Gezondsporten: een initiatief van de Vlaamse overheid
/ Home / Training / Theorie / Melkzuur
Melkzuur
Melkzuur (synoniem: lactaat) is een stof die in de spieren gevormd wordt. Het is de afvalstof van het anaėrobe lactische energiesysteem. (zie energiesystemen). Ze wordt voornamelijk gevormd bij maximale inspanningen van een 10 tal seconden tot enkele minuten. Ook in rust is melkzuur in het bloed aanwezig (gemiddeld in een concentratie van ca 1 mMol/l).
Ondanks het feit dat melkzuur in de spier gevormd wordt, wordt bij melkzuurbepalingen om praktische redenen voornamelijk gewerkt met melkzuurconcentraties in het bloed. De melkzuurconcentraties worden meestal uitgedrukt in millimol per liter (mMol/liter).

Anaėrobe drempel
Melkzuur wordt in de sportgeneeskunde voornamelijk gebruikt om de zogenaamde anaėrobe drempel te bepalen. Deze anaėrobe drempel of overslagpols (of omslagpunt) wordt gedefinieerd als die werkintensiteit waarboven melkzuur zich begint op te stapelen in de spier en het bloed. Deze ophoping ontstaat door het feit dat de afvoer van het melkzuur de aanmaak niet meer kan volgen. Deze anaėrobe drempel vormt dus de overgang van de aėrobe naar de anaėrobe lactische energielevering. Hoe later een atleet deze drempel bereikt, hoe beter zijn uithoudingsvermogen.
Inspanningen onder de anaėrobe drempel kunnen geruime tijd (minstens 45 minuten) volgehouden worden, terwijl inspanningen met een intensiteit boven deze drempel snel gestaakt moeten worden. Door de melkzuuropstapeling neemt de zuurtegraad van het bloed en de spieren immers toe, wat de prestaties negatief beļnvloedt.

Bloedafname aan oorlel of vingertop
De melkzuurconcentratie in het bloed kan vrij eenvoudig bepaald worden. Meestal gebeurt de bloedafname ter hoogte van de oorlel of de vingertop. Nadat de oorlel is ingewreven met een opwarmende zalf, volstaat meestal 1 prikje in het oor om het volgend uur moeiteloos bloedstaaltjes te kunnen blijven afnemen. De afnamen gebeuren volledig pijnloos bij middel van een capillair buisje dat tegen het kleine wondje gehouden wordt en waarbij de bloeddruppel in het buisje wordt gezogen. Om een melkzuurconcentratie in het bloed te bepalen volstaat 20 ą 25 microliter bloed.

De inspanningsproef en de curve
De anaėrobe drempel, die erg belangrijk is om de juiste intensiteit van een training te bepalen, moet op een zo sportspecifiek mogelijke manier bepaald worden. Een loper op een loopband of op een atletiekpiste, een fietser op een fiets, een zwemmer in het zwembad… .
Voor alle inspanningsproeven geldt één principe: geleidelijk aan wordt de inspanningsintensiteit opgedreven en aan het einde van elke inspanningstrap, die minstens 3 minuten duurt, wordt de hartfrequentie bepaald en wat bloed afgenomen ter hoogte van de oorlel of de vingertop.
Op het einde van zo’n inspanningstest verkrijgt men dan een curve die er als volgt uitziet:



Figuur 1: voorbeeld van een melkzuurcurve

Figuur 1: voorbeeld van een melkzuurcurve
Op de Y-as (verticale as) geeft men steeds de melkzuurconcentratie in het bloed weer terwijl op de X-as (horizontale as) de hartfrequentie of de inspanningsintensiteit kan weergegeven worden.

Factoren die deze curve beļnvloeden zijn:

  1. het testprotocol
    Afhankelijk van het gebruikte inspanningsprotocol, verschillen de bekomen grafieken. Om vergelijkingen te maken moet dus steeds hetzelfde protocol gebruikt worden.

  2. de sportspecificiteit van de test
    Het spreekt vanzelf dat een loper zeer zwak zal scoren op een ergometerfiets, terwijl een fietser op een loopband er ook maar beroerd zal uitkomen.

  3. de koolhydraatstatus
    Het feit of de atleet de test doet met volle energiereserves (normale koolhydraatrijke voeding, geen zware inspanningen in de laatste dagen voor de test) of lege energiereserves (zware inspanning dag voor de test, weinig gegeten), zal de melkzuurcurve aanzienlijk beļnvloeden. Bij een inspanningstest met ”lege energiereserves” verschuift de curve immers naar onder. Er is als het ware geen glycogeen voorhanden om melkzuur via de anaėrobe energielevering te vormen.
    Wanneer de 4mMol-drempel gebruikt wordt geeft dit een vals beeld voor de atleet met “lege energiereserves”. Deze atleet zal zwaar overschat worden. Het is dan ook belangrijk om voor zo’n inspanningstest steeds de training 2 ą 3 dagen af te bouwen en een koolhydraatrijke voeding te blijven gebruiken.
     

Figuur 2: de invloed van de koolhydraatstatus op de melkzuurcurve
 

Figuur 2: de invloed van de koolhydraatstatus op de melkzuurcurve

  1. de doseringsmethode
    De bekomen melkzuurconcentratiewaarden verschillen naargelang de gebruikte laboratoriummethode om de concentraties te bepalen.

Om twee melkzuurtesten te vergelijken gebeuren deze dus best steeds in totaal dezelfde omstandigheden.


top


Dopinglijn (nieuw venster)
Koepel Sportvlaanderen.be (nieuw venster)
logo Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (nieuw venster)
portaalsite Vlaamse overheid (nieuw venster)
nieuwsbrief
inschrijven


Copyright © Vlaamse overheid