Studienamiddag “Sport en Europa. Naar een Europees sportbeleid.”
Het jaar 2007 zette een aantal nieuwe trends in voor het toekomstige sportbeleid in Europa.
De publicatie van het Europees Witboek Sport in juli 2007 gaf al een eerste indicatie dat sport een opkomend thema op de Europese agenda wordt.
De opname van een artikel rond sport in het Hervormingsverdrag van Lissabon, formaliseerde deze belangstelling voor sport en zorgt ervoor dat bij ratificatie van het Verdrag sport een bevoegdheid van de Europese Unie wordt. Dit impliceert dat de EU bepaalde initiatieven rond sport zal kunnen ontwikkelen en de lidstaten zal kunnen bijstaan en ondersteunen bij haar sportbeleid.
Om de sportsector in Vlaanderen hierover te informeren en te sensibiliseren organiseerde de KULeuven, in samenwerking met de Universiteit Gent en het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media op donderdag 13 maart 2008 een studienamiddag met als thema: “Sport en Europa. Naar een Europees sportbeleid.”
Ter inleiding van het eerste deel van de studienamiddag gaf de heer Jakob Kornbeck, medewerker Unit Sport van de Europese Commissie, een uiteenzetting over de achtergrond en de inhoud van het Witboek Sport (PDF, 1,10 MB).
Hierop aansluitend werd door vier experten telkens vanuit hun specifieke invalshoek (juridisch, economisch, maatschappelijk en beleidsmatig) een visie gegeven over wat sport binnen Europa betekent en in de toekomst zou kunnen betekenen.
In het tweede gedeelte van de studienamiddag werden de stakeholders van de Vlaamse sportsector aan het woord gelaten om hun vragen, bedenkingen en verwachtingen te formuleren.
De deelnemers aan het debat vormden een uitgebreide groep met Willy Pennoit (VSF), Dany Punie (ISB), Herman Van Driessche (SVS), Albert Gryseels (Bloso), Chris De Coorde (Tofsport Vlaanderen), Pascal De Maesschalk (Buurtsport), Josse Lambrix (BVLO), Bart Vanreusel (de Vlaamse Sportraad), Ellen Valckenborghs (medewerkster van Europarlementariër Ivo Belet), An Vermeersch (Universiteit Gent) en Hans Bruyninckx (KULeuven).
De discussie werd gevoerd aan de hand van een aantal beleidsvragen die aan het panel werden voorgelegd.
Algemeen aanvoelen was dat de sport gebaat kan zijn bij een tussenkomst van de Europese Unie, maar dat de rol van de EU vooral ondersteunend moet zijn. Echte inmenging in de sport is niet wenselijk, maar Europa zou een rol kunnen spelen in het bestrijden van uitwassen van sportactiviteiten (fundamentele rechtsbescherming). De verantwoordelijkheid ligt echter bij de sportsector zelf, Europa wordt geacht een faciliterende rol te spelen. De toenemende professionalisering en het toenemende economische belang van de sport vormen echter steeds meer een gevaar voor de (jonge) sportbeoefenaars. De vraag wordt gesteld of Europa hier haar verantwoordelijkheid zou moeten nemen en in de toekomst regels zou moeten opstellen.
Om in de praktijk tot verandering en resultaat te komen is een structurele en doorlopende samenwerking noodzakelijk. In het verleden ontbrak het meestal aan deze continuïteit (cfr. Europees Jaar van de opvoeding door sport), dus het is van belang om vroegere ervaringen mee te nemen in toekomstige initiatieven.
Het Witboek Sport is een goed initiatief dat aantoont dat een aantal zaken waar men in Vlaanderen reeds geruime tijd mee bezig is, ook binnen Europa belangrijk geacht worden. Het maatschappelijk belang van de sport wordt onderstreept, alsook de rol die sport speelt in de gezondheidsbevordering.
Vlaanderen heeft in het verleden een voortrekkersrol gespeeld door haar Sport voor Allen-beleid en zou ook in de toekomst terug een actieve rol kunnen opnemen binnen de Europese Unie.
|