De vele sportvoedingspreparaten die op de markt zijn kunnen in vijf hoofdgroepen worden ingedeeld:
1. Energierijke (koolhydraatrijke) preparaten
Energierijke (koolhydraatrijke) dranken
Bij langdurige inspanning (> 1,5 uur fietsen) of bij een zeer intensieve training dag in dan uit, kan uitputting van de koolhydraatvoorraden (= glycogeenvoorraden) een groot probleem zijn. Het is dus de kunst om deze voorraad koolhydraten op peil te houden (zie hoofdstuk koolhydraatpower).
Bij langdurige intensieve belastingen is het aan te raden om koolhydraten tijdens de inspanning op te nemen. Deze koolhydraten kunnen het best in een vloeibare en snel resorbeerbare vorm worden opgenomen.
Een koolhydraathoudende drank (>15%koolhydraten) kan dan een goede keus zijn, mits verstandig gebruik ervan.
Deze drank kan ook in combinatie met koolhydraatrijke voedingsmiddelen worden gebruikt. Het koolhydraatgehalte van kant- en- klare dranken kan erg wisselend zijn. Let hierop bij het maken van de keuze.
De voorkeur gaat uit naar die drank die de sporter tijdens inspanning het best kan verdragen. Enkele waarschuwingen:
- Koolhydraatrijke dranken zijn vaak erg geconcentreerd (hoge osmolariteit) . Een hoge concentratie koolhydraten onttrekt vocht aan de bloedbaan. Het gebruik van koolhydraatrijke dranken gaat dus altijd ten koste van de vochthuishouding. Wissel daarom het gebruik van koolhydraatrijke drank altijd af met dorstlesser of water! Het heeft geen zin om meer dan 60 g koohydraten per uur in te nemen;
- Het gebruik van koolhydraatrijke dranken moet altijd tijdens trainingen worden uitgeprobeerd. Voor inspanningen die minder lang duren, kunnen de koolhydraten het best kort na de inspanning worden aangevuld. Dit kan echter ook door het eten of drinken van de gewone koolhydraatrijke vaste of vloeibare voedingsmiddelen gebeuren.
Energierijke repen
Behalve allerlei energierijke dranken zijn er voor de sporter ook speciale repen op de markt. Zij leveren veel energie, vooral in de vorm van koolhydraten. In vergelijking met chocoladerepen of candybars bevatten zij weinig vet, maar als ze worden vergeleken met de koolhydraatrijke tussendoortjes als peperkoek of babykoeken (Betterfood, evergreen,
) en bijvoorbeeld Oost-Vlaamse vlaai dan bevatten ze in verhouding juist minder koolhydraten en meer vet.
Lees daarom steeds de analysecijfers met aandacht en vergelijk deze met een koolhydraatrijke een vetarme reep. Het is niet omdat de reclame aangeeft dat je fit wordt door het eten van een bepaalde snoepreep (zie bv. Balisto) dat deze noodzakelijk beter is samengesteld dan andere snoeprepen!
Zie tabel met analysecijfers van diverse repen en andere snacks.
| Tabel: enkele sportrepen en koekjes (analyse per 100 g) |
|
Vet (g/100 g) |
Koolhydraatgehalte (g/100 g) |
1 koekje (pakje) of stuk |
| Evergreen |
10 |
66 |
42 g |
| Isostar banana high energy |
14 |
71 |
40 g |
| Bambix babykoekje |
9 |
70 |
25 g |
| Betterfood babykoekje |
8 |
75 |
30 g |
| Vitalinea (pruim) |
8 |
71 |
30 g |
| Balisto (chocoladesmaak) |
28 |
56 |
27 g |
| Oostvlaamse vlaai |
3 |
49 |
100 g |
| Sultanakoekje |
11 |
65 |
44 g |
| Grany (rode vrucht) |
15 |
63 |
33 g |
| Peperkoek |
1 |
72 |
23 g |
| Banaan |
0 |
20 |
125 g |
| Rozijntjes |
0 |
65 |
40 g |
2. Dorstlessers
Tijdens inspanning kunnen door transpireren grote vochtverliezen optreden. Een negatieve vochtbalans kan prestatie- vermindering veroorzaken en kan zelfs bedreigend zijn voor de gezondheid (zie hoofstuk vocht).
Bij intensieve duurprestaties is de snelheid waarmee vocht door middel van transpireren verloren gaat, relatief groot. Daarentegen is de tijd die ter beschikking staat om dit verlies weer aan te vullen slechts kort.
Het is in situaties als deze uiteraard belangrijk een drank te kiezen die door het lichaam snel wordt opgenomen, zoals een isotone dorstlesser. Bij kortdurende en / of minder intensieve inspanningen kan water echter ook een goede dorstlesser zijn.
3. Eiwit- en aminozuurpreparaten
Eiwitpreparaten
Eiwitpreparaten bestaan voor 50-90% uit eiwitten. Eiwitpreparaten worden vooral gebruikt door krachtsporters maar zijn niet noodzakelijk voor een goede spieropbouw (zie ook hoofdstuk eiwitten).
