Cafeïne is in vele
landen het meest gebruikte stimulerend middel. Voor
veel mensen is cafeïne een heel normaal bestanddeel
van hun voeding. Het komt voor in koffie en thee,
maar ook in chocolade, cola en sommige pepdranken.
Ook bij sporters is het gebruik van cafeïne erg
populair. Recent onderzoek toont aan dat cafeïne een
prestatiebevorderend effect kan hebben.Toch komt
cafeïne niet meer voor op de internationaal erkende
dopinglijst. Omdat het zo vaak en veelvuldig
gebruikt wordt, kan men zich afvragen of cafeïne
eigenlijk wel doping is? Zijn er ongunstige
bijwerkingen bij overmatig cafeïnegebruik? Een
overzicht.
In een normale voeding zijn koffie en thee de
belangrijkste bronnen van cafeïne-inname. Grote
hoeveelheden cafeïne zijn echter ook aanwezig in
chocolade (cacao) en in enkele frisdranken
(coladranken). Daarnaast zijn er heel wat
pepdrankjes die grote hoeveelheden cafeïne bevatten
(vb. Red Bull, Peppers, enz.).
| voedingsmiddel |
|
hoeveelheid |
cafeïne (mg) |
|
|
| koffie |
filter |
150 ml |
115 |
|
|
| |
instant |
150 ml |
60 |
|
|
|
espresso |
60 ml |
100 |
|
|
|
gedecafeïneerd |
150 ml |
< 1 |
|
|
| thee |
zakje, zwart |
150 ml |
30-50 |
|
|
|
zakje, groen |
150 ml |
15-35 |
|
|
|
losse blaadjes |
150 ml |
20-30 |
|
|
| chocolademelk |
|
240 ml |
5 |
|
|
| warme chocolade |
|
240 ml |
10 |
|
|
| melkchocolade |
|
30 mg |
6 |
|
|
| chocoladecake |
|
1 sneetje |
25 |
|
|
| cola |
Coca-Cola |
360 ml |
46 |
|
|
|
Pepsi |
360 ml |
38 |
|
|
Tabel 1: cafeïnegehalte in een aantal voedingsmiddelen
Cafeïne is ook aanwezig in veel
geneesmiddelen en wordt in vele landen
(waaronder België) ook verkocht als zuivere cafeïne
in de vorm van pillen. Heel wat pijnstillers
(analgetica) bevatten naast acetylsalicylzuur,
paracetamol of codeïne, ook cafeïne. Cafeïne zou het
pijnstillende effect van paracetamol en
acetylsalicylzuur versterken. Voorbeelden hiervan
zijn: Algostase®, Witte Kruis®, Finimal®, Mann®,
Dolviran®, Lonarid N®, Perdolan®, Nevrine codeïne®,
Saridon®, enz. Het cafeïnegehalte bedraagt in deze
preparaten tussen de 30 en 85 mg per tablet.
Uitzondering hierop vormt het geneesmiddel
Parmentier &Mac226; dat naast 400 mg fenazon ook 200
mg cafeïnemonohydraat per poedertje bevat.
Ook bepaalde geneesmiddelen tegen migraine
bevatten cafeïne. Zo bevat Cafergot&Mac226; 100 mg
cafeïne om de opname van het actieve bestanddeel (ergotaminetartraat)
te bevorderen.
Verder zijn er een aantal tonica
(stimulantia) die cafeïne bevatten:
Animine® : cafeïne en natriumnaftylacetaat 200 mg
Guronsan® : cafeïne 50 mg + ascorbinezuur en
glucuronamide
Als fait divers vermelden we ook nog de zogenaamde
vermageringscrèmes (Actibion ®) die cafeïne
in gelvorm bevatten (50 mg cafeïneguaranine per gram
gel). Deze crèmes worden voornamelijk door dames
gebruikt om overdadige lokale vetafzettingen en
vetkussens te lijf te gaan.
Koffie en cafeïne
Cafeïne en koffie zijn niet hetzelfde.
Cafeïne is een zuivere chemische verbinding (een
trimethylxanthine). Koffie echter is een extract van
de koffieboon en bestaat uit een mengsel van
honderden complexe verbindingen. De samenstelling
van de koffieboon kan sterk variëren naargelang de
groeiomstandigheden en de soort koffieboon (Robusta
of Arabica). Ook het branden van de koffie en de
eigenlijke bereiding van de koffie hebben een
belangrijke invloed op de samenstelling en
concentratie van de uiteindelijke drank. Het effect
van cafeïne enerzijds en koffie anderzijds op de
prestatie zal dan ook verschillend zijn (zie kader
p. 3).
