|
|
 |
| Tips om gezond te sporten |
 |
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
 |
Verticale sprong
|
De test verticale sprong, werd in de Eurofit testbatterij voor volwassenen opgenomen om de maximale verticale sprongkracht te beoordelen, een eigenschap die maximale beenspierkracht, spiervermogen
en coördinatie impliceert.
|
De motivering voor het gebruik van deze test ligt in het feit dat beenspierkracht een vitale factor is voor algemene activiteit en functionele gezondheid en die vooral met toenemende leeftijd vooral kritisch wordt. Deze eigenschappen worden optimaal gemeten in labo omstandigheden, vandaar dat de verticale sprong een eenvoudige veldtest is om deze fysiologische eigenschap te evalueren.
De hoogte van de verticale sprong wordt gemeten door gebruik te maken van een meetlint, waarvan één uiteinde gefixeerd is aan een riem rond de lenden en het andere uiteinde vrij kan glijden onder een plankje/ plat staafje op de vloer.
Een alternatief is het meten van de vluchtfase tijdens een sprong. Deze test gebeurt op een speciale mat waarbij de sporter ook zo hoog mogelijk springt maar waar de tijd die hij in de lucht blijft elektronisch wordt gemeten. Deze tijd correleert zeer nauwkeurig met de hoogte van de sprong.
|
De testconditie
De proefpersoon is goed ingelicht over de test, heeft een algemene opwarming van een paar minuten achter de rug en voert de proef uit met sportschoenen. Een tweetal pogingen zijn toegelaten. Vervolgens voert de proefpersoon de test uit.
Score
De hoogte van de verticale sprong wordt gemeten in centimeters. Het beste resultaat van 2 tot 3 pogingen telt.
Materiaal
Een meetlint gefixeerd aan een soort broeksriem die kan aangepast worden volgend de taille omtrek van de proefpersoon. Een meetstaafje of eenvoudig plankje dat aan de vloer kan gefixeerd worden.
Beoordeling
Voor dit testitem uit de Eurofit voor volwassenen batterij zijn ook (nog) geen gezondheidsgerelateerde criteria voorhanden. Wel kunnen informatief Zweedse referentiewaarden gebruikt worden (Tabel 1). Het zijn zogenaamde quintielen, of de 20ste, 40ste, 60ste en 80ste percentielen. Uit deze tabel kan afgeleid worden dat de scores afnemen met de leeftijd en dat de normen verschillen tussen een mannelijke en een vrouwelijke populatie. Bij de interpretatie van de scores dient genoteerd te worden dat overgewicht aanzienlijk de sprongprestatie benadeelt en dus is de testscore eerder een uitdrukking van relatief dan van absoluut vermogen. Overigens wordt de test niet aanbevolen voor obesen of personen met problemen aan de wervelkolom of de onderste extremiteiten.
Bron:
Eurofit for Adults, Council of Europe
Publ., Strassbourg, 1995.
|

De test : De proefpersoon staat rechtop, benen gestrekt, lichtjes zijwaarts gespreid over het plankje of plat staafje. De examinator houdt het meetlint gestrekt en noteert het cijfer op het meetlint ter hoogte van het plankje of staafje. De proefpersoon probeert zo hoog mogelijk te springen, waarbij hij gebruikt maakt van een zwaaibeweging van de armen en een soort ritmische counterbeweging om de sprong te ondersteunen. De proefpersoon landt zo dicht mogelijk bij de plaats van afstoot.
| Percentiel |
|
|
|
|
Leeftijd |
|
|
|
| 20-29 |
30-39 |
|
40-49 |
|
50-59 |
60- |
|
|
| Mannen |
|
|
|
|
|
|
|
|
| 80 |
|
61 |
|
55 |
|
52 |
45 |
35 |
| 51 |
|
55 |
|
51 |
|
47 |
42 |
33 |
| 40 |
|
52 |
|
47 |
|
42 |
37 |
31 |
| 20 |
|
47 |
|
42 |
|
38 |
31 |
24 |
| Vrouwen |
|
|
|
|
|
|
|
|
| 80 |
|
43 |
|
40 |
|
36 |
30 |
26 |
| 60 |
|
39 |
|
35 |
|
31 |
27 |
23 |
| 40 |
|
36 |
|
32 |
|
28 |
25 |
20 |
| 20 |
|
31 |
|
29 |
|
25 |
21 |
17 |
| Tabel 1. Zweedse populatienormen voor de test verticale sprong (cm) per leeftijd en geslacht |
|
 |
|
|
|
 |
|