Veel gestelde vragen
Moet de lokale overheid instappen in het Decreet Sport voor Allen-beleid om in aanmerking te komen in het Sportinfrastructuurplan?
Enkel projecten van lokale overheden die zijn ingestapt in het decreet lokaal Sport voor Allen-beleid (9 maart 2007) en waarvan het sportbeleidsplan wordt aanvaard door de minister, komen in aanmerking.
Doet de Vlaamse overheid een tussenkomst in de beschikbaarheidsvergoeding van de totale infrastructuur?
De 30% tussenkomst in de beschikbaarheidsvergoeding door de Vlaamse overheid heeft enkel betrekking op het "basisbouwprogramma" van de sportinfrastructuur. Alle extra's of "opties" die hierbij aangevraagd worden, dienen voor 100% door het lokale bestuur gefinancierd te worden. Een gedetailleerde omschrijving van het basisbouwprogramma vindt u terug in de aanvraagformulieren.
Hoe lang zal de Vlaamse overheid tussenkomen in de beschikbaarheidsvergoeding?
Dit hangt af van de looptijd van de DBFM-overeenkomst. Voor kunstgrasvelden is dit vastgesteld op 10 jaar, voor eenvoudige sporthallen, eenvoudige zwembaden en multifunctionele sportinfrastructuurprojecten is dit vastgesteld op 30 jaar.
Moet het geld voor de beschikbaarheidsvergoeding voorzien worden op de gewone of op de bijzondere begroting?
Het ter beschikking stellen van een gebouw is een dienst en geen investering. Het moet dus ingeschreven worden op de gewone begroting.
Komen projecten die pas gerealiseerd zijn of reeds gegund zijn ook in aanmerking?
Neen, sporthallen of zwembaden die reeds in gebruik zijn of projecten die reeds gegund zijn komen niet meer in aanmerking. De Vlaamse overheid redeneert dat deze lokale overheden hiermee bewezen hebben zelf in te staan voor de realisatie en overheidssteun niet noodzakelijk is.
Kan de lokale overheid extra partners zoeken voor de financiering van de 70 %?
De Vlaamse overheid staat in voor 30 % van de beschikbaarheidsvergoeding, de lokale overheid dient in te staan voor de overige 70 %. Voor deze 70 % kan de lokale overheid samenwerkingsverbanden afsluiten met lokale partners: clubs, scholen, private partners, ...). De realisatie van het project wordt gedaan door de private partner (SPV) die de overheid selecteerde. De partners die de lokale overheid kan zoeken, zijn partners die kunnen participeren in de 70 % van de lokale overheid.
Kan de sporthal gebouwd worden op grond die eigendom is van een school?
Een lokale overheid mag niet zomaar bouwen op andermans grond (zie punt 3.3.1 van het aanvraagformulier (bouwperceel)). Ofwel is het lokaal bestuur eigenaar van het bouwperceel, ofwel wordt het bouwperceel in erfpacht genomen (waardoor rechten en plichten van de eigenaar overgaan naar het lokale bestuur), ofwel wordt een recht van opstal overeengekomen (toelating om een gebouw te plaatsen op grond van andere eigenaar).
Zowel bij de erfpacht als bij het recht van opstal wordt een duurtijd bepaald en een regeling uitgewerkt voor de toekomstige eigendom van het gebouw na het aflopen van de erfpacht of het recht van opstal. In ieder geval moet contractueel worden vastgelegd dat het lokale bestuur minstens gedurende de ganse duurtijd van de ter beschikkingstelling met zekerheid kan beschikken over het bouwperceel en eigenaar (erfpachter) blijft van het gebouw.
Waarop heeft de M van 'maintain' of 'onderhoud' in de DBFM(O) betrekking?
De M van 'maintain' heeft betrekking op het groot (eigenaar)onderhoud. Voor de kunstgrasvelden gaat dit bijvoorbeeld om het enkele malen per jaar groot onderhoud van het veld. Het wekelijks slepen of rapen van bladeren kan gedaan worden door de lokale overheid of eventueel club.
Hoe wordt een DBFM-(O) contract afgesloten bij multifunctionele sportinfrastructuurprojecten?
De relatie bij multifunctionele sportinfrastructuurprojecten is anders dan bij de overige drie projecten. Het is een één op één relatie, waarbij de lokale overheid rechtstreeks zal onderhandelen met de private partner, gelet op haar specifieke wensen met betrekking tot een dergelijk project. Sportfacilitator zal de lokale overheid hierbij een ondersteunende rol aanbieden.
Kan bij een geselecteerd multifunctioneel sportinfrastructuurproject het reeds opgemaakt voorontwerp overgenomen worden door de geselecteerde private partner?
In principe bestaat de mogelijkheid tot overname van het voorontwerp, indien er een akkoord kan gesloten worden aangaande de rechten op dit voorontwerp; aangezien de markt wordt opengesteld voor multifunctionele sportinfrastructuurprojecten, is een eventuele private partner waarmee een lokale overheid reeds in onderhandeling zou zijn niet zeker dat het project aan hem wordt toegewezen wanneer de lokale overheid zou geselecteerd zijn, vermits het Best and Final Offer dient gehonoreerd te worden.
Wat is de draagwijdte van het mandaat dat de lokale overheid dient te geven aan Sportfacilitator?
