Sport - Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media
contact |     | ga naar:  cultuur    jeugd    sport    media
 
U bent hier: CJSM > sport > subsidiëring > Vlaams Sportinfrastructuurplan > procedure
 
portaal Vlaamse overheid

Procedure

 

Eind 2007 kregen alle lokale besturen (Vlaamse en Brusselse gemeenten, provincies en VGC) reeds de kans om een of meerdere subsidieaanvragen in te dienen.

 

Inmiddels werd ook een wettelijk kader tot stand gebracht voor de realisatie en implementatie van het Vlaams Sportinfrastructuurplan. Op 14 mei 2008 keurde het Vlaams Parlement het ontwerp van decreet betreffende een inhaalbeweging in sportinfrastructuur via alternatieve financiering goed (decreet van 23 mei 2008). Op 18 juli 2008 hechtte de Vlaamse Regering haar goedkeuring aan het besluit ter uitvoering van dit decreet.

 

Op 6/08/2008 werd de officiële oproep tot indienen/herbevestiging van de reeds ingediende aanvraag verstuurd. Deze herbevestiging was een noodzakelijke voorwaarde opdat de subsidieaanvraag in overweging zou genomen worden. De uiterlijke indiendatum werd vastgesteld op 6/10/2008.

 

De selectieadviescommissie beoordeelde de aanvraagdossiers op 16 en 24 oktober en bracht haar advies uit aan de Vlaamse Regering. Deze commissie bestaat uit afgevaardigden van de kabinetten van de Vlaamse ministers van Sport en Begroting, BLOSO, Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Vlaamse Sportfederatie (VSF), Vlaams Bouwmeester, Kenniscentrum PPS en Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV).

 

De Vlaamse regering besliste op 28 november 2008 over de selectie en rangschikking van de ingediende subsidieaanvragen en volgde hierbij volledig het advies van de selectieadviescommissie: selectie van 130 projecten: 73 kunstgrasvelden, 43 eenvoudige sporthallen, 4 eenvoudige zwembaden en 10 multifunctionele sportcentra.

 

Aanbestedingsfase

De lokale besturen wiens project geselecteerd is, ondertekenen vervolgens een mandaatovereenkomst waardoor ze aan Sportfacilitator de toestemming geven om een private partner te selecteren. Nadien kan Sportfacilitator deze projecten per cluster aanbesteden en een private partner selecteren voor het ontwerpen, bouwen, financieren en onderhouden van de sportinfrastructuur. Het betreft dus een opdracht voor het langdurig ter beschikking stellen van de sportinfrastructuur.

 

Dit betekent dat niet elke gemeente apart moet aanbesteden (wetgeving overheidsopdrachten). Voor de multifunctionele centra zal de aanbesteding gezamenlijk (gemeente en Sportfacilitator) gebeuren. Uiteraard zullen de lokale besturen bij de aanbestedingsprocedure steeds maximaal geïnformeerd worden.

 

 

Gunningsfase

Na selectie van de private partners wordt er per deeldomein of per multifunctioneel sportcentrum een private projectvennootschap of 'Special Purpose Vehikel' (SPV) opgericht. Mogelijks neemt Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) een minderheidsbelang in deze private projectvennootschap via haar investeringsfonds “Invespo”.

 

Vervolgens wordt er een DBFM(O)-overeenkomst (Design, Build, Finance, Maintenance, (Operate)) aangegaan tussen het SPV en het lokale bestuur die het geselecteerde project ingediend heeft. Het SPV staat in voor ontwerp, bouw, financiering, onderhoud en in het geval van de multifunctionele sportcentra eventueel ook exploitatie van de sportinfrastructuur.

 

 

Bouwfase

Na het afsluiten van de DBFM(O)-overeenkomst start de realisatie van het sportinfrastructuurproject. Bij de aflevering van het beschikbaarheidscertificaat dient de eerste beschikbaarheidsvergoeding betaald te worden door de afnemer van het project (=de gemeente). Vanaf dan start de beschikbaarheidsfase. Voor de kunstgrasvelden duurt deze beschikbaarheid 10 jaar, voor de sporthallen, de zwembaden en de multifunctionele sportcentra duurt deze beschikbaarheid 30 jaar.

 

 

Beschikbaarheidsfase

In ruil voor de terbeschikkingstelling betaalt het lokale bestuur aan de SPV een beschikbaarheidsvergoeding. De Vlaamse Regering subsidieert maximum 30% van deze jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding.

 

Indien tijdens de beschikbaarheidsperiode de sportinfrastructuur onvoldoende beschikbaar is of niet voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen, zal een korting worden toegepast op de beschikbaarheidsvergoeding.

 

Na de beschikbaarheidsperiode gaat de sportinfrastructuur kosteloos over naar de afnemer of gemeente (einde van de DBFM-overeenkomst). Bij  deze overdracht zal de sportinfrastructuur moeten voldoen aan de in het DBFM-overeenkomst vermelde overdrachtseisen.