Met een normale voeding is het zeer gemakkelijk om voldoende eiwitten op te nemen. Eiwitpreparaten zijn dus niet nodig.
Aminozuurpreparaten
Een trend die de laatste jaren in de sport herkenbaar is, is het gebruik van gezui-verde aminozuren. Aminozuren zijn de bouwstenen van eiwitten. Aan het slikken van aminozuren worden allerlei voordelen toegeschreven, zoals:
- aminozuren worden sneller in eiwittenen ingebouwd dan aminozuren afkomstig uit eiwitten;
- aminozuren versnellen het herstel;
- aminozuren leveren meer energie dan eiwitpreparaten;
- aminozuren helpen vet te verbranden;
- aminozuren kunnen de spiermassa helpen vergroten.
Deze beweringen zijn echter niet juist of worden niet door wetenschappelijk onderzoek ondersteund. Er blijkt dus geen echt solide basis te bestaan voor het gebruik van allerlei gezuiverde aminozuurpreparaten bij sporters ter bevordering van de sportprestatie.
4. Vitamine- en mineralenpreparaten
De aard van deze preparaten is divers. Zowel mono-, multi- als combinatiepreparaten zijn verkrijgbaar.
Vitaminepreparaten
Wanneer er sprake is van een marginale vitaminestatus kunnen vitarninepreparaten prestatieverhogend werken, door- dat de tekorten worden opgeheven. Door bijvoorbeeld tijdgebrek of vermageringspogingen kan de normale voeding in het gedrang komen. Een supplement kan dan uitkomst bieden. Overleg dit wel eerst met een (sport)arts of (sport)diëtist. Eén tot anderhalf maal de dagdosis is dan voldoende.
Mineralenpreparaten
Vooral vrouwelijke wielrensters, sporters die vermageringspogingen ondernemen en wielrenners die een vegetarische voeding gebruiken, maken regelmatig gebruik van ijzertabletten.
IJzertabletten zijn bedoeld om een tekort aan ijzer in het lichaam weer aan te vullen, waardoor de Hb-waarde (en ferritinewaarde) weer worden genormaliseerd. Door het gebruik van een volwaardige voeding zal men daarna de ijzerstatus in het lichaam op peil moeten houden. Langdurig gebruik van ijzer- tabletten kan leiden tot maag-darmproblemen. Overleg het gebruik van ijzer- tabletten altijd met een (sport)arts.
5. Andere preparaten met een vermeende ergogene werking
Naast genoemde preparaten worden wielrenners en hun omgeving bestookt met allerlei andere middelen die een positieve invloed zouden hebben op de prestatie. Voorbeelden hiervan zijn bijenpollen, koninginnegelei, knoflook- pillen, algen, ginsengwortel, enzovoort. Het nut van dergelijke preparaten is echter nooit bewezen. Vermoedelijk is het effect ervan vooral psychologisch. De hoeveelheid vitaminen en mineralen in deze producten is meestal klein, waardoor ze niet direct schadelijk zijn voor de gezondheid.
Het gevaar van deze middeltjes is echter wel dat ze kunnen leiden tot een éénzijdige voedselkeuze. Men let wat minder op de voeding met het idee dat "het middeltje" de tekorten wel aanvult.
Cafeïne
Uit onderzoek is gebleken dat de
inname van cafeïne (3 tot 13 mg per kilogram
lichaamsgewicht), voorafgaand aan een langdurige
fietsinspanning een positief effect heeft op de
prestatie (labotests).
Over het precieze mechanisme voor een verbeterd
prestatievermogen is nog geen duidelijkheid. Er
zouden meer vetzuren verbrand worden, vooral
tijdens de eerste periode van de inspanning,
zodat glycogeenvoorraden langer behouden zouden
blijven. Er is ook een centraal stimulerend
effect van cafeïne (alertheid, wakker blijven).
Werkzame dosis
Bij sporters die regelmatig koffie drinken zou
een kleine dosis cafeïne geen
prestatieverbeterend effect hebben.
Bij sporters die niet gewend zijn koffie te
drinken kan het ergogene effect worden
bewerkstelligd door minstens 5 mg cafeïne per
kilogram lichaamsgewicht in te nemen vlak voor
de inspanning. Voor iemand van 70 kg is dat dus
350 mg. Dit komt overeen met ongeveer zes koppen
slappe instantkoffie of met 2.5 koppen extra
sterke koffie (zie lijst).
