Sport - Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media
contact |     | ga naar:  cultuur    jeugd    sport    media
 
U bent hier: CJSM > sport > subsidiëring > Vlaams Sportinfrastructuurplan > situering
 
portaal Vlaamse overheid

Situering

Vlaanderen kampt met een tekort aan sportinfrastructuur. Zonder geschikte infrastructuur kunnen heel wat sporten niet beoefend worden, zeker niet op permanente basis. Nationale en internationale sportfederaties leggen ook steeds meer sporttechnische criteria op betreffende sportinfrastructuur. Ook de burger stelt steeds meer kwaliteitseisen. Ten slotte verstrengt de overheid de eisen inzake milieu en volksgezondheid. Ondanks de inspanningen die de jongste jaren geleverd werden door zowel de Vlaamse, de provinciale als de gemeentelijke overheden, blijkt er op lokaal vlak een structureel tekort (in 40% van de gemeenten) en een periodiek tekort (in 30% van de gemeenten) aan overdekte en openluchtsportinfrastructuur te bestaan

 

Het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds bepaalt dat de regering middelen toekent volgens vastgestelde criteria, maar de lokale besturen beslissen vrij over de besteding van deze middelen. Dit decreet heeft dus de autonomie van de lokale besturen versterkt. Het decreet heeft eveneens bijgedragen tot een vereenvoudiging van de regelgeving: de gemeenten ontvangen de middelen rechtstreeks zonder dat zij daarvoor eender welk dossier moeten indienen.

 

De hierboven opgesomde tekorten geven echter duidelijk aan dat lokale besturen vaak andere prioriteiten stellen met de middelen die zij ter beschikking krijgen via het Gemeentefonds. De bouw van nieuwe en noodzakelijke sportinfrastructuur wordt vaak uitgesteld of afgevoerd bij gebrek aan de nodige budgettaire middelen. Grote dupe zijn de sportbeoefenaars die in hun woonomgeving over onvoldoende (kwalitatieve) infrastructuur beschikken om – al dan niet in clubverband – hun favoriete sport(en) te beoefenen.

 

In het decreet van 9 maart 2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid, wordt bepaald dat lokale besturen een sportbeleidsplan moeten opstellen in ruil voor subsidies. Het vierde deel van dit sportbeleidsplan moet gewijd worden aan de beschrijving van een globaal meerjarenplan met betrekking tot de sportinfrastructuur op het gemeentelijk grondgebied.  Dit decreet is dus al een eerste stap om lokale besturen te verplichten na te denken over hun langetermijnbeleid betreffende sportinfrastructuur. Om hen een nog grotere (financiële) duw in de rug te geven werkte Vlaams minister van Sport Bert Anciaux, het ambitieuze Vlaams Sportinfrastructuurplan uit, dat door middel van alternatieve financiering een inhaalbeweging in sportinfrastructuur zal realiseren voor een totale investeringswaarde van 225 miljoen euro, meteen de grootste investering ooit betreffende sportinfrastructuur in Vlaanderen.

 

De alternatieve financiering bestaat in een PPS-constructie (Publiek-Private Samenwerking), waarbij verschillende projecten per deeldomein (eenvoudige sporthallen, eenvoudige zwembaden, kunstgrasvelden) worden geclusterd en in de markt geplaatst. De multifunctionele sportinfrastructuurprojecten worden individueel in de markt geplaatst. Na selectie van de private partners wordt er voor elk deeldomein en per multifunctioneel sportinfrastructuurproject een private projectvennootschap (SPV) opgericht. Deze projectvennootschap zal dan een DBFM-overeenkomst (Design, Build, Finance, Maintenance) aangaan met het geselecteerde lokale bestuur. Het SPV staat in voor ontwerp, bouw, financiering, onderhoud gedurende 10 of 30 jaar en in het geval van de multifunctionele sportcentra eventueel ook exploitatie van de sportinfrastructuur. In ruil voor deze dienstverlening betaalt het lokale bestuur aan de SPV een jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding. De Vlaamse Regering subsidieert jaarlijks maximaal 30% van deze beschikbaarheidsvergoeding.

 

Op 14 mei 2008 keurde het Vlaams Parlement het ontwerp van decreet betreffende een inhaalbeweging in sportinfrastructuur via alternatieve financiering goed. Dit decreet vormt het wettelijk kader voor het Vlaams Sportinfrastructuurplan: het decretaal vastleggen van het subsidiëringsmechanisme voor sportinfrastructuur gekoppeld aan de methode van publiek-private samenwerking. Het decreet biedt een kader om op middellange termijn het globale tekort aan sportinfrastructuur weg te werken. De mogelijkheid wordt dus open gelaten om later een inhaalbeweging voor andere types infrastructuur te realiseren.

 

Het besluit ter uitvoering van dit decreet, dat op 18 juli 2008 definitief werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering, regelt een eerste inhaalbeweging, die zich concentreert op volgende types sportinfrastructuur: kunstgrasvelden, eenvoudige sporthallen, eenvoudige zwembaden en multifunctionele sportcentra. Op die manier zal gedurende de komende 3 jaar sportinfrastructuur gerealiseerd worden voor een totale investeringswaarde van 225 miljoen euro. Daarmee zal het tekort aan sportinfrastructuur voor 35% weggewerkt zijn.

 

De concrete uitwerking van het Vlaams Sportinfrastructuurplan gebeurt door Sportfacilitator. Deze operationele groep omvat een samenwerkingsverband tussen de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV), het kabinet van de Vlaamse minister van Sport, het Vlaams Kenniscentrum PPS en het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media. Voor de sporttechnische en bouwtechnische aspecten van het project doet Sportfacilitator beroep op Bloso.