Sportfacilitator vraagt een mandaat van de lokale overheid opdat zij voor de geclusterde geselecteerde projecten een onderhandelingsprocedure kan voeren met een private partner teneinde een beste prijs te bekomen. Sportfacilitator ontlast op deze manier de lokale overheden.
Kan de lokale overheid zich via een AGB kandidaat stellen?
Ja.
Wie wordt er eigenaar van het gerealiseerde project na afloop van de overeenkomst?
De lokale partner(s), de lokale overheid en ev. andere lokale partners, wordt eigenaar van de gerealiseerde infrastructuur.
Waar kan ik voorbeelden vinden van PPS-projecten?
Op de ISB-website (nieuw venster) en op de website van het Vlaams Kenniscentrum PPS (nieuw venster) vindt u een uitgebreid dossier over PPS (nieuw venster). U vindt hier o.a. een overzicht van reeds gerealiseerde PPS-projecten in Vlaanderen.
Wie dient de bouwvergunning aan te vragen?
De gemeente dient de aanvraag in, maar SPV zorgt voor de voorbereiding van het dossier.
Is het mogelijk om ook beroep te doen op de subsidies voor schoolinfrastructuur van Agion?
Bij het Vlaams Sportinfrastructuurplan is de gemeente bij een project de hoofdpartner van de Vlaamse overheid. Voor de 70 % beschikbaarheidsvergoeding die de gemeente nog moet betalen, kan de gemeente partners zoeken, zoals bijvoorbeeld een school. De middelen die de school kan inbrengen (eigen middelen, subsidies Vlaamse overheid, ...) zijn niet bepaald. Het is echter om technische reden niet mogelijk om specifieke middelen of een project in het kader van de "inhaalbeweging schoolinfrastructuur via alternatieve financiering (DBFM)" van Agion in te brengen in een project in het kader van het Sportinfrastructuurplan. Het zullen immers andere vennootschappen zijn die het DBFM-project sport gaan realiseren.
Wat is de correcte procedure voor het ondertekenen van de mandaat- en subsidieovereenkomst en het model van DBFM-overeenkomst?
De subsidieovereenkomst en mandaatovereenkomst
De gemeente vult de ontbrekende gegevens in (grijze zones) en dient 2 originele exemplaren in bij Sportfacilitator (geen kopies!). Alle bladzijden van beide exemplaren worden geparafeerd door de secretaris EN de burgemeester. De laatste bladzijde van beide exemplaren wordt ondertekend door de secretaris EN de burgemeester.
Het model van DBFM-overeenkomst, dat als bijlage dient bij de mandaat- en subsidieovereenkomst
De gemeente dient 1 origineel exemplaar in bij Sportfacilitator, waarvan alle bladzijden geparafeerd zijn door de secretaris OF de burgemeester.
Na ondertekening van deze overeenkomsten door de minister, wordt één origineel exemplaar van de mandaat- en subsidieovereenkomst met origineel model van DBFM-overeenkomst bewaard door Sportfacilitator. Het andere origineel exemplaar van mandaat- en subsidieovereenkomst met kopie van het model van DBFM-overeenkomst wordt terug bezorgd aan de gemeente.
Wordt de beschikbaarheidsvergoeding geïndexeerd?
I.v.m. de indexering besliste de Vlaamse Regering op 13 maart 2009 het volgende:
“Vanaf het tweede jaar en tot en met het dertigste jaar van de DBFM-overeenkomst mag de beschikbaarheidsvergoeding voor elk project geïndexeerd worden onder de volgende voorwaarden:
a) slechts het gedeelte van de beschikbaarheidsvergoeding dat betrekking heeft op de eigen werkingskosten van de DBFM-vennootschap, het onderhoud en de verzekeringen komt in aanmerking voor indexatie;
b) het indexeerbaar gedeelte van de door de Vlaamse gemeenschap gesubsidieerde beschikbaarheidsvergoeding bedraagt maximaal 35%;
c) in geen geval mag de jaarlijkse indexatie ertoe leiden dat in enige periode de door de Vlaamse gemeenschap gesubsidieerde beschikbaarheidsvergoeding meer bedraagt dan wanneer men de oorspronkelijke beschikbaarheidsvergoeding jaarlijks voor 35% zou indexeren aan de consumptieprijsindex.”
M.a.w., de beschikbaarheidsvergoeding en de tussenkomst van de Vlaamse overheid daarin zal gedeeltelijk geïndexeerd worden, namelijk op die onderdelen die vatbaar zijn voor prijsstijgingen, zoals onderhoud en werkingskosten van de private projectvennootschap. Deze gedeeltelijke indexatie zal ook nooit hoger zijn dan de consumptieprijsindex.
Wordt er in de tussenkomst van de Vlaamse overheid in de beschikbaarheidsvergoeding rekening gehouden met de BTW?
In geval de BTW een kost is voor de afnemer (=gemeente), wordt dit mee gesubsidieerd en wordt dus de 30% tussenkomst van de Vlaamse overheid berekend o.b.v. het bedrag inclusief BTW. In het geval dat de BTW recupereerbaar is voor de afnemer (= vb. AGB) en dus geen kost is, wordt dit niet mee gesubsidieerd.
Ik vind hier geen antwoord op mijn vraag?
Indien u hier geen antwoord vindt op uw vraag, kan u deze stellen aan Karolien De Sadeleer, afdeling Beleid en Beheer van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media. Zij zal trachten u verder te helpen of terug te koppelen met het kabinet.
|