Volgens bepaalde bronnen zou cafeïne het meest
gebruikte (of misbruikte) stimulerend middel in de
sport zijn. Duursporters gebruiken de stof om de
vermoeidheid tegen te gaan, sprinters om de
reactietijd te verminderen en krachtsporters om de
maximale kracht te doen toenemen.
Stofwisselingseffect
Na inname wordt cafeïne binnen het uur
geabsorbeerd, maar de concentratie in het plasma
blijft lange tijd verhoogt. Dit wordt verklaard door
de lange halfwaardetijd (4 tot 6 uur) zodat
de effecten lang merkbaar blijven. In de meeste
studies wordt 1 uur gewacht na inname alvorens de
eigenlijke inspanning te starten. Zo wordt de
inspanning geleverd in de periode dat de
plasmaconcentratie van cafeïne maximaal is. Cafeïne
wordt in de lever gemetaboliseerd. De belangrijkste
afbraakproducten van cafeïne zijn
1,7-dimethylxanthine, 1-methyluraat en
1-methylxanthine. Cafeïne en de afbraakproducten
worden via de urine dan uitgescheiden. Opmerkelijk
daarbij is dat slechts 0,5 tot 3,0 % van de
opgenomen hoeveelheid cafeïne in de urine weer onder
de vorm van cafeïne uitgescheiden wordt.
Gezien het lage percentage van de ingenomen cafeïne
dat in de urine wordt uitgescheiden en de grote
variatie tussen verschillende personen wat betreft
de hoeveelheid cafeïne die in de urine wordt
uitgescheiden, is het bepalen van de hoeveelheid
zuivere cafeïne in de urine een zeer slechte maat
voor de ingenomen dosis.
Onderzoek toont aan dat bij een inname van 4 tot 6
mg cafeïne per kilogram lichaamsgewicht - wat ruim
boven de dosis is die een prestatiebevorderend
effect heeft - de cafeïneconcentratie in de urine na
inspanning ongeveer 8 microgram per ml urine
bedraagt
Prestatiebevorderend?
Figuur 1
geeft een samenvatting van studies die het
effect van cafeïne-inname hebben onderzocht op de
inspanningstijd tot uitputting. Algemeen kan dus
gesteld worden dat een duurinspanning door
cafeïne-inname langer kan volgehouden worden. Voor
de atleet is dit zeer belangrijk tijdens training,
maar in een wedstrijd (zeker in een finale) gaat het
vooral om snelheid en maximale vermogen. Minder
studies zijn hieraan gewijd, maar toch geven de
meeste een prestatiebevorderend effect van cafeïne
weer (zie tabel 2)

Tabel 2: samenvatting van studies die het effect van cafeïne-inname op snelheid en vermogen onderzoeken.

Fig. 1: uit studies
blijkt dat hoe langer de prestatie duurt, hoe
groter het effect van cafeïne is. Tijdens
kortdurende inspanning aan hoge intensiteit werd
soms geen effect gevonden. Ook werd onderzocht
of het stoppen van cafeïne-inname een effect
heeft op de duurprestatie. Als regelmatige
koffiedrinkers 2 tot 4 dagen stoppen met
koffiedrinken, dan is het prestatiebevorderende
effect van cafeïne-inname niet verschillend dan
wanneer ze gewoon doorgingen met koffiedrinken
(zie fig. 2)

Fig. 2: een samenvatting van 4 studies waarin de tijd tot uitputting gemeten werd tijdens inspanningen van verschillende duur. De asterisk geeft aan dat in de desbetreffende test de volhoudtijd (statistisch significant) groter was dan in de placebo test. In studie 4 wordt aangegeven hoeveel dagen men gestopt was met koffiedrinken.
Wat betreft de zeer korte,
intensieve inspanningen (6 tot 60 seconden), is men
het zeker niet eens over het prestatiebevorderende
effect van cafeïne. Bij wat langere inspanningen
(1500 m zwemmen, 1500 m lopen, 1 uur tijdrijden op
de fiets, 21 km langlaufen) werd wel het
prestatiebevorderende effect van cafeïne aangetoond.
Krachtsporters gebruiken soms cafeïne omdat ze
geloven dat het de maximale prestatie vergroot of
vermoeidheid voorkomt tijdens wedstrijden. Met de
huidige kennis moeten we echter stellen dat er geen
bewijs is voor een prestatieverbeterend effect van
cafeïne bij krachtsporten.
