheid
    Studies met eeneiige en twee-eiige tweelingen wezen uit dat de maximale zuurstofopname voor een groot deel bepaald wordt door erfelijkheid. In sommige studies tot 93%.
  3. Trainingstoestand
    De maximale zuurstofopname kan toenemen door uithoudingstraining. Verbeteringen tussen 6 en 20% worden regelmatig genoteerd.
  4. Geslacht
    De maximale zuurstofopname ligt bij mannen gemiddeld 15 tot 30% hoger dan bij vrouwen. Dit zou te wijten zijn aan verschillende lichaamssamenstellingen (vrouwen hebben meer lichaamsvet) en een hoger hemoglobinegehalte (hemoglobine is de stof die zuurstof vervoert in het bloed) bij de man.

top


Dopinglijn (nieuw venster)
Koepel Sportvlaanderen.be (nieuw venster)
logo Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (nieuw venster)
portaalsite Vlaamse overheid (nieuw venster)
nieuwsbrief
inschrijven


Copyright © Vlaamse overheid