Veel atleten en trainers zijn ervan overtuigd dat de fysieke conditie duidelijk achteruit gaat bij vermindering van de training gedurende enkele dagen. Wetenschappelijke studies tonen echter het tegendeel aan.
Wanneer van detraining gesproken wordt, kunnen verschillende parameters verminderd worden.
- het trainingsvolume: het aantal uur training per trainingssessie of per week
- de trainingsfrequentie: aantal trainingen per week
- de trainingsintensiteit, uitgedrukt in hartfrequentie en/of snelheid
- de duur van de detrainingsperiode
Men spreekt van trainingsvermindering als trainingsduur, trainingsfrequentie en trainingsintensiteit in gelijke mate worden verminderd. (figuur 1).

Figuur 1: trainingsvermindering
Bij tapering daarentegen zullen de verschillende variabelen in een systematische, niet-lineaire manier worden verminderd (figuur 2).

Figuur 2: tapering
Vaak worden hoge intensiteits-tapering periodes gebruikt. Hierbij wordt het trainingsvolume zeer sterk verminderd, maar wordt nog aan zeer hoge intensiteit getraind.
Een aantal studies besluiten dat bij niet-atleten het trainingsvolume met twee derde kan verminderd worden (en dit zelfs tot 15 weken) zonder dat de fysiologische aanpassingen die door de uithoudingstraining verkregen werden, afnemen. De trainingsintensiteit daarentegen moet behouden blijven en de trainingsfrequentie mag met maximaal 20% verminderd worden.
Verschillende studies bij goed duurgetrainde atleten (zwemmers, lange afstandslopers) tonen aan dat de maximale zuurstofopname zeker niet afneemt wanneer het trainingsvolume met 70 tot 80 % wordt verminderd gedurende 10 tot 28 dagen. Wel dient de trainingsintensiteit behouden te blijven.
Ook de bloedparameters (hemoglobine, plasmavolume, creatinekinase
) blijven onveranderd of wijzigen in positieve zin na een detrainingsperiode van 7 tot 21 dagen.
Wat betreft kracht en maximale prestatie werd aangetoond dat mits een aangepaste taperingperiode (met hoge intensiteiten) van 1à 2 weken een verbetering kan bekomen worden. Intense uithoudingstraining verlaagt immers de spierkracht door blijvende spiervermoeidheid. Precies door de trainingsomvang te verminderen, kan een spierkrachttoename verkregen worden. Dit is van groot belang voor de atleet om op het einde van de race nog te kunnen versnellen. Zo werd na een hoge intensiteits-tapering een krachttoename met 10 % en een verbetering van de besttijd met gemiddeld 3 % beschreven.
Ook op psychologisch vlak zal een verminderde trainingsomvang, een verbeterd humeur en een grotere prestatiedrang met zich meebrengen.
Praktisch:
- uithoudingssporters verminderen best hun trainingsomvang tijdens de laatste 2 weken voor een belangrijke competitie.
- Na het seizoen is het beter een periode van verminderde trainingsomvang in te schakelen in plaats van een periode van volledige rust (waar reeds na 2 weken de fysiologische adaptaties ten gevolge van uithoudingstraining verloren gaan).
- Ook bij lichte kwetsuur of oververmoeidheid wordt zo mogelijk een taperingperiode in het trainingsschema ingepast.
|