Bij een inname van 9 gram cafeïne per kg
lichaamsgewicht maakt het geen verschil of men
al dan niet een koffiedrinker is, maar
onthouding van cafeïne-inname 2 tot 3 dagen voor
de wedstrijd is wel gewenst.
| Cafeïnegehalte van diverse voedingsmiddelen |
| Voedingsmiddel |
cafeïnegehalte (mg) |
| 250 ml instantkoffie |
60-90 |
| 250 ml filterkoffie |
75-125 |
| 250 ml percolatorkoffie |
95-150 |
| 250 ml slappe thee |
40-50 |
| 250 ml sterke thee |
60-75 |
| 250 ml cola |
27-33 |
| 50 g chocolade |
10-15 |
Negatieve effecten
Bij sommige mensen, vooral diegenen die geen
gewoonte hebben om regelmatig cafeïne te gebruiken,
kan de inname ervan aanleiding geven tot een
hongergevoel, diarree, een verhoogde urineproductie
en een hogere hartslag tijdens inspanning.
Doping?
Cafeïne is sedert 1 januari 2004 geschrapt
van de internationaal aanvaarde dopinglijst.
Creatine
Creatine in de spier wordt creatine gebruikt om creatinefosfaat te vormen. Creatinefosfaat is een belangrijke energiebron voor zeer korte, intensieve inspanningen zoals sprints (zie hoofdstuk energie).
De hoeveelheid creatinefosfaat in de spieren is voldoende voor 8-12 seconden maximale inspanning. Uit onderzoek is gebleken dat na creatinesuppletie op de volgende manieren prestatieverhogend kan werken voor de wielrenner:
- anabole werking: na creatine-inname in combinatie met krachttraining kan de spiermassa en de maximale spierkracht toenemen. Een groter rendement wordt zo bereikt door de wielrenner;
- de maximale sprintprestatie verbetert, vooral na intervalinspannigen. (maximale sprints 5 tot 10 seconden met 1 tot 2 minuten recuperatie. Dit heeft vermoedelijk te maken met een betere recuperatie. Bij een wielrenner die op het einde van de wedstrijd een aantal versnellingen moet plaatsen kan dit een voordeel opleveren.
- Wielrenners met een laag natuurlijk creatine-gehalte ( vegetariërs) halen meer winst uit creatine-supplementatie dan wielrenners met een hoog natuurlijk creatinegehalte.
- Creatine-inname heeft geen effect op de duurprestatie
Nadelen?
Creatinesuppietie heeft enige bijwerkingen.
Atleten die beginnen met creatine-suppletie kunnen 1 tot 2 kg in gewicht toenemen en kan zo voor sommige wielrenners een nadeel vormen (zeker tijdens het klimmen).
Deze gewichtstoename wordt veroorzaakt door een grotere vochtretentie en kan ook samengaan met verminderde soepelheid van de spieren (verhoogde spiertonus in de kuitspieren en de quadriceps ) waardoor sneller spierkrampen kunnen optreden.
Bij zeer hoge doseringen kunnen maagdarmproblemen ontstaan. Daarom is het beter om viermaal 10 g per dag te nemen dan eenmaal 20 gram.
Creatine is een lichaamseigen stof, die dagelijks met de voeding wordt opgenomen. In een normale voeding vinden we creatine voornamelijk in vlees of vis . Maar door het opwarmen (bakken of braden) gaat een groot deel van het creatine verloren omdat het wordt omgezet tot creatinine en zo wordt uitgescheiden via de urine. Bovendien moet men ongezond grote porties verorberen om aan een werkzame dosis te komen (zie tabel).
| Creatinegehalte (gram/ kilogram! voedingsmiddel) van diverse voedingsmiddelen |
| Vissoorten |
kabeljauw |
3 |
|
haring |
6.5-10 |
|
zalm |
4.5 |
|
tonijn |
4 |
| Vlees |
rund |
4.5 |
|
varken |
5 |
| Andere |
melk |
0.1 |
Creatine en de gezondheid
Omdat creatine nog een vrij nieuw product is (begin van de jaren 90 herontdekt door engelse wetenschappers) zijn de lange-termijnseffecten op de gezondheid niet gekend. Voor een werkzame dosis is de inname van 10 gram creatine-monohydraat gedurende 4 tot 5 dagen gevolgd door een onderhoudsdosis van 2-3 gram per dag wenselijk. Bij dergelijke doses is tot nu toe nog geen schadelijke werking beschreven, maar echt lange termijnsstudies zijn nog niet gebeurd.
Er bestaat steeds het gevaar dat atleten meer innemen dan voorgeschreven met de hoop op een nog betere werking. Het is echter een feit dat het teveel aan creatine wordt uitgescheiden door de nieren en zo op lange termijn nierbelastend kan zijn - zonder dat de prestatie hierdoor nog meer wordt verbeterd.
Creatine-inname : tips
- Koop geen supplementen van twijfelachtige oorsprong;
- Gebruik best creatinemonohydraat in plaats van producten die aangemaakt zijn met vulstoffen zoals malto-dextrine
- Creatine innemen heeft het meest effect tijdens periodes van krachtopbouw (wintertraining)
- Neem creatine best na een training (en liefst samen met koolhydraten) om de opname in de spier te bevorderen
- Neem creatine nooit samen met een warme drank (afbraak)
- Neem creatine nooit wanneer er nierproblemen zijn
- Jonge wielrenners in groei gebruiken best geen creatine, zelfs al is het niet verboden
|