Mogelijke werkingsmechanismen
De traditionele verklaring van het prestatieverhogende effect van cafeïne is dat cafeïne het sympathische zenuwstelsel stimuleert, waardoor de mobilisatie van vrije vetzuren uit het vetweefsel gestimuleerd wordt. De toegenomen beschikbaarheid van vetzuren leidt tot een verhoogde vetzuuropname door de actieve spieren en een verhoogde vetzuuroxidatie. Intracellulaire mechanismen in de spier leiden dan tot een remming van het koolhydraatmetabolisme en zo tot het sparen van spierglycogeen.
Bij deze traditionele verklaring worden echter heel wat vraagtekens geplaatst. Zo worden de prestatiebevorderende effecten van cafeïne gemeten bij inspanningen van 1 tot 30 minuten. Tijdens zulke kortdurende inspanningen is de hoeveelheid spierglycogeen zeker niet prestatiebeperkend. Bovendien tonen spierbiopten geen verschil aan in spierglycogeen na placebo- of cafeïne-inname. Cafeïne moet dus (ook) op andere manieren werken.
Verschillende mogelijkheden worden hier geopperd.
- Cafeïne stimuleert de hersenen met als gevolg veranderingen van de motorische controle of inkomende zenuwsignalen wat een verminderd gevoel van vermoeidheid impliceert.
- Cafeïne zou de vrije calciumconcentraties in de spiercellen kunnen verhogen of de kaliumafgifte aan het plasma verlagen. Cafeïne voorkomt zo het ontstaan van vermoeidheid in de spieren.
- Cafeïne zou de werking van adenosine blokkeren.
Bijwerkingen
De bijwerkingen van cafeïne kunnen we onderverdelen in acute en chronische bijwerkingen.
Cafeïne-inname kan leiden tot acute bijwerkingen, maar deze zijn meestal matig. Cafeïne moet wel altijd ingenomen worden samen met of opgelost in een vloeistof. Zo worden de acute bijwerkingen zoals mogelijke darmwandirritatie, trillen en verminderde bewegingscoördinatie, slapeloosheid, (kleine) stijging van de bloeddruk en hartfrequentie, gedeeltelijk vermeden.
Op langere termijn wordt cafeïnegebruik soms geassocieerd met een verhoogde calciumuitscheiding, met als gevolg een verhoogd risico op osteoporose. Cafeïne zou het vermogen van een vrouw om zwanger te worden verminderen en cafeïne-inname moet tijdens de zwangerschap sterk verminderd worden omdat de halfwaardetijd van cafeïne dan 3 tot 4 maal toeneemt.
Het grootste gezondheidsrisico van veelvuldig koffiegebruik staat echter in relatie met hart- en vaatziekten. Koffie bevat immers een aantal soorten vet, waaronder de diterpenen. Deze stoffen komen vrij uit gemalen koffie door toevoeging van heet water, maar worden tegengehouden op papieren filters. De diterpenen veroorzaken een aanzienlijke stijging in het totaal- en LDL-cholesterolgehalte in het bloed als ze regelmatig gebruikt worden. Dit brengt een verhoogd risico op hart- en vaatziekten met zich mee. Regelmatige koffiedrinkers kunnen daarom beter filterkoffie drinken. Bij alle ander vormen van koffiebereiding zijn ze echter wel aanwezig (zie tabel 3).

Tabel 3: het gehalte aan diterpenen in verschillende soorten koffie en de geschatte toename van het serum
Koffie versus cafeïne
Recente studies tonen aan dat als men cafeïne puur geeft men andere effecten krijgt dan als men dezelfde hoeveelheid cafeïne in koffie toedient. Zo werd aan proefpersonen 4.5 mg cafeïne per kg lichaamsgewicht gegeven
a. als pure cafeïne opgelost in water
b. als normale koffie
c. als gedecafeïneerde koffie + cafeïne
Als controle werd gedecafeïneerde koffie gegeven.
Enkel als men pure cafeïne opgelost in water gaf, zag men een prestatieverbeterend effect. Dit ondanks het feit dat bij de 3 cafeïnetoedieningen een duidelijke plasma-adrenalinestijging werd gezien. Pure cafeïne lijkt dus meer prestatiebevorderend te zijn dan koffie.
Besluit
Uit heel wat wetenschappelijke
studies blijkt het prestatiebevorderende effect
van cafeïne. Dit geldt voornamelijk bij
inspanningen die langer dan 2 minuten duren.
Pure cafeïne heeft hierbij een groter effect dan
koffie. De bijwerkingen van pure cafeïne zijn
(indien ingenomen met voldoende vloeistof) niet
erg groot (zeker niet bij regelmatige
cafeïnegebruikers).
Niets staat de atleet met de huidig geldende
reglementering in de weg om van de in de hele
wereld meest gebruikte drug ook een geliefkoosd
prestatieverbeterend product te maken.
|